De rector en de nieuwe decaan over 45 jaar Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de toekomst
Dit jaar viert de faculteit haar 45-jarig bestaan. Tegelijk is er een wisseling van de wacht: Jan, jarenlang decaan, is inmiddels rector magnificus van de universiteit. Sinds maart heeft Ronald het stokje als decaan overgenomen. In gesprek met elkaar blikken zij terug en vooruit op leiderschap, veranderingen en de toekomst van de faculteit.
Terugblik en een nieuwe start
Jan, je hebt jarenlang leidinggegeven aan de faculteit als decaan. Hoe kijk je terug op die periode?
Het was een tijd met veel veranderingen. Het aantal studenten en medewerkers is sterk gegroeid, vrijwel alle onderwijsprogramma’s zijn herzien en het facultaire onderzoek is opnieuw geijkt, onder meer met de komst van veel nieuwe onderzoeksinstituten. Dat heeft van iedereen best veel gevraagd, zeker in een periode met corona en zorgen over bezuinigingen door de beperking van internationale studenten.
Maar waar ik met de meeste voldoening op terugkijk, is dat we al die plannen en uitdagingen samen zijn aangegaan: de faculteit is, ondanks de groei, één facultaire gemeenschap gebleven. Ik word elke keer weer blij als ik door de faculteit loop en zie hoe organisch iedereen met elkaar omgaat. “Aptitude without attitude” is niet zomaar een slogan. Dit is een bijzondere plek om te studeren en te werken, daar mogen we best wat trotser op zijn.
Ronald, je bent sinds maart decaan. Wat viel je in je eerste weken het meest op?
Dat gevoel van gemeenschap heb ik mijn eerste weken ook meteen ervaren. De afgelopen weken heb ik kennis mogen maken met een groot aantal medewerkers uit allerlei geledingen. De sfeer is ontspannen en iedereen is zeer vriendelijk en behulpzaam. Wat superfijn is, en wat je bij het afscheidsfeest van Jan ook zo duidelijk zag, is dat de wetenschappelijke en ondersteunende staf gemakkelijk met elkaar omgaan en zich een geheel voelen. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt.
In Onconventionele juristen en Het Maastrichts experiment lees je dat de faculteit in de beginjaren een familie was. Dat gevoel is er duidelijk nog steeds, ook al heeft de familie inmiddels ruim 400 leden en is zij zeer internationaal geworden.
En wat ook bijzonder is: het gebouw leeft. Er zijn overal studenten: studerend, discussiërend, zonnebadend, soms zelfs slapend. Volgens mij is dit de fijnste plek in Nederland om rechten te studeren, en natuurlijk ook de beste plek. Mijn dochter was onmiddellijk verkocht toen ik haar het gebouw, de tuinen en het bijzondere opleidingsaanbod liet zien; ze overweegt hier haar master te doen.
Wat mij verder opvalt is de tomeloze energie van de faculteit. Er wordt zo ontzettend veel georganiseerd dat het bijna onmogelijk is om alles bij te wonen. De onderzoekscultuur is indrukwekkend in haar omvang en diepgang. Het is bijna niet voor te stellen hoe sterk het onderzoek zich sinds de beginjaren heeft ontwikkeld.
45 jaar Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Jan, welke ontwikkeling heeft volgens jou de grootste impact gehad?
Ik denk dat twee keuzes bepalend zijn geweest voor de faculteit. De eerste werd gemaakt bij de oprichting in 1981: de keuze voor een toen uniek onderwijsmodel waarvan niemand wist of het zou werken binnen een juridische faculteit. Probleemgestuurd onderwijs (PGO) vormt, uiteraard met veel aanpassingen, nog altijd de basis van hoe wij naar onderwijs kijken.
De tweede grote keuze was vijftien jaar later, toen werd ingezet op de uitbouw van het internationale profiel met onder meer de bachelor European Law School en de onderzoekschool Ius Commune. Dat was toen een omstreden en hard bevochten keuze, maar achteraf kun je zeggen dat dit de redding van de faculteit is geweest. De krimp in Nederlandse studenten was toen nog niet te voorzien, maar zonder ons huidige internationale aanbod zou de faculteit aanzienlijk kleiner zijn geweest.
Overigens vind ik het buitengewoon belangrijk dat we beide markten bedienen: de Nederlandse en de Europese. Daarom hebben we de afgelopen jaren ook flink geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek op het terrein van Nederlands recht.
Ronald, wat betekent dat voor de komende jaren?
Die basis staat wat mij betreft stevig. De faculteit staat er heel goed voor. Ik heb niemand gesproken die een scherpe koerswijziging voorstaat en ik kan mij daar ook niets bij voorstellen. Het gaat nu vooral om het verder ontwikkelen van de faculteit: evolutie, geen revolutie.
Dat is niet per se eenvoudig. De internationaliseringsdiscussie is allesbehalve verstomd en ook vnauit het ministerie wordt benadrukt dat we onze zelfregie serieus moeten nemen.
Het politieke en maatschappelijke draagvlak voor de wetenschap staat bovendien onder druk. Tegelijk blijkt uit de vele verzoeken om advies, bijscholing en toegepast onderzoek dat onze onderzoekers ook buiten de universiteit sterk gevraagd zijn.
Daarnaast zie ik veel energie en ideeën binnen de faculteit om onderwijs en onderzoek verder te versterken. Ik ben nogal van de actie en sta te popelen om die ideeën verder te verkennen, maar neem tot de zomer vooral de tijd voor kennismaking en blijf nog even op mijn handen zitten, al is het maar het grootste deel van de tijd.
Blik op de toekomst
Ronald, waar staat de faculteit bij het 50-jarig jubileum?
Het bekende gezegde luidt: voorspellen is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat.
Wat ik wel verwacht, is dat de kern overeind blijft: dit is en blijft de enige faculteit met het dubbele profiel van Nederlandstalig onderwijs en onderzoek én Europees, internationaal en rechtsvergelijkend onderwijs en onderzoek. Dat is wat we zijn en waar we om bekendstaan.
Dat betekent niet dat we stil blijven staan. Ik merk dat er een sterke wens is en nieuwe ideeën zijn om de instroom in de Nederlandstalige bachelor en masteropleidingen te vergroten en om het aanbod op onderdelen uit te breiden.
Verder heb ik interessante ideeën gehoord over hoe de omvang en kracht van ons Europeesrechtelijke, internationale en rechtsvergelijkende onderwijs en onderzoek beter zichtbaar kunnen worden voor Europese en Nederlandse beleidsmakers.
Ook heb ik de indruk dat ons goed lopende LAW.next, mede in het licht van de impuls die Leven Lang Ontwikkelen onder het nieuwe kabinet zal krijgen, sterker verbonden kan worden met de capgroepen.
Op dit moment durf ik niet te zeggen waar dat precies toe leidt, dat kan alleen met stevig draagvlak binnen de faculteit, maar het is duidelijk dat er de komende jaren nieuwe initiatieven zullen ontstaan waar we bij het 50-jarig jubileum trots op kunnen zijn.
Op een paar punten hoop ik op absolute stilstand: de cultuur van deze facultaire gemeenschap, de manier waarop we met elkaar omgaan en de hoge kwaliteit van ons werk.
Advies en overdracht
Jan, welk advies wil je Ronald meegeven als nieuwe decaan?
Blijf jezelf! En maak, samen met de facultaire gemeenschap, ook weer nieuwe eigen keuzes.
Wat maakt Maastricht bijzonder?
Jan
De faculteit heeft twee mooie gebouwen (en twee tuinen!) in een prachtige en levendige stad. Maar zonder de studenten en collega’s die die gebouwen gebruiken, zou het een doodse boel zijn.
Op een mysterieuze manier slagen we er altijd weer in om de mensen aan te trekken die bij de faculteit passen, of liever: zij kiezen ons. Combineer dat met de hoge kwaliteit van onderwijs en onderzoek en je hebt een bijzondere setting.
Ronald
Dat beeld herken ik. Ik heb verschillende Nederlandse faculteiten van binnen gezien en meegemaakt. In mijn eerste maand hier vallen mij een paar dingen op.
Ten eerste: de faculteit is voor velen meer dan werk; het voelt als een gemeenschap, met een grote betrokkenheid. Daarnaast valt het sterk internationale karakter van staf, studenten en onderwijs op, dat heb ik in deze mate niet eerder gezien.
Ook valt de voorsprong op die de faculteit heeft op het gebied van Erkennen & Waarderen, al zijn er uiteraard ook zorgen. Verder zie ik verschillende, goed doordachte visies op onderwijs, waar soms spanning tussen zit, maar die spanning hoort er ook bij en is er al sinds de beginjaren. Dat werd mij onlangs ook nog eens bevestigd toen ik een aantal pioniers van de faculteit sprak – Job Cohen, Karl Dittrich, Marlie Sprengers, Jeppe Balkema en Victor Rutgers, die zichzelf ‘klavertje vijf’ noemen. Zij vertelden dat die discussie al in jaar 2 ontbrandde. Daarnaast is er een cultuur waarin eenheden sterk hechten aan hun autonomie en het bestuur zijn plaats moet kennen.
Tot slot waardeer ik de open en soms kritische discussies die ik heb meegemaakt; het is goed om te zien dat collega’s zich uitspreken.
Verbonden met alumni: Wat hoop je dat alumni over vijf of tien jaar zeggen over hun alma mater?
Jan
Dat zij opnieuw zouden kiezen voor Maastricht.
Ronald
Dat zij apetrots zijn op hun tijd bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en onder de indruk van de plekken waar zij, en hun medestudenten, in de samenleving terecht zijn gekomen.
Ronald, wat wil je studenten meegeven?
Het is een cliché, maar de studietijd is een unieke periode in je leven. De tijd om je te verdiepen, vriendschappen te sluiten, te ontdekken waar je sterke en zwakke punten liggen en welke kant je op wilt.
Geniet ervan en haal er het maximale uit.
Tot slot: een vraag aan Jan
Ronald
Wat ga je het meest missen aan het decanaat - en wat het minst?
Jan
Ik ga alle facultaire collega’s het meest missen – en uiteraard de goede koffie in de Staff Common Room. Het minst? Ik weet het eigenlijk niet.
Zo wordt het stokje doorgegeven, met oog voor wat is opgebouwd en vertrouwen in wat komt.
Meer verhalen, events en nieuws op de alumniwebiste van Rechten >