Minder proefdieren nodig voor onderzoek naar hartfalen

Onderzoek naar het ontstaan van hartfalen kan nog niet zonder dierproeven. Maar dankzij verbeterde technieken zijn er nu de helft minder dieren nodig om de stofwisseling van hartcellen bij het ontstaan van hartfalen te bestuderen. Voor haar werk om het aantal proefdieren terug te dringen ontving Agnieszka Brouns-Strzelecka, analist bij de vakgroep Genetica en Celbiologie, de prijs ‘Alternatieven voor Dierproeven’. De prijs werd toegekend door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Hartcellen

Bij mensen met hartfalen werkt de pompfunctie van het hart niet optimaal, waardoor er minder bloed bij de organen, spieren en weefsels komt. Dat zorgt voor verschillende klachten, zoals vermoeidheid of kortademigheid. De vakgroep Genetica en Celbiologie onderzoekt welke veranderingen er in de stofwisseling van de hartcellen plaatsvinden bij het ontstaan van hartfalen, om aanknopingspunten te vinden voor behandeling.

Omdat het niet haalbaar is om hartcellen van gezonde mensen te verkrijgen voor systematisch wetenschappelijk onderzoek, bestuderen onderzoekers de stofwisseling in de hartcellen van proefdieren. Voor dit onderzoek worden de hartcellen van ratten gebruikt. Met een speciale techniek worden miljoenen cellen uit het hart gehaald, zodat er meerdere onderzoeken kunnen plaatsvinden met één hart.

Halvering

De afgelopen jaren werkte Brouns-Strzelecka aan het verbeteren van de techniek om hartcellen te isoleren. “Voorheen konden we 2,5 tot 3 miljoen cellen uit één hart halen. Nu kunnen we gemiddeld 5,5 miljoen cellen per hart gebruiken voor onderzoek, waardoor de helft minder proefdieren dieren nodig zijn.” Om dat aantal verder terug te brengen werkt Brouns-Strzelecka verder aan het optimaliseren van de techniek. “Die 5,5 miljoen cellen per hart is een gemiddelde, maar er zitten soms uitschieters bij van 12 miljoen. We willen dat de standaard maken.”

Stamcellen

De onderzoekers streven ernaar om onderzoek naar hartfalen te doen zonder dierproeven. Menselijke stamcellen spelen daarbij een belangrijke rol, vertelt Miranda Nabben, Universitair Docent bij de vakgroepen Genetica en Celbiologie en Klinische Genetica. “Via cellen die relatief makkelijk af te nemen zijn bij mensen, bijvoorbeeld uit de huid of het bloed, kunnen stamcellen worden gemaakt. Uit die stamcellen kunnen we vervolgens hartcellen ontwikkelen. Op dit moment lijken die cellen nog onvoldoende op hartcellen van gezonde mensen, maar de ontwikkelingen op dit gebied zijn veelbelovend voor de toekomst.”

Prijs

Voor het optimaliseren van de techniek om hartcellen uit een hart van ratten te isoleren ontving Brouns-Strzelecka de prijs voor Alternatieven voor Dierproeven, toegekend door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Ze kreeg de prijs uitgereikt op de Biotechnische Dagen, een congres dat door de Dutch Association for Laboratory Animal Science (DALAS) werd georganiseerd over de verschillende facetten van het werken met proefdieren.

Lees ook

  • Lagere werkdruk, een sterkere concurrentiepositie, meer samenwerking in onderzoek en onderwijs leidend tot een krachtigere profilering van de medische en gezondheidswetenschappen. “Dat zijn de doelen van het sectorplan "Versnellen op Gezondheid”

  • Drie consortia kregen afgelopen week van NWO en ReumaNederland 3,1 miljoen euro financiering voor onderzoek naar de vroege diagnose van artrose. Twee van de drie projecten hebben een wetenschapper van Universiteit Maastricht als hoofdaanvrager. 

  • Wetenschappers van Universiteit Maastricht en het UMC Utrecht hebben aangetoond dat een ‘digitale tweeling’ van 45 patiënten met hartfalen de effectiviteit van hun pacemakerbehandeling correct voorspelt.  Een digitale tweeling is een computermodel dat door de toevoeging van allerlei specifieke...