Zorg zal ook altijd menselijk blijven
Door de huidige en toekomstige druk op de zorg is de noodzaak groot om sterk in te zetten op digitale en data-gedreven technologieën. Het moment is nu. Hoogleraar Marieke Spreeuwenberg (CAPHRI) helpt met haar leerstoel Zorginnovatie en digitale transformatie organisaties naar het toekomstbestendig houden van de zorg. Bij de ontwikkeling van nieuwe technologie heeft ze veel oog voor de rol van de patiënt, zowel in het kennen van hun behoeftes en pijnpunten als in het waarborgen van digitale inclusie.
Binnen haar leerstoel houdt Marieke Spreeuwenberg zich, met haar team, bezig met vier onderzoeksthema’s: de ontwikkeling – implementatie en evaluatie van digitale technologie in co-creatie met eindgebruikers, het gepersonaliseerd aanbieden van technologie met AI, het vormgeven van de digitale strategie bij zorgorganisaties en het waarborgen van digitale inclusie.
Spreeuwenberg: “De thema’s waar we aan werken gaan zorgen voor impact in en verduurzaming van de zorg. Ik ben ervan overtuigd dat de inzet van digitale zorg leidt tot betere en efficiëntere zorg, het beheersen van de zorgkosten en meer eigen regie voor patiënten over hun gezondheid. Daarbij kan het ook zorgen voor minder werkdruk, doordat taken kunnen worden overgenomen. De zorg staat voor grote uitdagingen waarvoor we op de een of andere manier een oplossing moeten vinden. Digitale technologieën en AI zijn daarvoor een belangrijke deeloplossing”.
Voordat ze in 2008 naar Maastricht kwam studeerde Marieke Spreeuwenberg neuropsychologie in Tilburg waarna ze promoveerde bij de vakgroep de Methodologie en Statistiek. In Limburg stond ze, als onderzoeker, aan de wieg van de eerste experimenten met digitale technologie in de zorg. Spreeuwenberg: “Smartphones en tools als Teams voor video calls bestonden toen nog niet; patiënten via beeld zien was dus niet mogelijk. Daarmee zijn we vanaf 2010 gaan experimenteren: bijvoorbeeld middels het praten via beeld tussen een patiënt en een verpleegkundige en het met een apparaatje monitoren van activiteiten van patiënten thuis. Dingen die nu met onze telefoons heel makkelijk te doen zijn”.
Ik ben ervan overtuigd dat de inzet van digitale zorg leidt tot betere en efficiëntere zorg, het beheersen van de zorgkosten en meer eigen regie voor patiënten.
Van methodologie tot patiëntperspectief
Spreeuwenberg: “Na mijn kwantitatieve en cijfermatige opleiding ben ik gaandeweg meer patiëntgericht en participatief onderzoek gaan doen. Dat is ook echt noodzaak bij het ontwikkelen van digitale technologie: je moet de behoeftes en pijnpunten van de patiënt kennen. Het heeft lang geduurd voordat we projecten echt konden opschalen, vaak kwam de inclusie niet verder dan 100 deelnemers. Van inbedden in de zorg was al helemaal geen sprake. Het bleef digitale technologie naast de gewone zorg.
Dat is door de coronatijd wel veranderd: er is nu echt een transformatie van de zorg gaande. Artificial Intelligence (AI) en digitale zorg spelen een steeds prominentere rol en zorgpaden worden meer en meer aangepast op hybride zorg – een combinatie van digitale en fysieke zorg. Met deze inbedding van technologie in de zorgsetting houd ik me nu veel bezig. Mijn team heeft intussen meerdere apps ontwikkeld voor patiënten met cardiovasculaire problemen, pijn bij kanker, diabetes, reuma en COPD. We werken in dit soort projecten veel samen met patiënten, datawetenschappers, ethici, zorgprofessionals en ICT-bedrijven. Daarnaast ondersteunen we organisaties om zich daar ook op voor te bereiden: hoe kun je processen zo inrichten dat er ruimte is om te experimenteren met digitale zorg en hoe kun je een digitale strategie vormgeven? Welke beslisregels ga je daarbij hanteren? Hoe bepaal je wanneer de experimenteerfase voorbij is en het moment er is om een innovatie tot standaard zorg te maken. Mijn werkveld is hierdoor veel strategischer geworden”.
Nieuwe technologie ontwikkelen in co-creatie
Spreeuwenberg: “Zorgorganisaties hebben experimenteerruimte nodig om nieuwe technologie te ontwikkelen. Het Zorginnovatielab van het MUMC+, waar ik nauw mee samenwerk om onderzoek en onderwijs met de praktijk te verbinden, is een voorbeeld van zo’n ruimte. Het lab staat open voor ideeën die vanuit de organisatie komen. Om de ideeën te onderzoeken, is een proces ingericht dat ‘de wasstraat’ heet. In dit proces worden onder meer zogenaamde speeddatesessies georganiseerd waarbij alle relevante ondersteunende experts op het gebied als contractmanagement, inkoop, IT-infrastructuur, bedrijfsontwikkeling en informatiebeveiliging samen zitten om aan de voorkant al zeker te stellen dat een innovatie na een geslaagde pilot ook daadwerkelijk ingebed kan worden in de organisatie.
Een van de projecten binnen mijn leerstoel is een onderzoek dat we samen met longarts Sami Simons doen naar of we via de stem kunnen merken of mensen met COPD een symptoomverslechtering of longaanval zullen krijgen. Dat zou moeten resulteren in een app waarmee patiënten elke dag thuis hun stem opnemen. Als er dan iets aan de hand blijkt, krijgen ze advies om bijvoorbeeld hun gedrag of medicatie aan te passen of het verzoek om naar het ziekenhuis te komen. Een ander voorbeeld zijn AI-voorspellingsmodellen zoals Carrier, dat we samen met data scientists en technici maken. Op basis van data kunnen we hiermee voorspellen of een persoon wel of geen kans heeft om binnen 5 jaar een cardiovasculaire aandoening te ontwikkelen. Op basis van deze uitkomst wordt een leefstijladvies gegeven. Het mooie is dat we van ontwikkelingen die eerst voor een kleine groep, met een one size fits all aanpak golden, we nu voor een grotere groep beschikbaar maken en persoonlijker. Ook is het van belang om de applicatie voor iedereen toegankelijk te maken. passend bij de taalvaardigheden of digitale vaardigheden van een persoon”.
Digitale inclusie
Spreeuwenberg: “Dat brengt me op het laatste thema binnen mijn leerstoel: digitale inclusie. Ik denk dat ongeveer 15% van de mensen niet mee kan komen. Met ons programma digitale inclusie kijken we naar het zo inclusief mogelijk maken van digitale zorg. Dit doe ik samen onder andere met Nicole van Eldik van het programma Digitale zorg van het MUMC+ en met prof. Matty Crone. In het NFU (nu UMCNL) Citrien programma Digitaal Mee in de Zorg spreken we met veel eindgebruikers. De problemen die mensen ondervinden zijn niet alleen maar gerelateerd aan het design van een technologie, maar gaan vaak veel verder. Het gaat over vertrouwen, over het niet begrijpen van lastige taal of je schamen omdat je niet mee kan komen. Wij schrikken soms echt van de verhalen die we horen. Dit thema gaat me dan ook aan het hart. Er is veel kansenongelijkheid in Nederland en het maakt echt enorm uit in welk gezin jij opgroeit. Het mag niet gebeuren dat juist door die digitalisering ook het verschil tussen arm en rijk of tussen mee kunnen komen en niet mee kunnen komen groter wordt. Dat moet kleiner worden”.
Het mag niet gebeuren dat door die digitalisering het verschil tussen arm en rijk of tussen mee kunnen komen en niet mee kunnen komen groter wordt.
Verwachtingen digitale technologie in de zorg
Spreeuwenberg: “Digitale technologie kan een deeloplossing zijn voor heel veel uitdagingen en het doet me goed om te merken dat digitale technologie eindelijk wordt omarmd in de zorg. We zijn al heel lang bezig met onderzoek en er is veel niet tot wasdom gekomen. Wat we nu doen, landt ook echt in de praktijk en wordt daadwerkelijk opgeschaald. Ik denk dat we vaak te vroeg zijn geweest. Waar nu veel te winnen is, is in het hybride maken van de zorgpaden, waarbij mensen thuis worden gemonitord en alleen indien nodig naar het ziekenhuis komen. Ik verwacht ook veel van het beter kunnen voorspellen van de effectiviteit van behandelingen door AI. Waar we over 5 jaar staan? Wij weten het niet. De ontwikkelingen gaan heel snel. Maar een volledig robotgestuurd ziekenhuis zal het niet worden. Zorg zal ook altijd menselijk blijven”.
ICT & Health Congress in Maastricht
Van 27-29 januari is in Maastricht het ICT & Health Congres. Spreeuwenberg; “De afgelopen twee jaar heb ik hier de Masteropleiding Health and Digital Transformation een prominente een rol laten spelen, dit keer hosten we een aantal sessies rond het thema digitale inclusie. Verder laat het programma ook veel andere heel interessante en actuele onderwerpen zien, en aangezien we weten dat dit de toekomst wordt, zou ik ervoor zorgen dat je erbij bent!”
Tekst: Eline Dekker
Foto: Joey Roberts
Vond je dit artikel interessant? Volg ons dan op Instagram en LinkedIn voor meer.
Lees ook
-
Wetenschap aan de grens van het onbekende
Hoe ontstaan kankers, hoe groeien ze en hoe ontstaat therapieresistentie? Met die vragen houdt hoogleraar Kasper Rouschop zich bezig.
-
Let it flow: Wat stromend bloed ons vertelt over bloedstolling
Met de Maastricht Flowkamer brengt Amaury Monard bloedstolling in beeld om preciezer te zien waar dit bij patiënten misgaat.
-
Patronen zoeken in hersensignalen
Borbála Hunyadi (MHeNs) zoekt patronen in hersensignalen om neurologen te helpen bij het diagnosticeren van hersenaandoeningen.