We zijn open!

Er wordt minder vergaderd, anders onderwijs gegeven en sommige wetenschappelijke studies ondervinden hinder van de coronacrisis. Maar de Universiteit Maastricht is open! Binnen de bestaande mogelijkheden doen medewerkers en studenten er alles aan om actief en productief te blijven. In deze verhalenserie lees je over deze leden van onze gemeenschap.

Etudes voor een nieuwe klassieke muziekpraktijk

13 juli 2020

Het publiek van klassieke concerten vergrijst, dus er is grote behoefte aan een nieuw publiek. “Maar als je als orkest een nieuw publiek wilt bereiken dan moet je zelf ook veranderen”, aldus Peter Peters, bijzonder hoogleraar Innovatie van Klassieke Muziek en directeur van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Musik (MCICM). Het MCICM ontving geld van de NWO/SIA voor onderzoek naar manieren waarop symfonieorkesten hun publiek actiever kunnen betrekken bij concerten. En toen brak de coronacrisis uit. Peters legt uit wat dit betekent voor het onderzoek en vertelt over de inzichten tot zover.

“Voor ons onderzoek hadden we dit seizoen vier experimentele concerten gepland met de Philharmonie Zuidnederland. Het eerste experiment vond plaats in november vorig jaar en hadden we ‘Mahler am Tisch’ genoemd, Mahler aan de stamtafel. Dat kwam erop neer dat drie ensembles - een klezmer ensemble, een strijkkwartet met harp en een koperkwintet - stukken uit de symfonieën van Mahler speelden in de Maastrichtse cafés Tribunal en Forum. We wilden zien wat er gebeurt als je de muziek verplaatst naar een omgeving waar die totaal niet voor bedoeld is en zelfs speelt voor een publiek dat daar in de eerste instantie niet voor gekomen is.”

Het NWO-onderzoek ‘Artful Participation: Doing Artistic Research with Symphonic Music Audiences’ loopt nog tot en met augustus 2021. Kijk voor meer informatie op de website van het MCICM.

Klik hier voor de interactieve website met bijdragen van musici van de Philharmonie Zuidnederland.

mahler am tisch
Mahler am Tisch: café Forum

Wat leverde dat op?

“Veel inzicht in wat het voor de musici betekende om hun vertrouwde werkomgeving te ruilen voor een totaal nieuwe. Maar ook: dat die muziek in zijn bewerkte vorm ook de kracht heeft om in die situatie te werken. Dat klinkt misschien vaag, maar we brachten bijvoorbeeld een uitvoering van het beroemde Adagietto uit de Vijfde symfonie van Mahler. Dat is een zacht en langzaam deel. Spannend of dat zou lukken. Op dat moment stond een van de musici op en zei: ‘We gaan nu iets spelen waarvoor het toch echt nodig is dat jullie stil zijn’ en dat gebeurde ook. Toen ontstond er een magische wisselwerking tussen musici, muziek en cafépubliek. We hebben dit vier keer gedaan, twee keer in Tribunal en twee keer in Forum, we hebben gesprekken gehad met de cafébezoekers over hun ervaringen en dat alles bij elkaar levert dan inzichten op.”

Welke? Was het bijvoorbeeld een positieve ervaring voor de uitvoerende musici?

“Hun ervaringen waren gemengd. Normaal is het zo dat een musicus partijen studeert en dan is het de dirigent die bepaalt hoe de muziek uitgevoerd gaat worden. In dit geval vroegen we de musici zelf bewerkingen te maken of deze te zoeken, om die vervolgens ook zelf in te studeren. Dus zij kregen alle verantwoordelijkheid. Een aantal vond dat prettig om te doen, maar anderen vonden dat spelen in zo’n café heel moeilijk. Ze zijn gewend aan een situatie waarin het publiek stil is, je de andere musici goed kunt horen en waar je weet dat het publiek komt voor de muziek. Waarom is dit interessant? Als het orkest wil vernieuwen dan zal ook de rol van de musici moeten veranderen. Dat gebeurt al op allerlei manieren: musici zijn zichtbaarder dan in het verleden. De anonieme musici in hun zwarte pak op het podium treden meer naar voren tijdens de concerten, na afloop van de concerten, maar ook online: in de vorm van toelichtingen. Daar sluit dit bij aan.”

mahler am tisch
Mahler am Tisch: café Tribunal

En hoe was de reactie van het cafépubliek?

“Ook daar zag je een gemengd beeld. In café Forum zat een groepje mensen aan een ronde tafel te vergaderen pal voor het podium, dus die vroegen wij een klein beetje op te schuiven. Toen het concert begon zijn ze in eerste instantie blijven zitten, maar op een gegeven moment zijn ze toch vertrokken. In die zin is het echt een soort inbreuk op wat cafébezoekers doen en wat wij zagen is dat een aantal gewoon doorgaat met wat ze aan het doen waren. Maar er ontstond ook een adhoc publiek. Mensen pakten er een stoel bij en gingen rond die musici zitten en er waren kinderen die het spannend vonden.”

Wat doet u met deze observaties?

“In dit geval waren we vooral geïnteresseerd in wat het doet met de musici en met name hun contact met het publiek. Hier moesten ze de aandacht van het publiek echt veroveren. Hoe doen ze dat en hoe ervaren ze dat? Daarnaast is het organiseren van zo’n experiment een mooie manier om met musici over hun vak te praten en na te denken. Ze merken wat ze aan nieuwe dingen moeten leren en wat ze misschien moeten afleren. Die musici op het podium, het concert, daar zit een heel bedrijf omheen dat werkt volgens allerlei ingesleten rituelen, routines en patronen. Die gewoontes moet je kennen als je wil vernieuwen. Zo’n orkest is een soort mammoettanker die maar doorvaart in een richting die bepaald is in de 19e eeuw. Voor een groot deel van het publiek is dat prima, en voor anderen werkt het zo niet meer. Voor ons was het een manier om te kijken naar wat we allemaal moeten veranderen als we die praktijk willen vernieuwen.”

mahler am tisch
People's Salon in Ainsi
ainsi
Vrienden van het orkest in Ains

Het eerste experiment ging dus meer over wat de musicus in huis moet hebben om een verandering teweeg te brengen. Waarover ging het tweede experiment?

“We vroegen we ons af hoe we het publiek een artistieke verantwoordelijkheid konden geven in de organisatie van het concert. We hebben contact gezocht met de Vrienden van het orkest, mensen die extra doneren en zich betrokken voelen bij het orkest. We vroegen ze: ‘Denk eens na over wat klassieke muziek voor jou betekent in je leven. Wat zijn momenten waarop die muziek een belangrijke rol speelt, wat voor stukken zijn dat? En kun je over die momenten en stukken een verhaal vertellen?’ Op basis van die verhalen hebben we een concertavond samengesteld voor en met de Vrienden van het orkest in AINSI, Maastricht. Er was plek voor 150 mensen en die waren snel vergeven. Een aantal Vrienden heeft tijdens het concert tussen de delen door hun verhaal verteld en een van de musici was de moderator, die deed dat heel goed. Zo vertelde iemand dat hij altijd luisterde naar een van de Brandenburgse concerten van Bach voor hij een belangrijke vergadering moest voorzitten of een presentatie moest geven voor een volle zaal. Na zo’n verhaal, luister je op een andere manier naar de uitvoering van dit stuk, zo zeiden de mensen na afloop. Het publiek luisterde op een hele aandachtige manier en de musici merkten dat. Hun spel had een heel bijzonder soort concentratie. Het maakte voor ons duidelijk dat het betrekken van het publiek bij de programmering de uitvoering nieuwe kwaliteiten bood.”  

Het tweede experiment toonde dus aan dat het publiek wel degelijk invloed heeft op de kwaliteit van de uitvoering. En het derde experiment?

“Het derde experiment had als invalshoek: Wat gebeurt er als je als orkest, als musici het contact zoekt met een publiek dat normaal gesproken niet naar een concertzaal komt? Hierbij hebben we ons laten inspireren door het project Universiteit met de Buurt van collega Klasien Horstman (FHML/CAPRHI). In dit project in de wijk Malberg in Maastricht Noordwest proberen universiteit en bewoners met elkaar te leren over gezondheid, welzijn en veerkracht. De bewoners organiseren bijvoorbeeld een filosofisch café. Ons plan was om met een aantal orkestmusici en bewoners over kwesties te spreken die daar spelen en te kijken op welke manier die musici daarbij hun vaardigheden zouden kunnen inzetten. Je kunt het vergelijken met de Middeleeuwen. Toen had je de troubadours die rondtrokken en de verhalen speelden en zongen die gingen over de mensen waarvoor ze speelden. Het is een variant op het tweede experiment: verhalen muzikaal tot leven brengen, maar nu bij een publiek dat normaal gesproken de concertzaal niet bezoekt. Een van de ideeën was om een aantal huisconcerten te geven, door de bewoners zelf georganiseerd. En toen kwam Corona en was het in één keer afgelopen, want dit experiment was juist gebaseerd op persoonlijk contact en samen dingen op de vierkante millimeter meemaken.”

peters
Peter Peters

Door de coronacrisis hebben jullie het ‘wijkexperiment’ vervangen door een online experiment. Waarom?

“Ja, toen dit gebeurde zaten we opeens allemaal achter onze schermpjes om te communiceren via Zoom. Aan de vijf musici van het wijkproject vroegen we: ‘Kunnen jullie als musici online contact maken met een nieuw publiek?’ We zitten nog midden in dit project. Ze zijn begonnen om individueel video’s te maken. Een violiste heeft bijvoorbeeld een serie korte video’s gemaakt onder de titel ‘missing my audience’. De ene keer speelt ze voor een serie tekeningen op de muur achter haar, de andere keer bestaat haar publiek uit een stapel wc-rollen met een smiley en een mondkapje, een derde keer speelt ze buiten voor een weiland met koeien. Dat was de eerste fase: wat betekent het voor mij als individuele musicus als ik online iets maak?

Vervolgens hebben ze met elkaar een stuk van Sjostakovitsj gearrangeerd. Dat bewerken is nodig, want het is een toevallige combinatie van musici: twee slagwerkers, twee violisten en een hoornist. Dat is niet een standaard ensemble, dus hebben ze zelf hun muziek gearrangeerd. Vervolgens hebben ze individueel hun partijen opgenomen en dat is door een van hen gecombineerd tot één video met een heel mooi resultaat. We hebben een website opgezet die functioneerde als een soort werkplaats/atelier voor de musici. Momenteel werken de musici aan een video waarin het verhalende element weer een rol speelt. Ze kozen een aantal liederen van Schubert die gaan over emoties: verlangen, angst, eenzaamheid, plezier en vreugde. Die liederen worden nu bewerkt door en voor dat ensemble en daaraan zullen ze hun eigen coronaverhalen koppelen. Dit gaan we online verspreiden in een interactieve vorm. We willen het publiek ook hier een actieve rol geven door ze uit te nodigen om op basis van de video’s hun eigen coronaverhalen te delen.”

Dat is natuurlijk heel anders dan dat je echt de wijk intrekt en heel gericht met een bepaalde groep mensen in een duidelijke situatie aan het werk bent.

“Klopt. Dat probleem zien we bij al die online-initiatieven door orkesten en musici: ‘voor wie doe je het?’.  Wie luistert er online? Hoe luisteren ze? Waarom? Het Mahlerfestival dat dit jaar in het Concertgebouw in Amsterdam was georganiseerd is geannuleerd. Ze hebben toen een online festival gemaakt. Van al die Mahlersymfonieën hebben ze eerdere video-opnames gestreamd die je live kon volgen. Wat me opviel was dat via Facebook en YouTube zo’n duizend mensen tegelijk keken naar de concerten; een halflege zaal in het Concertgebouw. Het echte Mahlerfestival was al lang van tevoren uitverkocht met passe-partouts van bijna 1.600 euro per stuk. Dat laat zien dat de live ervaring moeilijk te evenaren is.
We ontdekken dat online uitvoeringen, zeker van symfonieorkesten, minder goed werken dan live concerten. Met name in het begin was er een hausse aan musici die in hun eentje vanuit hun huiskamer muziek speelden en online zetten. Zo is er de inmiddels beroemde video van het Rotterdams Filharmonisch Orkest dat een fragment uit de Negende symfonie van Beethoven speelde. Ik vond dat heel ontroerend. Het was precies het goede moment omdat het zo ontzettend duidelijk maakte hoe enorm ingrijpend de coronacrisis is juist voor orkesten. Musici moeten vlak naast elkaar zitten om als één organisme muziek te kunnen maken, maar dat werkt beter als ze dat doen voor het publiek dat in de zaal zit. Het effect dat we bij het tweede experiment zo mooi hadden gezien – de muziek met elkaar delen in één ruimte – dat is weg bij een uitvoering online.”

En het vierde experiment?

“Hier willen we de twee culturen van amateurmusici en professionele musici samenbrengen. Er stond een openluchtconcert gepland op 4 juli met de Philharmonie Zuidnederland en de harmonie Petrus en Paulus uit Wolder in het amfitheater bij Vroenhoven. Dit concert wordt verplaatst naar volgend jaar.” 

Wat hoopt u met uw onderzoek te bereiken? 

“Het project is opgezet als een samenwerking tussen academisch onderzoek, orkestpraktijk en hoger muziekonderwijs. Dat wat we hebben geleerd van onze experimenten en alle gesprekken die we hebben gehad willen we doorgeven. Dat doen we door academische artikelen te schrijven, maar ook door oefeningen te maken voor anderen. In de muziekpraktijk is de etude, het oefenstuk, heel belangrijk. Als je een muziekinstrument leert spelen dan moet je etudes spelen om je techniek te oefenen. Wij hopen een verzameling van ‘etudes’, een soort werkboek, te kunnen maken waarmee orkesten en conservatoria aan de slag kunnen als ze willen vernieuwen.

Ik had het eerder over de mammoettanker: ze willen veranderen, maar vallen snel terug op wat we de logica van de productie noemen: er moet gewoon een concert georganiseerd worden, dat moet niet te lang duren en dat betekent dat men vaak terugvalt op routines. Dat geldt voor de musici, maar ook voor het hele apparaat eromheen. Als je echt wil vernieuwen, kost dat tijd en geld en moet je risico’s durven lopen.”  

Annelotte Huiskes (tekst), MCICM (fotografie)

Lees meer verhalen