Cellen, pigmenten of voedsel: kijken door de ogen van een microscoop

Nice to meet you: Kèvin Knoops

Tijdens zijn studie ontdekte Kèvin Knoops de grootse wereld van de microscopie. Na zijn postdoc sloot hij zich aan bij het Microscopy CORE Lab, een onderzoeksplatform voor licht- en elektronenmicroscopie binnen de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences. Kèvin volgt sinds kort Carmen López-Iglesias op als leider van het platform. Onderzoekers komen met allerlei vragen en monsters naar hen toe: “Dat maakt het voor ons heel leuk, want je weet nooit wat je morgen weer in je microscoop hebt liggen.”

Kèvin wilde eigenlijk mariene bioloog worden, tot hij tijdens zijn studie in aanraking kwam met microscopie. “Toen dacht ik meteen: dit is wat ik wil doen. Ik ging me specialiseren in zowel licht- als elektronenmicroscopie, met een focus op celbiologie. Na een tijdje kreeg ik de kans om me bij het Microscopy CORE Lab aan te sluiten. Dat leek me ontzettend leuk, dus zo ben ik hier terechtgekomen.”
 

Van materialen tot voeding

Bij het Microscopy CORE Lab kunnen allerlei onderzoekers terecht voor microscopie. “Iedereen is welkom bij ons: PhD-kandidaten die onderzoek uitvoeren, postdocs met een bepaalde vraagstelling, maar ook onderzoekers die geen kennis hebben van microscopie”, zegt Kèvin. “Wij kijken dan samen welke technieken voor hen van toepassing zijn. Het onderzoek kan heel breed zijn: onderzoekers van MERLN die bepaalde materialen willen bekijken, of van M4i die aan techniekontwikkeling doen, of van Campus Venlo die kijken naar emulsies in voeding. Er zijn ook bedrijven en andere universiteiten die gebruikmaken van onze diensten. Dat maakt het voor ons heel leuk, want je weet nooit wat je morgen weer in je microscoop hebt liggen.”

In beeld

“Er zijn honderden manieren om iets in beeld te brengen met microscopie, dat hangt af van de vraagstelling. Moet hetgeen dat je wil bekijken in leven zijn? Dan heb je een lichtmicroscoop nodig, dat kan nog niet met een elektronenmicroscoop. De meeste onderzoekers zijn logischerwijs niet op de hoogte van alle mogelijke technieken. We helpen ze bepalen hoe ze iets in beeld willen brengen en hoe ze de verkregen data gaan uitwerken. Ook ondersteunen we ze als ze uiteindelijk achter de microscoop staan en regelen we het onderhoud van de apparatuur. We kijken wat we samen met IDEE zelf kunnen doen en waar we afhankelijk zijn van fabrikanten.”

Daarnaast doet Kèvin zelf onderzoek, gericht op nieuwe microscopische technieken, en geeft hij onderwijs. “Bijvoorbeeld aan biomedische studenten van FHML, of technische studenten van FSE. Af en toe hebben we een psychologiestudent en soms zelfs iemand van een kunstopleiding buiten UM. Dat gaat dan bijvoorbeeld om pigmenten in schilderijen. Microscopie wordt heel breed gebruikt, dus dat is een leuk aspect van mijn werk.”

Met volume-EM vergelijken we patiëntmateriaal met gezond weefsel, om subtiele morfologische verschillen bij ziekte zichtbaar te maken en het effect van nieuwe geneesmiddelen direct te testen.

Supersnel afkoelen

Een belangrijk onderdeel van microscopie is het voorbereiden van je monster. Door je monster te fixeren, leg je de chemische processen erin stil, zodat je het goed kunt bekijken onder microscoop. “Dit kun je op verschillende manieren doen”, zegt Kèvin. “Bijvoorbeeld chemisch met formaldehyde, al is het nadeel daarbij dat het effect heeft op je monster. Je kunt ook ervoor kiezen het te bevriezen. Het probleem is alleen dat ijs uitzet, waardoor de structuren in je monster stuk gaan. Daarom gebruiken wij cryogene methoden, zoals ook bij cryogene elektronenmicroscopie (cryo-EM). Daarmee koel je een monster supersnel af, waardoor ijskristallen geen tijd hebben om uit te zetten. Zo creëer je een soort glasstaat. Die preparatie van monsters is echt een vitaal deel van alle soorten microscopie, ik heb daar nu zo’n twintig jaar ervaring in. Wij helpen onze onderzoekers daarmee, om te zorgen dat ze hun monsters optimaal in beeld kunnen brengen.”

EMPower

In maart 2026 startte het project EMPower, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). In dit project wordt nationale infrastructuur opgezet om nieuwe wetenschappelijke doorbraken in geneeskunde en technologie te stimuleren. 

Vanuit Maastricht werkt Kèvin mee aan EMPower. “Met de Nederlandse gemeenschap binnen de elektronenmicroscopie gaan we beschikken over twee nieuwe instrumenten voor cryo-EM in onze gezamenlijke NeCEN faciliteit in Leiden en Utrecht. Daarnaast faciliteren we in Maastricht een nieuwe techniek: volume-elektronenmicroscopie (volume-EM). Hiermee kun je weefsels en cellen in 3D weergeven en dus ook kijken naar de bouw en vorm ervan. Onderzoekers hebben die techniek eerder gebruikt om een brein van een fruitvlieg en een kubieke millimeter brein van een muis in beeld te brengen. Je kunt dan elke neuron traceren en zo de verbindingen in de hersenen in kaart brengen.”

 

Plasticdeeltjes

“Met volume-EM vergelijken we patiëntmateriaal met gezond weefsel, om subtiele morfologische verschillen bij ziekte zichtbaar te maken en het effect van nieuwe geneesmiddelen direct te testen. Bij volume-EM is het ook makkelijker om bijvoorbeeld luchtvervuiling of microplastics te lokaliseren. Met 2D-imaging snij je een plakje materiaal door en hoop je dat je het dan ergens aantreft, met 3D-imaging is het veel eenvoudiger zoeken. Als je volume-EM combineert met lichtmicroscopie, waarbij je die deeltjes al op lagere vergroting kan detecteren, weet je bovendien waar je met de elektronenmicroscoop moet zoeken. Dat maakt de weg om iets aan te tonen veel makkelijker.”

 

Tekst en beeld: Joëlle van Wissen

Microscopy CORE Lab IntouchScope
Een microscoop van Microscopy CORE Lab, met op het scherm een angel van een mug.

Vond je dit artikel interessant? Volg ons dan op Instagram en LinkedIn voor meer.

Lees ook