Minder kans op zittenblijven? De ene school is de andere niet…
Op de ene school blijf je eerder zitten dan op de andere school. Dat heeft niet alleen te maken met hoe een leerling presteert, maar ook met de school zelf. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Maastricht University en Hasselt University.
De onderzoekers ontdekten onder meer dat leerlingen minder vaak blijven zitten op middelbare scholen waar docenten leerlingen extra uitleg of aangepaste opdrachten geven als zij ergens moeite mee hebben. Op scholen met gebrekkige of beperkte onderwijsmiddelen komt zittenblijven juist vaker voor.
Zittenblijven in Nederland
Leerlingen in het voortgezet onderwijs blijven relatief vaak zitten. Dit jaar doen bijvoorbeeld gemiddeld zo'n twee leerlingen per middelbare schoolklas in Nederland hun jaar over. Daarmee behoort Nederland tot de landen met de hoogste percentages zittenblijvers in Europa.
Zittenblijven is bedoeld om leerlingen extra tijd te geven om de lesstof onder de knie te krijgen. Toch laat eerder onderzoek zien dat het niet altijd helpt. Leerlingen raken soms juist minder gemotiveerd of krijgen minder vertrouwen in school. Op langere termijn kan zittenblijven zelfs samenhangen met slechtere schoolprestaties en minder gunstige kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast blijven leerlingen uit kwetsbare gezinnen vaker zitten dan leerlingen uit kansrijkere gezinnen, zelfs bij vergelijkbare cijfers.
De school maakt verschil
Ondanks dat veel leerlingen blijven zitten, is er nog relatief weinig kennis over hoe het bredere onderwijssysteem bijdraagt aan zittenblijven. “Tot nu toe richtte onderzoek naar zittenblijven zich vooral op de leerling zelf. Maar daarmee wordt de rol van de school over het hoofd gezien. Scholen maken keuzes over de begeleiding, ondersteuning en beoordeling van leerlingen. Daardoor kan dezelfde leerling op de ene school wel overgaan en op een andere school blijven zitten.”, aldus onderzoeker Janneke Pepels.
De onderzoekers bekeken gegevens van ruim 124.000 leerlingen op bijna 6.000 scholen in 24 landen. Ze ontdekten dat leerlingen op scholen met veel kinderen uit kwetsbare gezinnen vaker blijven zitten, ook als rekening wordt gehouden met hun individuele prestaties. Dat wil zeggen dat dezelfde leerling, bij gelijke prestaties, op de ene school meer kans heeft om te blijven zitten dan op de andere. De school zelf speelt dus een rol, los van de leerling.
Concrete verschillen tussen scholen
De onderzoekers zagen duidelijke verschillen in de manier waarop scholen omgaan met leerlingen die achterstanden oplopen. Op sommige scholen krijgen leerlingen bijvoorbeeld extra uitleg in kleine groepjes, aangepaste opdrachten op hun eigen niveau, of tijdelijk extra ondersteuning voor een moeilijk vak zoals wiskunde of talen. Op zulke scholen blijken leerlingen minder vaak te blijven zitten. Scholen met tekorten aan onderwijsmiddelen hebben juist vaker te maken met zittenblijven. Denk aan verouderde computers, te weinig rustige werkplekken, of een gebrek aan recente lesboeken. Dat kan het moeilijker maken om leerlingen goed te onderwijzen.
Wat betekent dit voor ouders en scholen?
Volgens de onderzoekers laat het onderzoek zien dat zittenblijven niet alleen een probleem van individuele leerlingen is, maar ook samenhangt met hoe scholen onderwijs organiseren. Dat biedt ook aanknopingspunten voor oplossingen. De resultaten suggereren dat scholen zittenblijven mogelijk kunnen beperken door eerder extra hulp aan te bieden, beter aan te sluiten bij verschillen tussen leerlingen en docenten meer ruimte te geven voor begeleiding op maat.
Voor beleidsmakers betekent dit dat extra investeringen in begeleiding en onderwijsvoorzieningen vooral belangrijk kunnen zijn op scholen met veel kwetsbare leerlingen.
En voor ouders die een middelbare school kiezen, kan het zinvol zijn om niet alleen naar slagingspercentages te kijken, maar ook naar vragen als: Hoe begeleidt de school leerlingen die achterlopen? Is er extra ondersteuning mogelijk? Hoe gaat de school om met zittenblijven?
De resultaten wijzen erop dat goede begeleiding en ondersteuning kunnen helpen om zittenblijven te beperken.
Lees ook
-
Eigenaren familiebedrijven missen vaak een goede voorbereiding op hun rol
Eigenaren van familiebedrijven vinden zichzelf onvoldoende voorbereid op hun rol. Waar opvolging in het werken binnen het familiebedrijf zorgvuldig wordt besproken, blijft aandacht voor het toekomstige eigenaarschap en de bijbehorende verantwoordelijkheden vaak uit.UM news
-
Roy Broersma (CEI): Aestuarium begeleiden van idee tot onderneming
Roy Broersma, director of the Center for Entrepreneurship & Innovation (CEI) at SBE, has been closely involved in guiding Aestuarium from an early student startup to a growing venture. From spotting their potential during the Brightlands Startup Challenge supporting them through CEI.Featured,Human interest enUM news
-
Ondanks ruimere arbeidsmarkt voorlopig geen einde aan krapte in de zorg, onderwijs en techniek
Interessante bevindingen uit het rapport ‘De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2030’ van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht.UM news