8 juni 2020

Europese samenwerking in crisistijd

“Wat heeft de EU te bieden?” Die vraag moet de EU nu echt beantwoorden, stelt Mathieu Segers, hoogleraar hedendaagse Europese geschiedenis en Europese integratie. Op uitnodiging van het Europees Parlement heeft hij een online college gegeven over de beloften en grenzen van Europese samenwerking in crisistijd. “Er staat echt iets op het spel.”

segers

Dat samenwerken de EU niet altijd makkelijk afgaat, blijkt ook uit de modder die de afgelopen tijd heen en weer vloog tussen landen in de Eurozone. Zo verweten zuidelijke en noordelijke eurolanden elkaar egoïsme en onverantwoord handelen tijdens onderhandelingen over een steunpakket. Moet een crisis niet juist het moment zijn waarop eensgezindheid het wint van onenigheid? “Het idee dat een crisis ook een kans is, is een cliché”, aldus Segers. “Vaak gebeurt juist het tegenovergestelde. Mensen zijn bang verworvenheden te verliezen en trekken zich terug in oude zekerheden. Dat gebeurt nu ook, bijvoorbeeld op de interne markt, waar weer grenscontroles ingesteld worden.” 

“Je ziet nu hoe de Europese samenwerking écht in elkaar steekt: de EU is geen superstaat, maar een samenwerking van staten. Lidstaten bepalen nog altijd wat er gebeurt. In een crisissituatie kijken ze eerst allemaal naar de eigen bevolking, en dus naar de eigen belangen. Cruciaal voor de Europese integratie is dat het onderlinge vertrouwen daarmee niet te veel geschaad wordt. Dat is een hels karwei”, analyseert Segers. 

Een eerlijk verhaal

Maar dat is slechts één kant van het verhaal. “Tegelijkertijd weten alle lidstaten dat het eigenbelang uiteindelijk gediend is bij samenwerking”, aldus Segers. “De belangrijke vraag is: hoe eerlijk is men daarover? Na die onderhandelingen tussen de negentien Eurolanden doen Nederland en Italië alsof ze alleen met het eigenbelang bezig zijn geweest. De Nederlandse Minister van Financiën Hoekstra zegt zelfs: ‘we hebben gewonnen!’ Dat kan natuurlijk nooit als je met 19 landen om tafel zit! Dan speel je een gevaarlijk spel met de geloofwaardigheid van de samenwerking.”

Lang kan dat spel niet duren, waarschuwt Segers. “Als je dit te lang doet, zien mensen in je eigen land dat er iets niet klopt: of je uitspraak klopte meteen al niet, of je had onvoldoende overzicht over het politieke krachtenveld en moet achteraf alsnog toegeven dat de zaken anders liggen.” Het is dus de verantwoordelijkheid van nationale regeringen om hun bevolking een zo compleet mogelijk verhaal te bieden over wat Europa voor hen doet, wat het niet doet, en over wat dat kost en opbrengt, vindt Segers. “Maar als je te weinig moeite doet om eerlijk te zijn, kan je dat completere verhaal niet bieden”, concludeert hij droogjes.

Hoewel de coronacrisis Europese samenwerking niet makkelijker maakt, ziet Segers ook lichtpuntjes. “Een onverwachte crisis als deze dwingt je scenario’s te overwegen die je normaal gesproken links laat liggen. Zo begeeft de Europese Commissie zich voor het eerst op sociaaleconomisch terrein met het plan voor een soort deeltijd-WW-regeling. Dat is niet alleen een innovatieve zet, maar misschien ook een adequate. Zo kan de EU beantwoorden aan de vraag die leeft: wat levert de Europese integratie nu eigenlijk op in het dagelijks leven?”

Vijftig tinten grijs

Als de EU écht iets wil betekenen in het dagelijks leven, moet er nu politiek intensiever worden samengewerkt, vinden sommigen. Volgens sommige leiders, waaronder president Macron, is de huidige crisis zelfs het moment van de waarheid voor de EU. Segers: “De coronacrisis is een uitdaging, maar Europese verdragen bieden vaak een uitweg. Die zijn algemeen en laten veel ruimte voor regionaal en tijdelijk maatwerk. Daar wordt veel te weinig naar verwezen. Men grijpt vaak meteen naar een politieke unie. Het idee dat daarmee de zaak kan worden opgelost, is een illusie.”

En dat het moment van de waarheid zou zijn aangebroken?

Ook dat betwijfelt Segers: “Er hebben zoveel “existentiële” crises plaatsgevonden in de Europese geschiedenis. Juist omdat de afspraken zo algemeen zijn, is de Europese samenwerking altijd vloeibaar. Noch een Europese superstaat, noch een terugkeer naar een wereld zonder Europese samenwerking is realistisch. Dus kom je in de 50 tinten grijs daar tussenin. Daar liggen duizend-en-een mogelijke combinaties.”

De kunst is om een combinatie te vinden die werkt voor jou en voor de anderen. Daarbij is zelfreflectie geen overbodige luxe. Na de moeizaam verlopen onderhandelingen raadde Segers Minister Hoekstra aan De Toverberg van Thomas Mann te lezen om de zorgen van de zuidelijke landen beter te begrijpen en een realistischer zelfbeeld te vormen. Ook voor de lezer van dit artikel heeft Segers een tip. Uit een van zijn boekenkasten haalt hij De Brug over de Drina van Joegoslavische schrijver Ivo Andrić.

“Dat gaat over de Balkan, het beslaat eeuwen”, vertelt Segers enthousiast. “De brug is de hoofdpersoon. Het gaat over de lotgevallen van een regio die een speelbal is van geopolitieke krachten: je hebt altijd te maken met omstandigheden die je toekomst in hoge mate bepalen zonder dat je die écht kunt beïnvloeden. Het is een prachtig boek om wat realiteitsbesef bij te brengen, en het laat de schoonheid en tragiek van culturele verschillen zien. Daar valt veel van te leren.”

Door: Bron: Nieuwsbrief Studio Europa Maastricht, Philip Driessen (fotografie)