20 april 2020

De lokroep uit het zuiden

Een week of vijf geleden vierden ze nog dat het eindelijk lente was in Maastricht. De dag erop zaten ze in een vliegtuig naar huis – en daar zitten ze nog steeds (thuis, niet in dat vliegtuig…). Eerstejaars UCM-studenten Giulia Petrilli uit Apulië (Italië) en Max Griera uit Catalonië (Spanje) vertellen over hun ervaringen met de coronacrisis in Zuid-Europa.

Max Griera
UCM student Max Griera tijdens het boodschappen doen

Nog even de hond desinfecteren

Max gaat de meeste dagen nog steeds naar buiten om boodschappen te doen op de voedselmarkten, en om de hond uit te laten. Maar de situatie is verre van normaal. “Ik draag een mondkapje en handschoenen en als ik weer thuis ben desinfecteer ik de poten van de hond. Mijn zus wilde vrijwilligerswerk doen in het ziekenhuis, maar het risico dat ze ons zou besmetten was te groot.”

Allebei missen ze niet alleen Maastricht, de hechte UCM-gemeenschap en hun vrienden, maar ook de structuur in hun leven. “In het begin voelde het als vakantie,” zegt Max. “Ik was drie maanden niet thuis geweest, dus het was allemaal leuk en ontspannen: ik deed een drankje met mijn vrienden via een videoconferentie, sliep uit, keek een hoop Netflix…” Maar de studie dwong hen uiteindelijk tot een beter leefpatroon.

Max vindt online-onderwijs eigenlijk niet echt geweldig. “Ik hou van het groepsgevoel, het praten met mensen na afloop van de colleges en dat soort dingen – ik mis het echt!” Giulia was daarentegen positief verrast: “Het is beter dan ik dacht. De UM heeft er veel moeite in gestoken en de transitie ging vrij soepel.” Ze vindt ook dat structuur van essentieel belang is. “Ik probeer iedere dag op zo’n beetje dezelfde tijd op te staan en ik maak een planning.”

Dankbaar voor de kleine dingen

Giulia vindt het prettig dat ze de tijd heeft om dieper na te denken over de kennis die ze heeft opgedaan. Ze is in zelf-isolatie zelfs begonnen met Frans leren. Maar ze geniet ook van de kleine dingen in het leven en zoekt de juiste balans. “Ik ben op het punt aanbeland dat ik het ontzettend leuk vind om boodschappen te doen!”

Ze hopen allebei dat ze voor de zomer naar Maastricht kunnen terugkeren, maar zijn niet al te optimistisch over de kans dat dat ook echt zal gebeuren. Een ding staat vast: ze waarderen Maastricht nóg meer dan ze al deden. “Ik uit naar de roeitraining,” zegt Max, “en ik mis de bibliotheek erg.”

Giulia, tot slot: “Ik geniet erg van het wandelen naar de universiteit; dat zal alleen maar mooier zijn als de zon schijnt. En ik vind het ook heel fijn om op mezelf te wonen en mijn eigen beslissingen te nemen…” Ze hebben dus iets om naar uit te kijken. En waar ze ook naar uitkijken is het tegenovergestelde van social distancing – hoe dat er ook uit komt te zien. “Ja, mensen zien, heel veel mensen!”

De hond uitlaten in Sant Cugat
Door: Florian Raith