Positieve gezondheid: voorbij de fruitmand en fitness op het werk

Positieve gezondheid. Je hoort de term steeds vaker voorbijkomen, ook in relatie tot werk. Wat is het precies? En hoe kunnen werkgevers en werknemers het toepassen? Hoogleraar Tim Huijts doet onderzoek naar positieve gezondheid op de werkvloer. Een gesprek over spinnenwebben, eigen regie en symbolische maatregelen.

Zijn vader was huisarts. Door zijn verhalen begon Tim Huijts zich al jong af te vragen wat dat nou eigenlijk is, gezond zijn. ‘‘Veel mensen denken dat het draait om de aan- of afwezigheid van lichamelijke ziekte. Ons zorgstelsel legt daar van oudsher nadruk op. Maar mensen zijn zo veel meer dan een aandoening.’’

Spinnenweb

Huijts pleit dan ook voor een brede blik op gezondheid. Het relatief nieuwe concept positieve gezondheid, dat ongeveer 15 jaar geleden is ontwikkeld door de Nederlandse arts Machteld Huber, past daar goed bij. Huijts legt uit: ‘‘Bij positieve gezondheid ligt het accent niet op ziekte, maar op de mens in zijn geheel. Het gaat er vooral om dat iemand kan doen wat degene betekenisvol vindt, ondanks uitdagingen en beperkingen in het leven. Eigen regie staat centraal.’’

Het werkt zo: met een vragenlijst brengen mensen zelf hun gezondheid in kaart. De uitkomsten worden weergegeven in een spinnenweb met zes dimensies: lichaamsfuncties, maar ook mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen in de maatschappij en dagelijks functioneren. Het spinnenweb vormt het startpunt van een gesprek  - bijvoorbeeld met een huisarts of coach – over wat de vragenlijstinvuller belangrijk vindt, en wat degene daarvoor nodig heeft. 

Wandelen

Tot een aantal jaren geleden had Huijts wel van positieve gezondheid gehoord, maar hij had er zelf geen ervaring mee. Dat veranderde na een coachgesprek op zijn werk, dat op basis van positieve gezondheid werd gevoerd. ‘‘Uit het gesprek kwam onder meer naar voren dat ik meer reflectiemomenten voor mezelf mocht nemen. Ik heb toen met mijn coach afgesproken om vaker te gaan wandelen. Dat helpt me nog steeds om meer rust te houden in mijn leven.’’

Huijts noemt zijn ervaring ‘‘maar een klein voorbeeld van hoe positieve gezondheid zou kunnen helpen’’. Zijn nieuwsgierigheid ernaar is sindsdien aangewakkerd. Toen hij de kans kreeg om als hoogleraar onderzoek te doen rondom positieve gezondheid op de werkvloer, greep hij die dan ook met beide handen aan. Hij bestudeert een concept dat steeds relevanter en actueler wordt in onze samenleving; zo ook in het bedrijfsleven. Huijts: ‘‘Door toenemende werkdruk, personeelstekorten en verzuim, gaan werkgevers op zoek naar nieuwe manieren om personeel aan te trekken en te behouden. Tegelijkertijd ervaren medewerkers — en dan vooral de jongere generaties — een groeiende behoefte aan betekenis, balans en autonomie in hun werk. Positieve gezondheid zou kunnen helpen om deze belangen bij elkaar te brengen.’’ 

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht, opgericht in 1986, richt zich op hoogstaand wetenschappelijk onderzoek met een belangrijke beleidsimpact. Hun onderzoek richt zich op het verwerven en afnemen van menselijk kapitaal gedurende het leven en de dynamiek van de arbeidsmarkt. ROA werkt met diverse financieringsbronnen, zoals wetenschappelijke fondsen (NRO, NWO), overheden en internationale organisaties, waaronder de Europese Commissie en OECD.

Lees meer over het ROA op de ROA website.

Health washing

Toch blijkt het in de praktijk niet altijd eenvoudig om het concept te vertalen naar de werkvloer. Huijts: ‘‘Een open gesprek vormt de basis en daar zit meestal de crux. Anders dan in een privésituatie, spelen op het werk vaak dynamieken als hiërarchie en afhankelijkheidsrelaties mee. We zien dat werknemers zich daardoor niet altijd veilig voelen om vrij te spreken over wat hen belemmert of wat ze nodig hebben. Werkgevers kunnen op hun beurt bang zijn dat ze zich allerlei verantwoordelijkheden op de hals halen. Die wederzijdse voorzichtigheid zit een open gesprek soms in de weg.’’ 

Deze spanning is volgens Huijts een van de voornaamste redenen waarom organisaties nu nog vaak zonder overleg met medewerkers kiezen voor symbolische gezondheidsoplossingen waarvan de impact vaak te beperkt is. ‘‘Neem fruitmanden, stoelmassages of een ‘groene’ kantine. Goedbedoeld, maar dit soort opgelegde en gestandaardiseerde maatregelen gaan veelal voorbij aan de kern van positieve gezondheid, gebaseerd op eigen regie. Als ze ook nog eens vooral voor de bühne zijn genomen, lijkt het zelfs wat op ‘health washing’.’’

Tim Huijts

Standaardaanpak

Wat adviseert Huijts organisaties die wél concreet aan de slag willen met positief gezond werkgeverschap? ‘‘Pas wanneer het echt onderdeel wordt van visie, cultuur, waarden en dagelijkse routines, komt positieve gezondheid op het werk tot leven. En: betrek medewerkers erbij. Heb het lef om gericht op samenwerking in dialoog met ze te gaan, en neem hun verlangens en benodigdheden serieus.’’ Hoe de vervolgstappen eruitzien, verschilt per organisatie. “Er is geen one-size-fits-all oplossing,” benadrukt Huijts. “Wat werkt, hangt samen met de organisatie, de mensen die er werken en de context waarin zij opereren.’’

Juist die contextafhankelijkheid maakt het lastig om nu al eenduidige conclusies te trekken over de daadwerkelijke effecten van positieve gezondheid op de werkvloer. Daar ligt volgens Huijts een belangrijke onderzoeksopgave voor de komende tijd. ‘‘Er is nog nauwelijks onderzoek verricht naar positieve gezondheid in relatie tot werk. Inmiddels leveren praktijkervaringen waardevolle eerste inzichten op, vooral over hoe bedrijven ermee omgaan. Zo past het Jeroen Bosch Ziekenhuis positieve gezondheid actief toe in jaargesprekken en hun flexpool-beleid. Door de komende jaren gericht samen te werken met organisaties, wil ik beter begrijpen waarom positieve gezondheid in de ene situatie wel werkt en in de andere minder. Niet om een standaardaanpak te ontwikkelen, maar om bedrijven gerichter te kunnen adviseren. De belangrijkste vraag is voor mij niet zozeer óf het werkt, maar vooral: wat werkt voor wie?’’

 

Tekst: Milou Schreuders
Fotografie: Sem Shayne

Lees ook