Proefdierkundig onderzoek

Alle medicijnen die we tegenwoordig kennen, zijn ontwikkeld met behulp van proefdieronderzoek. Zowel voor mensen als voor dieren. En dat geldt ook voor medische behandelingen als bestraling of operatietechnieken. Nog steeds is het ontwikkelen van nieuwe medicijnen of het verbeteren van bestaande behandelingen afhankelijk van proefdieronderzoek. Wetenschappers zijn zelfs wettelijk verplicht om nieuwe behandelingen eerst in minstens twee verschillende proefdieren te testen, voordat ze een studie bij mensen mogen starten.

Proefdieronderzoek aan de UM

Dierexperimenteel onderzoek wordt aan de UM uitgevoerd aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML) en de Faculty of Psychology and Neuroscience (FPN). De Centrale Proefdiervoorzieningen (CPV) biedt de faciliteiten om dit onderzoek uit te voeren.

Aan de UM wordt alleen wetenschappelijk onderzoek verricht op muizen, ratten, konijnen, runderen, varkens, schapen, geiten, zebravissen en soms cavia’s en hamsters. Over het algemeen gaat in 95% van de gevallen om muizen en ratten. Hoeveel dieren worden gebruikt, publiceert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) jaarlijks in Zo Doende.

UM-wetenschappers werken ook aan alternatieven voor proefdieronderzoek. Omdat het naar verwachting nog enkele decennia duurt voor alternatieven volledig voldoen, investeert de UM in verbetering van de proefdiervoorziening, om de kwaliteit van leven van de dieren en de kwaliteit van het onderzoek te verbeteren.

DiersoortAantallen
Muizen1589
Ratten342
Schapen139
Konijnen34
Runderen12
Varkens11
Totaal2127

Bron: ZoDoende, 2023, NVWA

Alternatieven

Op veel gebieden zijn al goede alternatieve methoden ontwikkeld die complementair zijn aan dierproeven, maar op veel gebieden zullen alternatieve methoden en dierproeven nog vele jaren naast elkaar moeten bestaan ​​om vooruitgang te blijven boeken in de (bio)geneeskunde. Met name bij biomedische vraagstukken, waarbij het immuunsysteem of het zenuwstelsel een belangrijke rol spelen, kan de complexiteit van het levende organisme nog niet met alternatieve methoden worden gesimuleerd. De overheid, wetenschap, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zoeken samen naar methoden die dierproeven vervangen, verminderen en verfijnen. Elke vergunningaanvraag voor dierproeven bij de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) moet verantwoorden hoe aan deze 3v’s wordt voldaan. De afgelopen decennia is het aantal gebruikte proefdieren aanzienlijk teruggedrongen en zijn de leefomstandigheden voor de dieren flink verbeterd (zie ook het interview met Andreas Teubner, hoofd CPV).

Vervanging

Steeds meer proeven met dieren worden vervangen door alternatieve methoden. Bijvoorbeeld door computersimulaties die biologische processen in het menselijk lichaam nabootsen. Of door onderzoek waarbij onderzoekers menselijk weefsel gebruiken.

Vermindering

Bij vermindering gaat erom bij elke proef zo min mogelijk dieren gebruiken. Bijvoorbeeld door gegevens van eerdere onderzoeken te gebruiken. Ook leveren nieuwe onderzoeksmethoden meer gegevens op uit minder dieren. Zo is aan de UM een methode ontwikkeld waarmee het aantal hartcellen dat van een proefdier (rat) kan worden gebruikt kan worden verdubbeld, door middel van een technische verbetering van perfusie. Het aantal gebruikte proefdieren kan daardoor met de helft worden verminderd.

Verfijning

Verfijning gaat over het zoveel mogelijk verminderen van het ongemak dat dieren kunnen ervaren voor, tijdens of na het onderzoek. Zo krijgen de dieren pijnbestrijding en worden hun leefomstandigheden zo afgestemd dat ze zich zo natuurlijk mogelijk kunnen gedragen. Als de aard van het onderzoek het toelaat, blijven de proefdieren zo veel mogelijk bij elkaar en houden elkaar gezelschap.

Transparant over dierproeven

Eind 2021 heeft Universiteit Maastricht de Transparantieovereenkomst Dierproeven ondertekend. Hiermee onderschrijven wij het belang van open en transparante communicatie over dierproeven.

In onderstaande video's geven wij een kijkje achter de schermen in de dierproeffaciliteit en spreken we enkele onderzoekers over hun proefdieronderzoek. Hiermee willen we bijdragen aan een beter geïnformeerd en onderbouwd debat in de samenleving over het gebruik van dierproeven.