Moeten de NAM en de Nederlandse staat niet veel meer doen om verantwoord met grond en burgers om te gaan?

door: in Rechtsgeleerdheid
NAM en de Staat in een blog over verantwoord gebruik van grond en duurzaamheid

Als we ons eigendomsrecht vanuit een duurzaamheidsgedachte gaan bezien en een positieve duurzaamheidsverplichting als in het eigendomsrecht besloten lezen, dan maken de Staat en de NAM misbruik van hun recht door gas te blijven winnen.

 

 

Duurzaamheid in perspectief


Op geheel andere wijze met duurzaamheid aan de slag?

Er bestaat de laatste tijd veel aandacht voor duurzaamheid, zeker sinds in 2015 17 duurzaamheidsdoelstellingen wereldwijd werden aangenomen. Dit geldt zeker ook voor juristen, die een bijzondere kijk hebben op de maatschappij en de wijze waarop wij deze georganiseerd hebben. Voor juristen biedt denken over duurzaamheid en duurzaamheidsdoelstellingen een bijzondere uitdaging. Traditioneel is er een onderscheid tussen de rol, taken en verantwoordelijkheid van de overheid (het publiekrecht) en de verhoudingen tussen burgers onderling (het privaatrecht), maar in het kader van duurzaamheid laat dit onderscheid zich minder makkelijk maken. We moeten immers samen werken aan het verwezenlijken van onze duurzaamheidsdoelstellingen.

De bouwstenen bij uitstek om dat te doen zijn die van het privaatrecht. Eigendom, en dan met name eigendom van grond, is in onze samenleving cruciaal voor de individuele ontwikkeling. Wij kennen daarmee, in de (neo-)liberale traditie een individualistisch eigendomsrecht. Dat wil zeggen dat wij het eigendomsrecht omschrijven als een set van bevoegdheden die binnen de publiekrechtelijke kaders kunnen worden uitgeoefend. Zo heeft iemand het recht om over haar eigen grond te beschikken en anderen daarvan uit te sluiten, maar als er mineralen (bijvoorbeeld goud, olie of gas) in de grond gevonden worden, vind een publiekrechtelijke beperking op die bevoegdheid plaats, zodat de staat over de uitwinning van mineralen kan bepalen. 

Een recent rapport van het CBS laat zien - ondanks de positieve boodschap waarmee het gebracht wordt - dat het nog niet zo goed gaat in Nederland wat betreft het bereiken van deze duurzame doelstellingen. Er is weliswaar economische groei, maar dat is zo ongeveer het enige van de 17 doelen waar werkelijk aan gewerkt wordt.

We kunnen en moeten dan ook op andere wijze met duurzaamheid aan de slag. Ons hele stelsel, ook onze juridische regels staan in het doel van economische groei en welvaart. De afgelopen decennia hebben ons dan ook vooral groei en welvaart gebracht. Nu wij langzaam de laatste financiële crisis achter ons laten, denken velen van ons na over de lessen die we geleerd hebben. Het lijkt duidelijk dat het neo-liberaal gedachtegoed dat ten grondslag ligt aan de wijze waarop banken met hypotheken en daarmee de grond van burgers zijn omgegaan, behalve tot grote winst voor de banken ook tot zeer negatieve resultaten geleid heeft.

In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is er een stevig debat gevoerd over een socialistisch eigendomsbegrip, waarbij de bevoegdheid over de grond niet zozeer exclusief, maar gemeenschappelijk zou moeten zijn. Het individualistisch eigendomsbegrip heeft het hiervan gewonnen.

In 2018 echter bestaan er andere redenen om ons eigendomsrecht te overwegen. Het gaat daarbij niet om te komen tot een socialistische maatschappij, maar om te komen tot duurzame oplossingen voor een duurzame samenleving. Het doel, met andere woorden, van onze maatschappij kan niet alleen maar economische groei en winst zijn, maar moeten we eerder zoeken in ons welzijn en onze gemeenschap. In de Verenigde Staten gaat al een aantal jaren een groot debat over welke filosofische grondslag dit winst-denken kan vervangen. In zijn nieuwe boek schrijft rechtsgeleerde Gregory Alexander over het eigendom en welzijn (Property and human flourishing) en biedt een alternatief om te kijken naar de eigendom van grond.

Als welzijn voor onszelf, maar ook onze gemeenschap het doel is, dan moeten we op een andere manier met onze planeet omgaan. Als wij eigendom van grond verwerven, dan brengt dat ook een verantwoordelijkheid met zich mee om duurzaam met die grond om te gaan: een positieve plicht om de grond geschikt - bijvoorbeeld bewoonbaar, of ‘beplantbaar’ - te houden voor onszelf en voor toekomstige generaties. Het uitwinnen van de grond, bijvoorbeeld door deze zo te beplanten en te bemesten dat deze uitgeput raakt, kan dan niet meer tot de bevoegdheden van de eigenaar horen.

Het is welbekend dat de Nederlandse Staat en de NAM in Groningen naar gas boren. Dat doen zij zo dat aardbevingen en daarmee gepaard gaande sociale onrust het gevolg is. De Staat en de NAM gebruiken hun eigendomsrecht in de klassieke liberale zin. Zij zijn bevoegd om met de grond (en de mineralen daarin) te doen wat ze willen en een ander uit te sluiten om zich daarmee te bemoeien. Economische groei en winstoogmerk zijn daarbij het uitgangspunt. Als deze uitoefening van het eigendomsrecht schade met zich meebrengt dan, zo weten we inmiddels, moet deze worden vergoed. En nu de Nederlandse Staat de gaswinning terugbrengt is er zelfs een overeenkomst met Shell en ExxonMobil gesloten om de private winst nog enigszins veilig te stellen en weigert zelfs de NAM om mee te werken aan het versterken van woningen en schuift deze hele verantwoordelijkheid op de Nederlandse staat.

Dat kan en moet anders: als we ons eigendomsrecht vanuit een duurzaamheidsgedachte gaan bezien en een positieve duurzaamheidsverplichting als in het eigendomsrecht besloten lezen, dan maken de Staat en de NAM misbruik van hun recht door gas te blijven winnen. Dat biedt een andere basis dan het aansprakelijkheidsrecht om deze partijen op hun economische activiteiten aan te spreken. De gereserveerde 18 miljard euro kunnen ook besteed worden - naast het vergoeden van de reeds geleden schade natuurlijk - om te bezien hoe wel duurzaam naar gas gewonnen kan worden of hoe andere energie-activiteiten ontwikkeld kunnen worden. Kan dat niet, dan kan het eigendomsrecht van de grond niet met zich meebrengen dat er ter plaatse naar gas geboord wordt. Immers, op de huidige wijze wordt de grond niet duurzaam behandeld.

Het gaat in deze aanpak dan niet alleen maar meer om de private belangen, maar ook om de gemeenschap van zij die de grond bewonen. Dat geldt dan in brede zin, dus niet alleen maar het stuk grond dat de NAM en de Nederlandse Staat in eigendom hebben. Groningse bewoners, zo luid al maanden de kritiek, voelen zich verbonden met deze gaswinning en voelen zich niet veilig in hun eigen woningen vanwege aardbevingsrisico's. Deze bewoners zijn met de grond van de Staat en de NAM verbonden op een vergelijkbare wijze als bewoners die stroomafwaarts aan een rivier last hebben van vervuiling die stroomopwaarts plaatsvindt. Onder goederenrechtelijke juristen is er steeds meer aandacht voor de rol van deze gemeenschappen in de wijze waarop we ons eigendomsrecht van grond vormgeven en blijven geven in de toekomst.

Deze benadering is een voorbeeld hoe de duurzaamheidsdoelstellingen ons denken over onze maatschappij kunnen veranderen. Hoewel op dit moment een rechtstheoretische discussie, kan het heel zinvol zijn om verder te verkennen wat duurzaamheid voor ons betekent. Binnen het Maastricht European Private Law Institute doen wij onderzoek naar dit soort vragen en zullen later dit jaar de eerste resultaten presenteren.

  Meer blogs op Law Blogs Maastricht