Verantwoord gebruik van AI op school begint bij ouders

Het is de schrik van veel ouders en docenten: leerlingen die hun schoolopdrachten niet zelf maken, maar dat laten doen door AI apps als ChatGPT. Hoewel die angst niet ongegrond is, kan het onderwijs ook veel baat hebben bij een veilig en effectief gebruik van kunstmatige intelligentie. Ouders kunnen hierbij een cruciale rol spelen. Daarom worden ze actief betrokken bij een nieuw project rond het ontwikkelen van lesmateriaal over AI.

Zonder het neefje van universitair docent Martijn Boussé, werkzaam aan de Faculty of Science and Engineering, was het project er wellicht helemaal niet geweest. De twaalfjarige jongen heeft moeite met wiskunde. Helaas lukt het zijn vader niet om hem met zijn huiswerk te helpen, zelfs niet na ChatGPT te hebben geraadpleegd. 
“Op een gegeven moment werd ik ingeschakeld” zegt Boussé. “Toen dacht ik: we kunnen meer doen. Als we ouders helpen met de technologie, maak ik mezelf overbodig.”

Volgens Boussé valt er veel winst te behalen wanneer ouders hun kinderen tijdens de eerste drie jaar van de middelbare school goed kunnen ondersteunen. “Ze hebben in die periode nog ongelofelijk veel impact op de leerreis van hun kind. Dus ik denk dat het essentieel is om hen nu mee te nemen.”

 

Bijbenen

Het is geen geheim dat ook scholen zelf moeite hebben om de razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van AI bij te benen. Leerlingen zijn over het algemeen veel verder dan de gemiddelde docent, stelt Linda Verlinden. Ze is werkzaam bij het kennis- en scholingscentrum van de Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg (SVO|PL) en daarmee verantwoordelijk voor de bijscholing van het onderwijspersoneel. 

“Nog maar weinig scholen hebben op dit moment beleid rond kunstmatige intelligentie,” zegt ze. “Wat mag, wat willen we, wat gaan we ermee doen? Leerlingen weten op hun beurt hoe AI hun opdrachten kan maken, maar hebben weinig kennis over hoe je het echt goed kan inzetten. Dus niet: maak mijn huiswerk. Maar: ik heb moeite met dit onderdeel van wiskunde, leg mij uit hoe ik deze sommen moet maken.” Toen de universiteit SVO|PL vroeg om mee te doen, bleek de keuze dan ook gauw gemaakt.

 

Co-creatie

Het project, voluit getiteld Kunstmatige intelligentie voor ouders: Samen leren, samen ontdekken en samen maken, wordt gefinancierd met een Wetenschapscommunicatiebeurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Het wordt uitgevoerd door wetenschappers van de UM in samenwerking met docenten, leerlingen en ouders afkomstig van de negen SVO|PL locaties voor voortgezet onderwijs in Parkstad, van praktijkonderwijs tot VWO. “We willen al die partijen samen aan tafel hebben om iets te maken dat nuttig is voor iedereen,” zegt Martijn Boussé. “Co-creatie is één van de keywords.”

Aan de hand van de vakken wiskunde en rekenen, natuurwetenschappen, en technologie & ICT zullen er drie groepen worden gevormd, telkens bestaande uit wetenschappers, docenten, leerlingen en ouders. Ze gaan met elkaar in gesprek over wat ze nodig hebben om kunstmatige intelligentie effectief en verantwoord te gebruiken. Nadat ze zelf hun behoeften in kaart hebben gebracht, zullen ze nadenken over concrete oplossingen. Vooraf wordt er geen route uitgestippeld; zowel de uitkomst als de weg ernaartoe liggen nog helemaal open. 

Wetenschapswijsheid

“Misschien komen we erachter dat er behoefte is aan een AI-tutor, een chatbot die het leerproces ondersteunt,” zegt docent Linda Rieswijk. Samen met Martijn Boussé is zij vanuit de Faculty of Science and Engineering één van de kartrekkers van het project. “Maar het zou net zo goed kunnen dat het vooral draait om de juiste communicatie en uitleg. Er zijn namelijk al allerlei tools voorhanden. Alleen is het de vraag of docenten, leerlingen en ouders deze weten te vinden.”

De projectleiders zijn zich ervan bewust dat lang niet alle ouders een wetenschappelijke achtergrond of zelfs maar vertrouwen in de wetenschap hebben. Het vergroten van hun zogenoemde wetenschapswijsheid is het primaire doel van het project. “Door actief deel te nemen aan een wetenschappelijk proces hopen we hun kennis te vergroten en, indien nodig, hun vertrouwen terug te winnen,” legt Linda Rieswijk uit. Tegelijkertijd levert dat proces concrete, direct in de praktijk toepasbare resultaten op, waar zowel leerlingen als docenten de vruchten van plukken. 

 

Kansenongelijkheid 

Dat geen enkele leerling straks nog AI zal gebruiken voor het maken van een toets of werkstuk, is onwaarschijnlijk. “Maar ze leren wel hoe ze AI kunnen inzetten om daar zelf beter van te worden,” zegt Linda Verlinden. “Bijlesleraren vragen zo’n vijfendertig euro per uur per vak, dat is niet voor iedereen te betalen. Dan heb je het over kansenongelijkheid.” 

Die kloof wordt verkleind door leerlingen en hun ouders - ongeacht hun financiële situatie of opleidingsniveau - toegang te geven tot dezelfde informatie en materialen met betrekking tot AI. Linda Verlinden: “Het is mooi dat dit gebeurt in Parkstad, waar de sociaaleconomische verschillen groot zijn.” Tel daarbij op dat de UM over een tijdje een campus opent in Heerlen en de cirkel lijkt rond. Martijn Boussé: “Ook in dat licht is het goed dat er in de regio meer kennis over en vertrouwen in de universiteit komt.”

Parents & AI presentation

Tekst Jolien Linssen
Fotografie Paul van der Veer

Lees ook