Weg met onderdanigheid: tijd voor een assertief Europa
Europa moet een harde waarheid onder ogen gaan zien: het veiligheidsnet dat de Verenigde Staten ooit boden, is aan het afbrokkelen en Europa zal op eigen benen moeten gaan staan. Politieke onmacht, een zwakke legermacht en toenemende Russische agressie vragen om een meer eengemaakte Europese defensie – één die is gebaseerd op voldoende slagkracht, een gedeelde strategie en hernieuwde democratische veerkracht.
Europa moet een onafhankelijke defensie opbouwen die niet onderhevig is aan de Amerikaanse grillen. Dat is, in een notendop, het standpunt van Yf Reykers, onderzoeker op het gebied van internationale relaties. “De verschuiving van de aandacht van de VS van Europa naar de Indo-Pacific-landen is al een tijdje gaande”, zegt hij. Met Kamala Harris als president zou dat voor Europa niet anders zijn geweest, het zou hooguit wat competenter zijn gecommuniceerd. Het enige verschil dat er volgens Reykers eventueel is, is dat Europa nu is wakker geschud door het gebrek aan diplomatie en retoriek van Trump.
Reële Russische dreiging
Met de oorlog voor de deur moet Europa nu in actie komen. “De onvermijdelijke overwinning van Rusland is een vals voorwendsel. Deze oorlog zal niet worden beëindigd door een duidelijke overwinning, maar eerder door een schikking”, vertelt Reykers. De inlichtingendiensten schatten dat Rusland na de oorlog zo'n zes maanden nodig zou hebben om opnieuw voldoende capaciteit op te bouwen om een van de Baltische staten aan te vallen, en drie tot vijf jaar voor een grootschalige aanval op Europa. “Poetin zal blijven proberen een groter Rusland te realiseren, niet alleen door middel van militaire aanvallen, maar ook via hybride oorlogsvoering, waaronder het verspreiden van desinformatie.”
Symbolische gebaren, zoals de belofte om 5% van het bbp aan defensie te besteden, verhullen het onderliggende probleem, namelijk dat Europa afhankelijk is van de krijgsmacht en politieke steun van de VS. “De annulering van wapenleveringen van de VS aan Oekraïne onderstreept dat het land niet meer te vertrouwen is.” Maar in Europa zijn de krijgsmacht, wapenuitrusting, defensie-industrieel beleid en vooral ook de politieke en burgerlijke bereidheid beperkt.
Europese besluitvorming ongeschikt
“We hebben geen strategie voor Oekraïne, mede omdat defensie vooral een nationale aangelegenheid blijft op basis van EU-Verdragen”, legt Reykers uit. Aangezien defensiebesluiten worden genomen door de Europese Raad, moeten overheden het unaniem met elkaar eens zijn. Eén enkele veto – vaak van Viktor Orbán, een corrupte man die dicht bij Poetin staat – is voldoende om een besluit tegen te houden. “Het besluitvormingsproces is niet geschikt voor het doel. Alsof je een restaurant probeert uit te kiezen met 27 vrienden.”
Alle recente lapmiddeltjes – zoals de aanstelling van een Europese commissaris voor defensie die toezicht houdt op industriële defensie-investeringen en deze coördineert – ten spijt: volgens Reykers is een grotere hervorming noodzakelijk. “Idealiter zouden we overgaan naar een stemming met gekwalificeerde meerderheid, maar de kans dat we dat kunnen realiseren is klein, aangezien deze verdragswijziging unaniem moet worden goedgekeurd.”
Een steeds groter wordende EU brengt ook een toenemende diversiteit aan perspectieven en prioriteiten met zich mee. “We moeten de institutionele architectuur herzien”, gaat Reykers verder. “Een aantal kernlidstaten zou een Europese Veiligheidsraad kunnen vormen die de strategische richting bepaalt voor de unie in zijn geheel.” Op de kortere termijn acht hij kleinere coalities van Europese landen op basis van gemeenschappelijke nationale belangen echter waarschijnlijker.
Diplomatiek en economisch gewicht
De Russische oorlog in Oekraïne laat ook zien dat Europa het gat dat de VS achterlaten niet kan opvullen, ook al is het economisch gezien sterk genoeg om een aanzienlijke hoeveelheid financiële steun te bieden. “Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben hun defensiebudgetten sterk verhoogd en de Noordse landen zelfs nog meer. Andere landen, zoals Spanje en Italië, hebben hun steun juist teruggeschroefd. Maar alle Europese landen samen kunnen niet tippen aan de capaciteit van de VS qua wapens, uitrusting en paraatheid.” Europa wordt belemmerd door de ‘nationale reflex’ van landen om de impact op de nationale budgetten te beperken en de eigen industrieën te bevorderen.” Het resultaat is fragmentatie en een onsamenhangende groep relatief kleine landen.
Reykers roept op tot een eengemaakte Europese defensie-industrie, of op zijn minst aanzienlijk grotere consortia, die gezamenlijk aankopen doen om schaalvergroting mogelijk te maken en innovatie te stimuleren. Meer Europese integratie is de enige weg vooruit, maar op zichzelf nog altijd niet voldoende. Nu Amerika zijn rol als mondiale veiligheidsspeler neerlegt, moet Europa de blik richten op andere landen die hier ook door worden getroffen. “We moeten meer investeren in het aangaan en uitbreiden van samenwerkingsverbanden op het gebied van veiligheid met landen als Canada, Australië, Japan en India.” Volgens Reykers moeten we de diplomatieke capaciteit van de EU niet onderschatten, met name in combinatie met haar economische gewicht. “Overheden moeten beter communiceren wat de EU allemaal bereikt en wat daar de voordelen van zijn.”
“Overheden moeten beter communiceren wat de EU allemaal bereikt en wat daar de voordelen van zijn.”
Yf ReykersVeiligheid boven defensie
Het wordt cruciaal om de NAVO zo te hervormen dat ze ook zonder de VS kan functioneren. De onlangs vastgestelde defensiebudgetten zijn echter geen wondermiddel. “Het risico bestaat dat landen creatief gaan boekhouden en elkaar gaan overtroeven.” En dan zijn er nog andere problemen, zoals de afhankelijkheid van Amerikaanse wapenproducenten en ondersteunende organisaties zoals de inlichtingendiensten. Ook hebben we geen Europees alternatief voor cloudsystemen.”
Om autonoom en strategisch assertief te zijn, moet Europa haar eigen veiligheid kunnen waarborgen. “Maar we moeten onze veiligheid veel ruimer bekijken, in termen van maatschappelijke veerkracht. Denk bijvoorbeeld aan ziekenhuizen, infrastructuur, voedselketens, communicatiekanalen enzovoorts.” We zijn niet klaar en zullen ook nooit klaar zijn voor een rechtstreekse militaire aanval, maar die kans acht Reykers ook klein. Waarschijnlijker is een hybride aanval, al is Reykers al even sceptisch over hoe goed Europa daarop voorbereid is.
Maatschappelijke veerkracht
“We leven in een tijd van geopolitieke onzekerheid en we zouden ons meer zorgen moeten maken over maatschappelijke veerkracht”, zegt Reykers. De pandemie heeft laten zien hoe zwak de zingeving en burgerzin zijn in onze hyperindividualistische cultuur. “Er is ook een grote rol weggelegd voor universiteiten. Russische desinformatiecampagnes ondermijnen onze democratieën. Waar halen mensen hun informatie vandaan? Hoe beïnvloedt dat hoe ze stemmen en zich gedragen?”
Reykers: “Als universiteit moeten we de context waarin we leven duiden en de hele maatschappij – dus niet alleen studenten – voorlichten over hoe ze met informatie moeten omgaan.” Maatschappelijke veerkracht is meer dan alleen het nastreven van gemeenschappelijke economische en veiligheidsgerelateerde doelen. “We moeten kijken naar ons geloof in democratie, liberalisme en multilateralisme. We moeten investeren in het gemeenschapsgevoel en bereid zijn om elkaar te helpen.”
Tekst: Florian Raith
Fotografie: Philip Driessen
“We moeten investeren in het gemeenschapsgevoel en bereid zijn om elkaar te helpen.”
Yf ReykersLees ook
-
Nieuw onderzoek brengt femicide in Nederlandse rechtspraktijk in kaart
In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum deden Laurie Ritzen en Suzan van der Aa onderzoek naar femicide in de Nederlandse rechtspraktijk.
-
Van laarzen naar data: samenwerking is onmisbaar voor de tuinbouw van morgen
De boer van de toekomst loopt niet met zijn laarzen door de modder over het veld. Hij zit achter een scherm, stuurt robots aan en neemt beslissingen op basis van data. Die technologische ontwikkeling maakt de tuinbouwsector niet alleen innovatiever, maar ook complexer.
-
“Het gaat om wie ze zijn, niet om waar ze voor staan”: de lange weg naar gendergelijkheid in de EU-politiek
Studio Europa sprak met Julia van Zijl, onderzoeker op het gebied van gender en politiek aan de UM en de Universiteit van Birmingham, over vrouwelijke vertegenwoordiging in de Europese politiek en de uitdagingen waarmee vrouwelijke kandidaten tijdens verkiezingscampagnes worden geconfronteerd.