Culinaire onderwijsreis door India
De tafel is bij binnenkomst al gedekt voor de lunch. Naast ‘Deem Begun’, een aubergine-ei gerecht van zijn oma, staat een traditioneel Bengaals aardappelgerecht met maanzaad (Aloo Posto) en er is natuurlijk rijst. Akorshi Sengupta vraagt glunderend of ik ook met mijn handen wil eten, zoals iedereen in India. De Open Science in Onderwijs specialist bij de Universiteitsbibliotheek legt uit hoe je de rijst met aubergine en dahl mengt, dit op de bovenste helft van je vingers legt om het vervolgens met je duim naar binnen te schuiven. Het is verrukkelijk.
“Ik ben geboren en opgegroeid in Guwahati, in het noordoosten van India. Daar gebruiken we alleen de bovenste helft van je vingers. Maar in Chennai, waar ik naar de middelbare school ging, gebruiken ze de hele hand. Dat was even schrikken.”
Goed onderwijs vonden zijn ouders belangrijk. Zijn vader had graag arts willen worden, maar de familieomstandigheden lieten dit niet toe. Als enig kind moest Sengupta alle kansen krijgen, ook al betekende dit dat hij als 13-jarige in zijn eentje zo’n 3000 km van hen vandaan moest. In Chennai in het zuidoosten van India was het onderwijs veel beter en betaalbaar.
“Het zuiden van India is heel orthodox. Ik zat op een gemengde school, maar als jongen werd je geacht niet met de meisjes te praten. Daar werd op neergekeken. Dat was een cultuurschok voor mij. Ik sloot wel vriendschap met meisjes, maar je werd constant in de gaten gehouden. Ik heb straf gekregen omdat ik een vriendinnetje had. Op dat moment heb ik me aangepast, maar pas later realiseerde ik me de impact van deze manier van denken.”
Nostalgie
Sengupta is eerder spiritueel dan religieus opgevoed. “Mijn ouders waren oorspronkelijk hindoe maar niet praktiserend. Ze mediteerden en mijn vader las teksten uit allerlei religies. Dat was zijn manier van dingen uitzoeken. Ik groeide op met hun dagelijkse meditaties. Mijn oma, die bij ons in huis woonde, was wel gelovig hindoe. Zij stond voor zonsopgang op, om een uur of 4.30. Ze dronk dan een kop thee, deed haar meditatie en daarna een ‘puja’ bij haar altaartje met wierook en offers en begon dan te koken. Als ik om een uur of 7 opstond was het eten voor die dag klaar en ontbeet ik met rijst en gebakken groente en dal.”
Sengupta leerde koken door te kijken hoe zijn oma en zijn moeder kookten. Dat waren gezellige keukenmomenten. “Op zondag werd er speciaal gekookt. Soms maakte mijn oma voor de lunch mijn lievelingsgerecht: Mutton (schaap). Voor ons twee alleen want mijn ouders zijn vegetarisch. Het heeft een heel rijk aroma dat je tot op straat ruikt. De mix van garam masala en kurkuma met het schapenvet is zo’n uitnodigende geur, dat wil je meteen eten. Het is voor mij ook een nostalgische geur. Als ik dit in India op straat ruik, ben ik thuis.”
Eten staat centraal in India. “Mensen komen gewoon langs, en niemand verlaat het huis zonder iets gegeten te hebben. Zo ben ik opgegroeid. Als er bijvoorbeeld in de buurt van ons huis werd gewerkt, kookte mijn moeder eten voor de werklui.”
De keuken van het zuiden
Na de middelbare school in Chennai keerde hij niet terug naar zijn ouders, maar ging psychologie studeren in Delhi, nog steeds zo’n 2000 km van huis. Dáár was het universitaire onderwijs goed. Hij woonde er bij goede vrienden van zijn ouders. “Ik ken hen van jongs af aan. Zij zijn mijn tweede ouders, ik noem ze oom en tante. Oom hield erg van koken. Helaas is hij in 2016 overleden. Hij leerde me weer een andere Indiase keuken dan de Bengaalse keuken uit het oosten waar mijn ouders en oma oorspronkelijk vandaan komen. Hij komt uit Bangalore in het zuiden, waar hij was opgeleid als Bharatnatyam danser (Indiase klassieke dans). Vanwege een blessure kon hij er niet zijn beroep van maken en is toen cameraman voor de nationale televisieomroep geworden. Van hem leerde ik de zuidelijke keuken koken zoals heerlijke ‘dosa’ (dunne pannenkoek van rijst en linzen) en ‘idli’ (een hartige gestoomde cake van gefermenteerde rijst) en zwarte linzen (‘urad dal’). In het zuiden eten ze veel gefermenteerd voedsel. Ik heb daar een heerlijke tijd gehad.”
Over de grens
Maar de ‘onderwijsreis’ is na Delhi nóg niet afgelopen. Zijn vader vindt het belangrijk dat hij internationale ervaring opdoet. Omdat het Sengupta’s diepste wens is ooit voor de UN te werken, zoekt hij op internet een UN-universiteit. Dit brengt hem bij de master Public Policy and Human Development van UNU MERIT in Maastricht, een plaats waar hij tot dan toe nog nooit van gehoord heeft. In 2018 zet hij voor het eerst voet aan land in Europa, in Amsterdam. “Het eerste wat me hier opviel was de stilte. Zo stil is het in India nooit. Het was in vele opzichten een nieuw begin. Mijn studie bijvoorbeeld heeft me fundamenteel veranderd. Ik moest hier afleren wat ik de laatste 25 jaar geleerd had. Kritisch doorvragen, dat door PBL gestimuleerd wordt, was voor mij totaal nieuw. In India was het niet gebruikelijk dat je kritisch was tegenover je docent, hier vroegen de docenten erom.”
Ook de Nederlandse eetcultuur bevalt hem goed. “Om 18.00 uur eten is gezonder dan later in de avond zoals in India en ook mijn eetpatroon is gezonder. Ik let op de koolhydraten en eet dus minder rijst en kleinere porties. Aardappels, groenten en vlees vind ik best lekker, maar boterhammen voor de lunch, brrrr. Zo droog, daar kan ik niet aan wennen.” Hij herinnert zich hoe blij hij was toen hij mango’s in de supermarkt zag liggen. “In India eten we zomers iedere dag mango op allerlei verschillende manieren bereid. Ik nam een hap en was zo teleurgesteld. Deze mango was taai terwijl die in India op je tong smelt.”
Thuiskomen
Voorlopig denkt Sengupta nog niet aan teruggaan. “Ik hou van mijn werk hier. Maar uiteindelijk zal ik teruggaan, over pakweg 10-20 jaar. Ik weet dat mijn ouders afhankelijk van me zijn. Mijn werk als Open Science specialist bestaat uit het toegankelijk maken van onderwijs, en dat is iets waarmee ik in India het verschil zou kunnen maken.” Hij hoopt dat hij ooit in zijn eigen gezin waarden uit India en Nederland met elkaar kan verenigen. “Ik mis het samenzijn zoals dat in India was. We woonden in een typisch ‘Assam’ huis, gemaakt van bamboe en leem met open ruimtes. Ik had geen eigen kamer. Tot zeker in mijn twintigste sliep ik bij mijn ouders, dat is heel normaal daar. Het mooie ervan is dat we opgroeien als iemand die in onze beslissingen rekening houdt met de behoeften van anderen, wat hier niet altijd het geval is. Maar ik ben inmiddels ook gesteld op de privacy en vrijheid die je hier hebt en de directheid van de Nederlanders. Dus wat mij betreft wordt het een mix.”
Tekst Annelotte Huiskes
Fotografie Sem Shayne