Tasmaanse maker
Anna Harris werd onlangs benoemd tot hoogleraar Anthropology and Medicine. De weg daarnaartoe was lang: van een medische opleiding aan de andere kant van de wereld tot onderzoek naar de invloed van de zintuigen en materiële creativiteit op de medische praktijk.
"Ik las bibliotheekboeken tussen de eucalyptusbomen." De Australische Anna Harris groeide op aan Groningen Road in Kingston, een buitenwijk van de Tasmaanse hoofdstad Hobart, waar veel Nederlandse immigranten woonden. Slechts een paar meter verderop begonnen de ongerepte bossen. Haar ouderlijk huis was ontworpen door haar vader. "Het is heel modernistisch. Zijn ouders grapten altijd dat het op een squashbaan leek."
Haar moeder werkte als assistente van een kunstdocent. "Ik was altijd omringd door kunstbenodigdheden en we woonden in feite in een architectenbureau. Mijn beide ouders zijn makers en dat is iets wat ik tot op de dag van vandaag cultiveer. Het is niet eens een hobby, het is gewoon wat ik doe." Ze wijst naar een gebreide baarmoeder die aan de muur van haar kantoor hangt. Het laat zien dat ze erin is geslaagd om ambachten te integreren in haar onderzoek, of het nu als methode, thema of pedagogische aanpak is.
Andere tijd, andere plek
Op haar katholieke meisjesschool kreeg Harris een goede opleiding, al was het er wel wat oubollig. "Ik droeg bruine kleding met krijtstreepjes en handschoenen – het was allemaal nogal jaren ’50. Als je het hebt over provinciale clichés dan is Tasmanië het Limburg van Australië." Naast biologie werd er ook ‘huwelijksles’ gegeven, bedoeld om meisjes voor te bereiden op een leven als goede katholieke huisvrouwen. De lessen omvatten onder meer de ovulatiemethode van Billings om zwangerschappen te plannen.
"Het liet me zien dat verschillende manieren van denken naast elkaar kunnen bestaan,” zegt ze met een glimlach. Na haar eindexamen werden de labfaciliteiten in de practicumlokalen gesloopt en vervangen door keukenapparatuur – een causaal verband werd nooit aangetoond. Voor verschillende bètavakken was ze aangewezen op een eliteschool voor jongens.
"Ik vond het verschrikkelijk. Er waren veel pretentieuze wannabe-artsen in chique uniformen, maar het was etnografisch interessant." Ze ontwikkelde er een blijvende afkeer van hiërarchisch denken. "Het is complexe materie; het is makkelijker om je weg te vinden in duidelijke hiërarchieën. In de Nederlandse academische wereld wordt gedaan alsof de hiërarchieën hier plat zijn, maar mensen reageren wel degelijk anders als jouw status is veranderd. Daar moet je mee leren omgaan."
Van genezen naar begrijpen
Op school vond ze zowel de bètavakken als literatuur leuk. "Ik stelde een visie samen uit willekeurige stukjes advies. Mijn buren zeiden dat, als ik medisch onderzoeker wilde worden, ik geneeskunde moest gaan studeren. Dat klonk logisch, vond ik." Ze studeerde in Tasmanië, met de bedoeling om over geneeskunde te schrijven in plaats van het te beoefenen. "Slechts 50 mensen deden de opleiding en het was er niet erg competitief. We wilden allemaal dat iedereen zou slagen en dat we ondertussen een leuke tijd zouden hebben."
Dat wil niet zeggen dat het allemaal van een leien dakje ging. "Ik had natuurlijk mijn twijfels. Als je eenmaal basisarts bent, moet je beslissingen nemen over leven en dood, en dat was niets voor mij." Heeft ze er ooit spijt gehad dat ze geen arts is geworden? "Nou ja, ik zie dat mijn vroegere klasgenoten in hun vrije tijd in hun tweede huis zitten, terwijl ik hier e-mails zit te schrijven..."
Antropologie kwam in haar leven door het plezier dat ze beleefde aan de interviews voor medische casussen. Ze deed een masteropleiding in Melbourne, een uitgesproken hippe metropool, waar ze zich in het begin een provinciaaltje voelde. "Medische antropologie was een bijzondere ervaring: we waren met heel weinig mensen, die zeer uiteenlopende achtergronden hadden, van paramedicus en verpleegkundige tot antropoloog en socioloog. We zijn nog steeds heel goed bevriend."
Voorbij disciplines en culturen
Interdisciplinariteit is de rode draad in haar werk. "Op papier klinkt het geweldig, maar het is veel werk en in het begin heel confronterend. Ik ben afgestudeerd aan de medische faculteit zonder ooit iets te hebben gehoord over het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Het kostte me maanden om mijn hersenen te herconfigureren... Je moet altijd je aannames over methodologie loslaten voordat je interdisciplinaire discussies aangaat."
Die eerste schok en de daaropvolgende leercurve beïnvloedt haar werk tot op de dag van vandaag, nu ze etnografie, zintuiglijke methoden en aandacht voor materialen en infrastructuur samenbrengt om te onderzoeken wat het betekent om geneeskunde te 'voelen', te leren en te beoefenen.
Het leiden van een interdisciplinair onderzoeksteam is een uitdaging, zegt ze. "Hoe kan ik zowel de mensen in mijn onderzoeksgroep als het project helpen om succesvol te zijn?" Een van haar belangrijkste criteria bij het aannemen van medewerkers is eigenzinnigheid. "Ik wil mensen die op onconventionele manieren denken, ook al zijn ze heel anders dan ik. Je moet harder werken om synergieën te creëren, maar het is het waard."
Harris volgt leiderschapscoaching en vraagt anderen om advies. "Ik heb niet alle antwoorden, maar ik kan me goed inleven; ik was zelf een nogal onhandelbare postdoc." Ze is niet overdreven dol op haar vele managementtaken. "Ik besteed zoveel tijd aan administratieve taken dat het lastig is om tijd vrij te maken om na te denken over onderzoek." Vrolijk wijst ze naar een stoel die met de rug naar haar bureau toe staat: "Die heb ik hier neergezet zodat ik ook echt boeken kan lezen."
Van rode woestijnen naar het magische Maastricht
Tijdens haar promotie in Melbourne ontmoette Harris haar man Thomas op een blind date die door vrienden was geregeld. "Het was echt liefde op het eerste gezicht. Voordat we naar Europa vertrokken, gingen we op een ongelooflijk Australische huwelijksreis met rode woestijnen en weidse luchten." Thomas is klinisch psycholoog. "Hij probeerde zich te registreren voor klinisch werk in Nederland, maar dat was erg moeilijk. Ironisch genoeg ging mijn proefschrift over de obstakels waarmee buitenlandse clinici te maken krijgen bij registratie in Australië."
Harris kwam naar de UM als postdoctoraal onderzoeker onder professor Sally Wyatt. Dat was toeval, omdat “haar voorkeurskandidaat van gedachten was veranderd”. Ze hoorde voor het eerst over Maastricht toen het werd genoemd als casestudy in een paper over de immateriële aspecten van een plek. "Er stond een foto in van een straat met kinderkopjes, waar ik helemaal weg van was." Dit droombeeld bleek een voorspellende waarde te hebben. "Ik woon nu in zo'n straat!"
Haar aankomst in 2010 staat haar nog helder voor de geest. "Het was een winter met veel sneeuw, zoals we die sindsdien niet meer hebben gehad. Maastricht op haar mooist." In het begin was het moeilijk om mensen te leren kennen, maar nu zijn ze gelukkig in hun pittoreske huis.
"De grootmoeder van mijn buurvrouw is in ons huis geboren. De straat zit vol met traditionele Maastreechse gezinnen. We hebben geïnvesteerd in de gemeenschap en zij hebben ons omarmd." Onlangs zijn zij en haar man geslaagd voor hun tussentijdse examen Nederlands, ook al zegt haar taalbuddy dat "je Nederlands inmiddels wel beter zou moeten zijn".
Ambachten, geneeskunde en antropologie
Over haar tijd als postdoc zegt Harris: "Ik was erg enthousiast, maar voelde me nooit helemaal goed voorbereid. Pas achteraf besef je wat je overdraagbare vaardigheden eigenlijk zijn." Ze leerde onder andere creatief om te gaan met de beperkingen van een project. "Ik voelde het vertrouwen van mijn begeleiders. Ik probeer me altijd te verplaatsen in de mensen die ik nu zelf begeleid."
Harris werd in 2025 hoogleraar en omarmt het eclectische karakter van haar carrière. Ambachten, geneeskunde en antropologie komen samen in haar project The Upcycled Clinic. Daarin onderzoekt ze hoe alledaagse voorwerpen en materialen in ziekenhuizen een nieuwe toepassing krijgen of worden hergebruikt of geüpcycled, met als doel om afval te verminderen, tekorten op te vangen en creativiteit in de zorg te bevorderen.
Een voorbeeld hiervan is het eerste dialyseapparaat, dat werd gemaakt van afgedankte onderdelen van wasmachines, worstvelletjes en blikjes. "Het gaat over elke spontane innovatie in alledaagse situaties. Denk bijvoorbeeld aan verpleegkundigen die tijdens de pandemie chirurgische handschoenen vulden met warm water om de temperatuur van patiënten te verhogen. Of aan het overwinnen van het gevoel van isolatie als gevolg van quarantaine."
Creativiteit stimuleren
Opnieuw wijst ze naar de gebreide baarmoeder. "Niet-traditionele, niet-dominante ideeën kunnen veel creativiteit stimuleren, en ik zie een groeiende behoefte om dingen tastbaar te maken." Natuurlijk is er ook weerstand. "Er heerst een zekere minachting voor de 'vrouwelijke kunsten'; wanneer je innovatie in onderwijs of onderzoek wilt bevorderen, doe je er verstandig aan om de setting waarin je dat doet zorgvuldig te kiezen.”
In plaats van lange theoretische verhandelingen geeft Harris de voorkeur aan onconventionele formats. Voor haar betekent ‘dingen maken’ dat je je bewust wordt van je lichaam. Daarbij moet je je hyperkritische cognitieve kant, die geneigd is om te redigeren en daarmee creativiteit te verstikken, op een lager pitje zetten. "Het ontbreken van constant oogcontact vermindert ook de druk. Het maakproces hoeft niet per se verband te houden met het thema dat op dat moment aan de orde is."
Zowel het bedenken van onderzoeksideeën als het maken van dingen gaan ’s avonds gewoon door. "Onze eettafel heeft een knutselhoek, tot ergernis van mijn man,” zegt ze met een lach. Gelukkige timing hielp haar om carrière en gezin te kunnen combineren. "Toen ik ontdekte dat ik zwanger was, was ik 39 en had ik al veel tijd in onderzoek geïnvesteerd. Gelukkig had ik net een vast contract gekregen en hoefde ik niet langer in onzekerheid te leven."
Thomas kon ouderschapsverlof opnemen en hun zoon Bastian, nu 9, ging al op jonge leeftijd naar de kinderopvang. "Dat heeft hem goed gedaan: hij spreekt vloeiend Nederlands met een Limburgs accent." Hij heeft zich ook aangepast aan de academische omgeving. Tijdens een publieksevenement van de UM hielp hij mee met een stethoscoopworkshop. "We hadden identieke doktersjassen – zo schattig! Hij verloor echter snel zijn interesse in lesgeven..." Bastian heeft onlangs leren haken en Harris beschrijft zijn slaapkamer als half technische werkplaats, half kunstatelier. "Ja," zegt ze met een glimlach, "hij is ook een maker."
Tekst Florian Raith
Fotografie Hannah Lipowsky
Lees ook
-
Jolijn: “Overdag studeer ik geneeskunde. ’s Avonds sta ik zingend en dansend op het podium”
Tijdens de opening van het academisch jaar 2025 stond Jolijn van Vugt zingend en dansend op het podium van het Theater aan het Vrijthof. Als artiest om precies te zijn. De 21-jarige geneeskundestudent combineert haar studie namelijk met zingen en dansen op hoog niveau. Ze danst bij de Maastrichtse...
-
EU-migratie- en asielpact: een gamechanger of gedoemd te mislukken?
Studio Europa sprak met Lilian Tsourdi, hoogleraar en Jean Monnet Chair in Europees migratierecht en migratiebestuur aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht over de invloed van het EU-migratie- en asielpact (het Pact).
-
De staat van het Unierecht: “Wil de EU haar fundamentele waarden kunnen verdedigen, dan moeten de lidstaten die ook ondersteunen.”
In het kader van de conferentie De staat van het Unierecht, die op 12 juni werd gehouden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht, sprak Studio Europa Maastricht met Ben Smulders, Nederlands rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU).