1 December 2016
ITEM article

Het migratiebeleid staat kansen in de weg in de grensregio’s

The following article is only available in Dutch.

Migratierecht en –beleid gaat veelal uit van een eenheid: verblijf en ‘bezigheid’ (werk, studie/stage, onderzoek etc.) in één land. Dit is bijvoorbeeld het geval in Nederland, maar ook in de naburige landen zoals België, Duitsland en Luxemburg. Dat is misschien niet zo gek in bijvoorbeeld de Randstad, waar de twee niet zo snel uiteen lopen. Je kunt prima in Leiden wonen, en elke dag op en neer reizen naar Amsterdam. Maar diezelfde ‘eenheid’ levert problemen op in de grensstreken. Niet zozeer voor Unieburgers, die die het ‘recht op vrij verkeer’ ontlenen aan het EU recht, maar wel voor zogenoemde ‘derdelanders’ (simpel gezegd: personen zonder EU, EER of Zwitserse nationaliteit).

Werkloos en woonachtig met familie in Bergen op Zoom, terwijl er in Antwerpen al heel lang een vacature voor een vaste baan open staat? Jammer, maar zonder een Belgische verblijfsvergunning (en dus de noodzaak tot verhuizen) geen mogelijkheid voor een zogenaamde ‘Arbeidsvergunning’. Studeren in Aachen, maar wonen in Nederland, net over de grens, waar veel leegstand is? Met veel pijn en moeite is deze mogelijkheid uiteindelijk geïntroduceerd, en enkel voor huisvesting in Kerkrade/Heerlen met een maximum van 75 verblijfsvergunningen per jaar.

Zelfs derdelanders die afgeleide rechten van Unieburgers bezitten, zoals familieleden, zijn aan beperkingen onderhevig. De derdelander vrouw die met haar Luxemburgse echtgenoot in België woonde, maar graag in Luxemburg had gewerkt kon niet op basis van het EU recht deze toegang claimen: Het recht op arbeid van familieleden van Unieburgers strekt zich enkel uit tot de lidstaat van arbeid of verblijf van de Unieburger, zo bepaalde het Hof van Justitie.

En zo zijn er legio voorbeelden te bedenken waar de geforceerde eenheid van verblijf en bezigheid tot onwenselijke situaties leidt. Dat is te betreuren, omdat zo veel kansen blijven liggen: grensbarrières staan de ontwikkeling van werkgelegenheid en grensoverschrijdende samenwerking in de weg, zo concludeert een recente studie van het CPB.

De voortschrijdende ontwikkeling van EU beleid op het gebied van migratie lost dit niet op: dit beleid is in feite gecompartimentaliseerd. Dat wil zeggen dat hoewel bepaalde voorwaarden voor toelating en verblijf van derdelanders (e.g. voor studenten, hoogopgeleiden, familieleden) op EU niveau zijn geharmoniseerd, wordt bij het voldoen daarvan steeds een nationaal geldend verblijfsrecht (bijvoorbeeld voor studie in Italïe) toegekend. Er is geen ‘EU verblijfsvergunning’ en aan verdere ‘intra-EU’ mobiliteit – voor zover daar al in wordt voorzien – hangen vaak vrij strenge voorwaarden. De enige uitzondering daarop zijn zogenaamde langdurig ingezetenen: derdelanders die vijf jaar legaal hebben verbleven en aan inkomens-, verzekerings- en integratievereisten voldoen.

Veel van de zaken die hierboven spelen zijn op te lossen als de EU lidstaten zich flexibeler zouden opstellen. Nederland (en de andere landen) zou bijvoorbeeld uit kunnen gaan van een welbekend beginsel in het EU recht: het beginsel van ‘wederzijdse erkenning’. In essentie betekent dit dat het resultaat van een rechtsproces van een andere EU lidstaat erkend wordt alsof het hier te lande had plaats gevonden. Elementen daarvan kunnen ook geïntroduceerd worden migratierecht- en beleid.

Ten dele is het beginsel al toegepast in de hierboven aangehaalde regeling voor huisvesting in Heerlen en Kerkrade. Het ‘student-zijn’ en studievoortgang wordt door de Duitsers op basis van hun regelgeving gecontroleerd (om misbruik te voorkomen); Nederland richt zich op het verblijf.

Maar de regeling blijft beperkt: waarom zijn andere grensgemeentes, zoals Vaals, niet opgenomen? De toepassing van het beginsel leent zich ook voor andere vormen van migratie: Legaal verblijf in België, met de mogelijkheid tot arbeid daar? Schrap dan in zo een geval bijvoorbeeld de eis van een Nederlandse verblijfvergunning bij de beoordeling van een eventuele tewerkstellingsvergunning. Toegelaten voor onderzoek in Duitsland? Breidt dan de mogelijkheden om in Nederland (al dan niet incidenteel) onderzoek te verrichten uit (bijvoorbeeld voor private instellingen). Controle van de verblijfsstatus kan in goede samenwerking geschieden met de Belgische en Duitse partners. Het is niet onmogelijk om dit te realiseren, mits de wil er is.

By: Alexander Hoogenboom