Van pioniersfase tot gevestigd instituut: oud directeuren Andries de Grip en Rolf van der Velden blikken terug
Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van ROA spraken we met collega’s uit het hele instituut. In deze interviews blikken zij terug op de ontwikkeling, impact en toekomst van ROA. Ze delen hun ervaringen, inzichten en herinneringen aan vier decennia onderzoek naar onderwijs en arbeidsmarkt. Samen vormen de gesprekken een persoonlijk en veelzijdig portret van een instituut dat zich al 40 jaar met overtuiging inzet voor kennis, innovatie en maatschappelijke vooruitgang.
De vroege jaren: een klein team met een grote ambitie
Wanneer Andries de Grip in 1986 voor één dag per week bij ROA begint, terwijl hij nog aan zijn proefschrift aan de VU werkt, bestaat het instituut nog maar net. In maart 1987 treedt hij volledig in dienst. ROA is dan gevestigd in TS53, met directeur Hans Heijke en Viviane Lonissen als secretaresse op de derde verdieping en de andere medewerkers op de eerste verdieping. “Dat wás het ROA,” zegt Andries. Een klein team van zo’n vijf mensen, dat in de jaren daarna zou doorgroeien naar zo’n vijftig en uiteindelijk naar de ruim tachtig medewerkers van vandaag.
Rolf van der Velden sluit zich in juni 1990 aan. Hij kent ROA al vanuit zijn werk aan het schoolverlatersonderzoek in Groningen. “Ik zocht een instituut zoals ROA, en zij zochten iemand zoals ik,” zegt hij. Het blijkt een perfecte match: zijn expertise sluit aan bij de behoefte van ROA om het schoolverlatersonderzoek verder te ontwikkelen.
ROA positioneert zich vanaf het begin scherp: wetenschappelijk onderzoek combineren met directe beleidsrelevantie. Dat profiel wordt mede mogelijk gemaakt door een vijfjarige startopdracht, verworven door Prof. Dr. Wil Albeda, de eerste decaan van SBE. Het informatiesysteem onderwijs‑arbeidsmarkt vormt de kern. “We namen niet elke opdracht aan,” zegt Andries. “We wilden alleen projecten die ons inhoudelijk verder brachten.”
Groeien, vernieuwen en koers houden
De jaren negentig en tweeduizend zijn voor ROA een periode van inhoudelijke verbreding en organisatorische groei. De arbeidsmarktprognoses worden een groot succes: de voorspellingen blijken opvallend accuraat en ROA wordt binnen ministeries steeds zichtbaarder. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe onderzoekslijnen. Rolf bouwt het schoolverlatersonderzoek verder uit en ziet hoe ROA steeds beter gebruikmaakt van data van CBS, DUO en andere partijen. “Dat vraagt om een langetermijnvisie,” zegt hij. “Je werkt met data die pas over tien of vijftien jaar echt tot hun recht komen.”
Andries richt zich in dezelfde periode op thema’s als knelpunten in personeelsvoorziening, de invloed van technologische ontwikkelingen en de scholing van werkenden. Eind jaren negentig wordt hij hoogleraar en verschuift zijn onderzoek naar bredere vraagstukken op het terrein van een leven lang leren en duurzame inzetbaarheid, mede op basis van de door het ROA in 2004 ontwikkelde Levenslang Leren Enquête. In 2008 volgde een invloedrijk project naar het langer moeten doorwerken in samenwerking met ABP. “We ontdekten hoe verschillend het afschaffen van het vervroegd pensioen uitpakte voor mensen geboren rond 1950,” vertelt hij. “Dat had enorme beleidsrelevantie.”
Onder Rolf verbreedt ROA zich verder richting multidisciplinair onderzoek. Het Education Lab ontstaat, waarin samen met scholen experimenten worden ontworpen. Ook nieuwe thema’s zoals AI en de impact van technologische verandering op werk krijgen een plek. “Dat past bij ROA’s kracht,” zegt hij. “We denken nooit vanuit één project, maar vanuit onderzoekslijnen. De vraag is altijd: helpt dit ons verder?”
De groei brengt ook uitdagingen met zich mee. De balans tussen wetenschappelijke productie en beleidsrapportages met harde deadlines vraagt voortdurend aandacht. “Sommigen vonden contractonderzoek tweederangs,” zegt Rolf. “Maar de kunst is om die spanning productief te maken.” Andries vult aan: “Het is altijd een teamprestatie geweest. Acquisitie deden we nooit alleen; het was altijd een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”
Continuïteit, cultuur en een organisatie die trouw blijft aan zichzelf
Wanneer Andries en Rolf vandaag naar ROA kijken, zien ze een instituut dat sterk is gegroeid, maar waarin de oorspronkelijke waarden nog altijd herkenbaar zijn. “Ik ben er trots op dat Didier een geweldige opvolger is,” zegt Andries. “De waarden zijn hetzelfde gebleven: aandacht voor mensen, plezier in het werk en een sterke inhoudelijke koers.” Hij noemt de sociale activiteiten, de borrels en het familiegevoel dat al in de jaren negentig werd benoemd. “Als iemand wegging, werd er vaak gezegd: wat je bij ROA hebt, vind je niet snel terug.”
Rolf ziet vooral dat mensen graag bij ROA werken, zelfs als ze van ver moeten komen. “Dat zegt veel,” vindt hij. De groei van het instituut verrast hem niet, hij ziet wel hoe organisch die is verlopen: Education Lab, AI‑onderzoek, nieuwe samenwerkingen. “Het past allemaal in de lijn die er vanaf het begin was.”
Beiden herkennen nog altijd de sterke samenwerking, het kritische maar open karakter van collega’s en de hechte band binnen het managementteam. Ook koesteren ze de kleine rituelen die hun werk kleur gaven. “We maakten elke middag een wandeling,” vertelt Andries. “Veel beslissingen werden in die ontspannen sfeer genomen.” Rolf lacht: “Dat was soms productiever dan een MT‑vergadering.”
Op de vraag welk advies ze de huidige generatie onderzoekers willen meegeven, blijven ze bescheiden. “Ga lekker door,” zegt Rolf. Andries vult aan: “En begeleid PhD’ers en junior onderzoekers goed. Dat zijn prachtige samenwerkingstrajecten tussen jongere en meer ervaren onderzoekers.”
40 jaar ROA
Lees ook
-
Probleemgestuurd Onderwijs en AI komen samen in de klas
Marc Becker onderzoekt hoe het succes van AI afhangt van zijn sociale vaardigheden, aangezien AI steeds vaker begint te functioneren als onze collega’s, managers, leiders en zelfs docenten. Zijn onderzoek verkent onder andere hoe AI het leerproces van studenten kan ondersteunen.
-
Minder kans op zittenblijven? De ene school is de andere niet…
Op de ene school blijf je eerder zitten dan op de andere school. Dat heeft niet alleen te maken met hoe een leerling presteert, maar ook met de school zelf. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Maastricht University en Hasselt University.UM news
-
Positieve gezondheid: voorbij de fruitmand en fitness op het werk
Positieve gezondheid. Je hoort de term steeds vaker voorbijkomen, ook in relatie tot werk. Wat is het precies? En hoe kunnen werkgevers en werknemers het toepassen? Hoogleraar Tim Huijts doet onderzoek naar positieve gezondheid op de werkvloer.