“In mijn proefschrift laat ik zien wat de militaire wereld en de medische wereld van elkaar kunnen leren over onderwijs”
Steven Hornstra is parttime programmamanager onderwijs bij de Academie van het MUMC+ én parttime militair bij Defensie. Je zou zeggen dat hij het daarmee al druk genoeg heeft. Toch schreef hij in de afgelopen 6 jaar óók nog een proefschrift. Daarvoor onderzocht hij wat de militaire wereld van Defensie en de medische wereld van het MUMC+ en de Universiteit Maastricht (UM) van elkaar kunnen leren over onderwijs. Eind maart 2026 behaalde hij een doctoraat aan de School of Health Professions Education van de UM. In zijn proefschrift onderzoekt hij hoe militair onderwijs verder kan worden versterkt om de kwaliteit en slagkracht van Defensie te bevorderen. “Met mijn onderzoek hoop ik indirect een bijdrage te leveren aan het voorkomen van oorlog.”
Als programmamanager is Hornstra verantwoordelijk voor de onderwijsprogramma’s Disciplineoverstijgend onderwijs voor artsen in opleiding tot specialist en Docentprofessionalisering voor medisch specialisten. Als majoor bij Defensie houdt hij zich bezig met het gereedstellen van militairen. “Ik maak plannen die ervoor zorgen dat militairen tijdig én op het juiste niveau klaar zijn en blijven voor militaire operaties”, legt hij uit. “Ik zie er ook op toe dat die plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd. In beide functies help ik zeer gemotiveerde en goed opgeleide professionals om zich voor te bereiden op de uitdagingen van morgen. Bovendien lever ik op deze manier een maatschappelijke bijdrage aan 2 zaken die ik een warm hart toedraag: zorg en veiligheid.”
Promotieonderzoek
Promoveren was voor Hornstra nooit een doel op zich. “Eigenlijk wilde ik vooral onderzoek doen. In de praktijk zag ik binnen het militair onderwijs namelijk verschillende uitdagingen. Ook las ik in artikelen dat militair onderwijs gebruik zou moeten maken van inzichten uit de onderwijswetenschappen en de ‘slimme dingen’ die ze in andere organisaties voor onderwijs hadden bedacht. Maar wat zijn die inzichten en slimme dingen precies? Hoe kun je ze gebruiken? En werken ze ook in een militaire organisatie? Dat werd mij niet duidelijk. Dus toen dacht ik bij mezelf: ik werk voor Defensie én voor het MUMC+. Wat zouden de militaire wereld en de medische wereld van elkaar kunnen leren over onderwijs?”
Hornstra beet zich vast in deze vraag en schreef in 6 jaar tijd maar liefst 9 wetenschappelijke artikelen, die allemaal werden gepubliceerd. Hij bundelde ze in het proefschrift Bevordering van de competentie van officieren.
“Mijn proefschrift bestaat uit 3 delen”, vervolgt Hornstra. “Voor het eerste deel onderzocht ik hoe je het militaire onderwijs zó kunt vormgeven dat officieren zo goed mogelijk leren omgaan met complexe en veranderlijke situaties. Stel dat een officier moet kiezen tussen de snelste route voor een missie en de veiligste route voor de lokale bevolking. Door de situatie vanuit operationele, humanitaire en politieke invalshoeken te bekijken, kan hij of zij een afgewogen besluit nemen.”
Militaire taken en strategisch denken
Voor het tweede deel onderzocht Hornstra of militaire training en academisch onderwijs op militaire academies kunnen worden samengebracht via een nieuw onderwijsmodel. “Officieren moeten vaak tegelijkertijd militaire taken uitvoeren én strategisch denken. Een officier die samen met zijn of haar eenheid in vijandelijk gebied in een vuurgevecht verzeild raakt, moet onder andere leidinggeven en schieten. Dit zijn militaire taken. Daarnaast moet hij of zij óók rekening houden met zaken als militaire strategie, humanitair oorlogsrecht en ethiek. Dit heeft te maken met strategisch denken. Militaire taken leer je tijdens militaire trainingen. Strategisch denken leer je tijdens academisch onderwijs. Op de militaire academies zijn dit vaak grotendeels gescheiden leertrajecten. Dat is niet handig als je militaire taken en strategisch denken tegelijkertijd moet toepassen. Vandaar dat ik heb onderzocht of een onderwijsmodel kan helpen om militaire taken en strategisch denken meer in samenhang te leren en te oefenen.”
In het derde deel van het proefschrift staat een methode centraal die Hornstra heeft aangepast voor militair gebruik. “Via deze methode kunnen militairen en wetenschappers samen snel en onderbouwd innovatieve trainingsprogramma’s ontwerpen. Dit is nodig omdat er een verschuiving gaande is binnen de NAVO. Vroeger lag de nadruk vooral op vredesmissies. Maar tegenwoordig wordt de bescherming van eigen grondgebied weer belangrijker. Officieren krijgen er daardoor andere taken bij, die om nieuwe kennis en kunde vragen. Daarvoor zijn nieuwe trainingsprogramma’s nodig. Maar om die te ontwikkelen, moet er eerst overeenstemming zijn over de taken en de bijbehorende kennis en kunde. In de praktijk blijkt het daarom niet zo eenvoudig om die trainingsprogramma’s te ontwikkelen. Mijn methode kan daarbij helpen.”
“De UM kan leren van de sterke teamgeest die binnen Defensie heerst”
Van elkaar leren
Op de vraag of Hornstra inmiddels weet wat de militaire wereld en de medische wereld van elkaar kunnen leren, antwoordt hij: “Aan de UM leer je om complexe situaties vanuit verschillende invalshoeken te bekijken en op basis daarvan een eigen standpunt in te nemen. Dit moeten militairen ook kunnen. Defensie kan zich hierin nog verder ontwikkelen door te kijken welke innovatieve onderwijsmethoden van de UM ook binnen de militaire wereld toepasbaar zijn. De UM kan op haar beurt leren van de sterke teamgeest die binnen Defensie heerst. Vooral het Probleemgestuurd Onderwijs (PGO) van de UM zou hiervan kunnen profiteren. Een sterke teamgeest kan bijvoorbeeld zorgen voor een gevoel van collectieve verantwoordelijkheid voor gezamenlijke opdrachten. Daarnaast kan een sterke teamgeest ook leiden tot meer onderling vertrouwen. Het wordt daardoor makkelijker om elkaar feedback te geven op gedrag. Ook kan het helpen om elkaar door een lastige fase van een project heen te loodsen.”
Sinds 30 maart 2026 mag Hornstra zich officieel ‘doctor’ noemen. Natuurlijk is hij daar trots op. Maar wat hem nog trotser maakt, is de maatschappelijke relevantie van zijn proefschrift. “Van beter militair onderwijs wordt Defensie uiteindelijk ook beter. Daardoor wordt de kans dat een mogelijke tegenstander ons aanvalt, een stuk kleiner. Met mijn onderzoek hoop ik dus indirect een bijdrage te leveren aan het voorkomen van oorlog.”
Tekst: Martina Langeveld