Gezond eten is een goed advies, maar er is één grote blinde vlek
De strijd tegen ultrabewerkte voeding is in volle gang. Beleidsmakers zijn het erover eens dat we minder bewerkt moeten eten. Vaker zelf koken en wegblijven van pakjes en zakjes, luidt dan ook het advies. Maar daarbij is wel sprake van één grote blinde vlek, signaleert Madhura Rao, universitair docent Food Systems Governance for Planetary Health bij de Faculty of Science and Engineering. Het extra werk dat gezond(er) eten met zich meebrengt, komt nog altijd vooral op het bord van de vrouw terecht. Waarom vergroot gezondheidsbeleid de genderkloof?
De onzichtbare last van “foodwork”
Nu het aantal mensen met obesitas en welvaartsziekten als diabetes al jaren toeneemt, proberen overheden consumenten meer te sturen in hun maaltijdkeuzes. Dat doen ze met belastingen op ongezonde producten, maar bijvoorbeeld ook met de Nutri-Score, waarschuwingen op verpakkingen of grotere campagnes. Zo lanceerde het Voedingscentrum laatst nieuwe richtlijnen die ons stimuleren om minder bewerkt rood vlees en meer peulvruchten te eten. Dat is een positieve ontwikkeling, vindt Madhura Rao. Zij houdt zich als universitair docent System Earth Science dagelijks bezig met de impact van voedingskeuzes en -beleid op onze gezondheid en die van de planeet. Toch blijft één vraag vaak buiten beeld: wie doet eigenlijk al het extra werk dat bij gezonder eten komt kijken?
Onderzoek laat zien dat vrouwen niet alleen vaker koken, maar ook een groter deel van het zogenaamde foodwork op zich nemen dan mannen. Juist gezond eten of überhaupt je voedingspatroon veranderen vergt vaak meer foodwork dan kant-en-klaarmaaltijden of sterk bewerkt eten kopen. Rao legt uit: “Met foodwork bedoelen we alle taken die nodig zijn om te zorgen dat een gezin gezond eet. Denk aan boodschappen doen, een menuplanning maken, de koelkast beheren, kortingsacties in de gaten houden en rekening houden met eventuele allergieën en duurzaamheid.”
Hoewel dat alles misschien vanzelfsprekend klinkt, gaat het al met al om een flinke hoeveelheid onzichtbaar werk die in veel heterohuishoudens vooral bij vrouwen terechtkomt. “Dat is opmerkelijk”, vindt Rao. “Er is geen enkele biologische reden om aan te nemen dat vrouwen hier beter in zijn. Plannen, koken en boodschappen doen zijn vaardigheden die iedereen kan ontwikkelen.”
Dr. Madhura Rao is universitair docent Food Systems Governance for Planetary Health bij de Afdeling System Earth Sciene van de Faculty of Science and Engineering. Haar onderzoek richt zich vooral op duurzaamheidstransities in het voedselsysteem, met een bijzondere nadruk op machtsongelijkheid, sociale rechtvaardigheid, onderwijs en overheidsbeleid. Naast haar onderzoekswerk onderwijst ze vakken over voedselsystemen, duurzaamheid en wetenschapscommunicatie aan UM-studenten.
Wereldwijd patroon
Waarom draaien vrouwen dan toch vaker op voor foodwork? Volgens Rao heeft dat alles te maken met traditionele rolpatronen. “Toen vrouwen nog nauwelijks werkten, waren zij verantwoordelijk voor wat we ‘sociale reproductie’ noemen: al het onbetaalde werk dat nodig is om de maatschappij draaiende te houden. Hun huishoudelijke werk maakte het mogelijk dat mannen betaald werk konden doen. Inmiddels werken veel vrouwen buitenshuis, maar nog altijd komt een groter deel van het huishouden bij hen te liggen. Bovendien is het vaak onbetaald en ondergewaardeerd werk. Mannen zijn van oudsher gewend om betaald en gewaardeerd te worden voor hun werk. Misschien vinden ze huishoudelijk werk daarom minder belangrijk om zich mee bezig te houden.”
Nederland is zeker niet het enige land waarin deze genderkloof zichtbaar is. Wereldwijd besteden vrouwen gemiddeld twee keer zoveel tijd aan koken als mannen. Binnen de EU besteedt 79% van de vrouwen dagelijks tijd aan koken en schoonmaken, tegenover 34% van de mannen. In Nederland is die kloof iets kleiner: 81% van de vrouwen en 47% van de mannen. Toch blijft ook hier het verschil groot. Rao vermoedt dat de Nederlandse deeltijdcultuur daarbij een rol speelt. “Nergens in Europa werken zoveel vrouwen parttime. Daardoor trekken zij mogelijk een groter deel van het huishoudelijke werk naar zich toe.”
Inclusiever beleid
Deze ongelijke verdeling binnen huishoudens betekent volgens Rao zeker niet dat we minder aandacht moeten besteden aan gezonde voeding. Wel moet beleid beter rekening houden met de verdeling van het werk dat daarbij komt kijken. Ze ziet een goede eerste stap in inclusievere communicatie. “Het helpt als voedingscampagnes zich richten op het hele huishouden of op ouders in het algemeen, in plaats van onbewust vooral moeders aan te spreken.”
Daarnaast gelooft Rao dat er meer bewustzijn nodig is over de ongelijke verdeling van foodwork. “Dat onderwerp raakt in het emancipatiedebat nog te vaak ondergesneeuwd”, vindt ze. Ook aandacht voor foodwork en huishoudelijk werk in het onderwijs kan een verschil maken. “In Zweden krijgen schoolgaande kinderen praktische huishoudelijke vaardigheden aangeleerd bij een vak over huishoudkunde en consumenteneducatie”, licht Rao toe. “Dat werpt duidelijk zijn vruchten af: Zweden kent de kleinste verschillen in foodwork tussen mannen en vrouwen van Europa.”
“Het helpt als voedingscampagnes zich richten op het hele huishouden of op ouders in het algemeen, in plaats van onbewust vooral moeders aan te spreken.”
Madhura Rao
Systeemverandering
Tegelijkertijd ziet Rao de grootste winst op systeemniveau. “Nu moet je vaak zelf koken als je gezond wilt eten, maar dat is niet voor iedereen haalbaar. Andere landen laten zien dat dit anders kan. Zo bestaan er in sommige landen gesubsidieerde buurtkantines, waar mensen voor weinig geld een gezonde maaltijd kunnen halen. Ook bieden landen als Finland en Brazilië warme schoolmaaltijden aan, waardoor ouders dagelijks één maaltijd minder hoeven te bereiden. Dat soort initiatieven maken gezond eten toegankelijker.”
Verder kunnen producenten en overheden in Rao’s ogen meer verantwoordelijkheid nemen. “De overheid zou zich moeten afvragen welke voedingsmiddelen überhaupt op de markt komen. Er kunnen bijvoorbeeld grenzen komen voor de hoeveelheid zout of suiker in producten. Natuurlijk moeten consumenten vrij zijn om hun eigen keuzes te maken. Maar als voeding zo gemaakt wordt dat het verslavend werkt en de gezondheid schaadt, dan kun je je afvragen of die producten wel in de winkels thuishoren. Uiteindelijk dragen we als maatschappij ook met z’n allen de gevolgen van ongezond eten.”
Tekst: Romy Veul