Hoe mooi mag een vervuild landschap zijn?

Wie langs de meanderende Geul wandelt, ziet een ansichtkaart. Glooiende hellingen, vakwerkhuizen, grazende koeien, een watermolen die het landschap ritme geeft. Maar onder dat idyllische beeld schuilt een ongemakkelijke realiteit: vervuild slib, eeuwenoude mijnbouw, stikstofdruk en klimaatverandering.

Precies in dat spanningsveld tussen schoonheid en ongemak, ontstond een bijzondere samenwerking tussen Natuurmonumenten en onderzoekers van het onderzoeksprogramma Arts, Media and Culture van de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Wat begon als een onderzoek naar historische watermolens groeide uit tot een gezamenlijke zoektocht naar hoe je een landschap beheert dat tegelijk prachtig én toxisch is.

Van jargon naar betekenis

“Natuurmonumenten wil natuur, erfgoed en landschap beschermen én ontwikkelen,” zegt André Hassink, programmamanager voor Natuurmonumenten in Limburg. “Maar als vereniging moeten we ook maatschappelijk relevant blijven. We merken dat we vaak spreken vanuit jargon – natuurontwikkeling, biodiversiteit, Europese regelgeving. Dat werkt niet altijd. Taal moet aangepast worden,” 

“Met een boer praat je daarom over landbouwbeleid,” legt hij uit. “Terwijl je tegen een bewoner zegt: dit is onze boom. Die verbreding van taal – van beleidsdocument naar gedeeld verhaal – was een belangrijke aanleiding om samen te werken. We zitten dicht bij de samenleving,” zegt André. “Maar hoe geven we dat vorm? Niet alleen met papieren plannen achter een bureau, maar in het veld, in gesprek met mensen.”

Het onderzoeksproject ‘Rivier Atelier’, geleid door Christian Ernsten, Universitair Docent Erfgoed Studies, en Claartje Rasterhoff, Universitair Docent Cultuurbeleid & Management, bood precies die ruimte. Geen klassiek opdrachtonderzoek waarbij een externe partij een vraag beantwoordt, maar een gezamenlijke reflectie. “Het bijzondere was dat we niet steeds dachten vanuit wat Natuurmonumenten wil,” zegt Claartje. “We bleven onafhankelijk, maar wel in directe verbinding. Dat maakt het ingewikkelder – en interessanter.”

Het Geuldal als spiegel

De keuze voor het Geuldal als onderzoeksplek was geen toeval. Het gebied wordt deels beheerd door Natuurmonumenten en geldt als een van de meest karakteristieke landschappen van Zuid-Limburg. Tegelijk is het een plek waar meerdere geschiedenissen door elkaar lopen: landbouw, natuurbescherming, toerisme, mijnbouw en waterbeheer. “Als natuurbeheerder weet je soms niet wat je moet doen,” zegt André. “Er zijn zoveel invalshoeken. Wat is een goede keuze? Wat vinden mensen belangrijk? De overheid werkt soms met oude informatie. Wij hadden behoefte aan een nieuw perspectief.”

De Geul is historisch vervuild door zinkmijnbouw. Zwemmen mag niet, landbouw langs de oevers is beperkt. Toch ervaren bezoekers het gebied als schoon en idyllisch. Die paradox werd het hart van het onderzoek.

Het Rivier Atelier onderzocht de historische watermolenlandschappen langs de Geul, met onder meer de Volmolen als casus. Watermolens functioneerden eeuwenlang als slimme systemen van waterbeheer. In tijden van droogte hielden ze water vast; bij overvloed reguleerden ze de stroom. “De molen is geen museumstuk,” zegt Christian. “Het is een voorbeeld van hoe mensen vroeger met water samenwerkten.” Maar tijdens het onderzoek werd duidelijk dat klimaatverandering oude vervuiling opnieuw zichtbaar maakt. Overstromingen brengen toxisch slib naar boven. Wat begon als een erfgoedstudie, groeide uit tot een bredere reflectie op beheer.

Geuldal Bob Luijks

Van beslissen naar samen ontwerpen

Voor Natuurmonumenten betekende dat ook kritisch naar zichzelf kijken. “Vroeger was het: ik ben beheerder en ik beslis wat hier gebeurt,” zegt André. “Nu voelen we sterker dat we samen met de omgeving koers moeten bepalen. Dat vraagt een andere houding.” 

Die verschuiving raakt aan een grotere transitie: van top-down beheer naar gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het onderzoek bood ruimte om die beweging te verkennen, zonder meteen met pasklare oplossingen te komen. “Als je financier bent van onderzoek, vraag je eigenlijk aan anderen om kritisch naar je te kijken,” zegt André. “Maar hier keken we ook naar onszelf. Dat is spannend, maar noodzakelijk.”

Claartje benadrukt dat het project niet bedoeld was om één definitief antwoord te geven. “De vraagstukken zijn te complex. Maar we hebben wel het gesprek geopend: hoe beheer je een landschap waarin schoonheid en vervuiling samenkomen?”

Een krant als gesprekstarter

In plaats van te mikken op een klassiek academisch artikel, koos het team samen met Natuurmonumenten voor een krant als eerste resultaat. Duizend exemplaren, bedoeld voor workshops, studenten en professionals. “Normaal werk je toe naar een boek of artikel,” zegt Claartje. “Nu moesten we tussentijds schrijven, terwijl het onderzoek nog niet ‘af’ was. Dat was spannend, maar bewust. Want kennis zit niet alleen bij onderzoekers, ook in het veld.” 

Voor André bleek het tastbare karakter van de krant essentieel. “Als je iemand spreekt, kun je iets meegeven. Het nodigt uit tot een vervolggesprek.” De krant markeert geen eindpunt, maar een tussenfase. André beschrijft het als een golfbeweging: een product landt, mensen gaan ermee aan de slag, er ontstaan nieuwe vragen. “Dat is misschien wel het mooiste,” zegt hij. “Het stopt niet na het onderzoek. Je bouwt een netwerk op, een band. De gunfactor wordt groter. Je denkt samen na over de volgende stap.”

Geuldal krant

Een landschap in beweging

Wat het Rivier Atelier duidelijk maakte, is dat het Geuldal geen bevroren decor is. Het is een levend systeem waarin industrialisatie, natuurbehoud, landbouw en toerisme naast elkaar bestaan. Het onderzoek bracht ook ongemakkelijke vragen naar boven. Over het zinkviooltje dat groeit op vervuilde grond. Over bezoekers die het gebied als puur ervaren. Over hoe we collectief omgaan met toxische erfenissen.

“We kiezen er soms voor om dingen niet te zien,” zegt Christian. “Pas als het een gezondheidsprobleem wordt, vinden we het belangrijk.” Voor André ligt daar juist de kracht van samenwerking. “Je hebt creativiteit nodig. Kunstenaars, ontwerpers, boeren, onderzoekers. Mensen die samen een nieuwe toekomst willen ontwerpen.” Hij ziet kansen in wandelingen, gezamenlijke verkenningen, gesprekken in het veld. “Bestuurders nemen vaak besluiten op basis van dossiers. Hoe mooi zou het zijn als ze eens meewandelen? Over de drempel stappen, het gebied ervaren, en dan besluiten.”

Meer dan een project

Officieel is het project afgerond. Maar niemand spreekt over afsluiting. Er wordt nagedacht over vervolgstappen, nieuwe vormen van samenwerking, misschien zelfs een fysieke plek waar onderzoek en praktijk elkaar blijven ontmoeten. Het budget was bescheiden. De impact groter dan verwacht. “Met kleine middelen word je creatiever,” zegt André. “En misschien ook eerlijker.”

Wat overblijft is geen simpel antwoord op de vraag hoe mooi een vervuild landschap mag zijn. Wel een gedeeld besef dat beheer meer is dan beschermen. Het is luisteren, verbinden, en soms ook confronteren.

Door: Eva Durlinger

Portretfoto door: Claire Gilissen

Geuldal foto door: Bob Luijks voor Natuurmonumenten

Lees ook

  • Onderzoek naar de keukentafel brengen

    In samenwerking met Studio Europa Maastricht vertaalde Katleen Gabriels haar onderzoek naar kinderen en Snapchat in een policy brief die academie en beleid verbindt. Het initiatief toont hoe UM onderzoek structureel omzet in maatschappelijke impact in Brussel, Den Haag en daarbuiten.
    Researchers
    MUSTS - SEM
  • Wanneer onderzoek de stad binnenkomt

    Films, gesprekken en gedeelde ruimte brachten academici, studenten en inwoners samen en maakten complex onderzoek zichtbaar, sociaal en toegankelijk buiten de universiteit.
    Researchers
    Lumiere X GTD profile pic