Een identiteitskaart maken met DNA
Dit artikel gaat over seksueel geweld. Heb jij of heeft iemand in je omgeving te maken gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag? Ga naar het Programma Seksuele Veiligheid van UM voor ondersteuning.
Eén op de tien vrouwen in Europa boven de 15 jaar krijgt in haar leven te maken met seksueel geweld. Vaak is er in deze zaken echter geen biologisch bewijs om de dader mee te identificeren. Universitair hoofddocent Athina Vidaki (CARIM, GROW) wil hier verandering in brengen met haar onderzoek op het gebied van forensische (epi)genomica. Door genetische technieken te verfijnen en individuele cellen te analyseren, wil ze DNA-bewijs duidelijker maken om meer van deze zaken op te lossen.
Athina komt oorspronkelijk uit Griekenland, maar woont al tien jaar in Nederland. Al vroeg raakte ze gefascineerd door DNA en hoe je het kunt gebruiken om mensen te identificeren. "In de forensische (epi)genomica leveren we DNA-bewijs door biologisch materiaal dat we vinden op een plaats delict te vergelijken met materiaal van het slachtoffer of de verdachte. Dit proces is cruciaal, maar niet altijd succesvol. Daarom laten we DNA fungeren als een biologische getuige en maken we er een soort identiteitskaart mee. Door bijvoorbeeld naar tien of twintig letters in je genoom te kijken, kunnen we bepalen hoe oud iemand ongeveer is: ben je begin dertig of eind vijftig? We kunnen ook zien of iemand tabak rookt of daarmee gestopt is. Dit kan nuttig zijn voor de politie, omdat ze zo hun lijst met verdachten kunnen inkorten en hun onderzoek kunnen starten door zich op een specifieke groep mensen te richten."
Daders identificeren
Momenteel coördineert Athina CapCell, een grootschalig onderzoeksproject dat vier jaar duurt en gefinancierd wordt door het Horizon Europe-programma van de Europese Commissie. “Forensische laboratoria gebruiken momenteel standaard genetische technieken om DNA te profileren. We kijken nu naar nieuwe manieren om individuele cellen te analyseren die uit forensisch bewijsmateriaal zijn gehaald. Zo worden onze methodes veel gevoeliger. We moeten ervoor zorgen dat we vaker succes hebben met het opsporen van iemands DNA en dat meer DNA-bewijs correct wordt geanalyseerd en geïnterpreteerd. Aan het einde van het project willen we een toolkit hebben die elk forensisch laboratorium kan gebruiken om gevallen van seksueel geweld te behandelen. Het uiteindelijke doel is dat we de kans vergroten dat de dader geïdentificeerd wordt, wat helaas niet zo vaak gebeurt als zou moeten.”
In sommige Europese landen leidt de helft van de gevallen van seksueel geweld nooit tot biologisch bewijsmateriaal dat we kunnen gebruiken of interpreteren. Dat willen we verbeteren.
Speld in een hooiberg
Er zijn twee belangrijke redenen waarom daders niet altijd geïdentificeerd worden. "Eén daarvan is gebrek aan bewijs. Negen op de tien slachtoffers van seksueel geweld zijn vrouw. Bij verkrachting verzamelen we daarom vaginale uitstrijkjes, waar we spermacellen van de dader in hopen te vinden. In deze uitstrijkjes zitten vaak echter honderdduizenden vaginale cellen van het slachtoffer en misschien slechts enkele tientallen spermacellen van de dader, wat betekent dat we zoeken naar een speld in een hooiberg. En hoe langer het duurt voordat het slachtoffer aangifte doet, hoe kleiner de kans dat deze spermacellen overleven. Vervolgens maken we een profiel van het ‘gemengde’ DNA en als we geluk hebben, krijgen we het vrouwelijke profiel en een klein deel van het mannelijke profiel. Soms krijgen we niets. Het tweede probleem is het interpreteren van deze DNA-profielen. Vaak heeft de vrouw een echtgenoot of vriend, of zijn er in extreme gevallen meerdere daders bij betrokken. Dan zit er dus biologisch materiaal van meerdere mannen in het uitstrijkje en is het profiel zó gemengd, dat het moeilijk, zo niet onmogelijk is om de betrokkenen uit elkaar te halen en te identificeren.”
“Met ons onderzoek willen we bijdragen aan een oplossing voor deze twee problemen. We willen het bewijs duidelijker, traceerbaarder, gevoeliger, gestandaardiseerd en gebruiksvriendelijk maken, met AI bijvoorbeeld. In sommige Europese landen leidt de helft van de gevallen van seksueel geweld nooit tot biologisch bewijsmateriaal dat we kunnen gebruiken of interpreteren. Dat zijn tienduizenden zaken per jaar, dat willen we verbeteren.”
Giving answers
“Seksueel geweld is een belangrijk onderwerp en ik vind dat we zowel de slachtoffers als hun families moeten ondersteunen. Ik vind het vrij onacceptabel om geen antwoorden te kunnen geven en geen gerechtigheid kunnen bieden. Dat is denk ik onze taak als wetenschappers: in complexe situaties de waarheid achterhalen die de maatschappij nodig heeft. We moeten dit probleem oplossen om toekomstige slachtoffers, onze kinderen, onze vrienden en onszelf te beschermen tegen daders die dit misdrijf opnieuw plegen als ze niet gepakt worden. Mijn persoonlijke motivatie voor dit onderwerp komt voort uit de technologische innovatie in ons project die me altijd gefascineerd heeft en zorgt dat we deze complexe wetenschappelijke puzzel met een nieuwe blik kunnen bekijken, maar ook uit de maatschappelijke noodzaak, ook omdat ik zelf een vrouw ben.”
Meer weten over Athina’s onderzoek? Lees meer over CapCell.
Tekst en foto: Joëlle van Wissen
Lees ook
-
De kracht van preventie: zet een fietshelm op
Neuropsychiater David Linden pleit voor fietshelmen en benadrukt het belang van preventie tegen hersenletsel.
-
De vertraagde diagnose van endometriose
In Honours+ ervaren studenten voor het eerst hoe ze (wereldwijde) uitdagingen in een interdisciplinaire omgeving moeten aanpakken, onder professionele begeleiding van medewerkers van Universiteit Maastricht.
-
Standaardbehandeling bij maagklachten niet effectiever dan placebo
Een medicijn dat vaak wordt voorgeschreven bij chronische maagklachten werkt niet beter dan een placebo. Wat wel telt, is of patiënten dénken dat ze het middel krijgen, blijkt uit onderzoek van Daniel Keszthelyi.