Al 38 jaar het kloppend hart van ROA: Margo blikt terug
Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van ROA spraken we met collega’s uit het hele instituut. In deze interviews blikken zij terug op de ontwikkeling, impact en toekomst van ROA. Ze delen hun ervaringen, inzichten en herinneringen aan vier decennia onderzoek naar onderwijs en arbeidsmarkt. Samen vormen de gesprekken een persoonlijk en veelzijdig portret van een instituut dat zich al 40 jaar met overtuiging inzet voor kennis, innovatie en maatschappelijke vooruitgang.
Van jongste collega naar vaste waarde
Toen Margo op 1 april 1988 bij ROA begon, was ze 25 jaar oud en de jongste medewerker van het instituut. “Nu ben ik de oudste,” zegt ze met een glimlach. ROA bestond op dat moment bijna twee jaar. Directeur Hans Heijke leidde toen nog een klein team: een secretaresse, een student-assistent en drie onderzoekers. In datzelfde jaar startte de eerste AIO, Lex Borghans.
Het secretariaat bevond zich op de derde verdieping van de tuinvleugel, tegenover het secretariaat van KE. Alle economische afdelingen zaten destijds in dat deel van het gebouw. Haar belangrijkste taak in die beginjaren was het bewerken en opmaken van ROA’s research output in de vorm van rapporten. Dat gebeurde aanvankelijk op tekstverwerkings computers die op alle secretariaten beschikbaar waren. Deze werden echter al snel vervangen door PC’s waar ook WORD ter beschikking kwam. Vergaderingen werden genotuleerd met behulp van steno-en communicatie verliep via telefoon en fax of je ging rechtstreeks bij je collega’s langs. De digitalisering die later volgde, vooral de komst van e-mail, betekende een enorme omslag. Niet alleen werd het werk efficiënter, ook het instituut groeide snel. “Door de toename van opdrachten groeide eveneens het aantal collega’s en kwam er ook uitbreiding in de secretariële samenstelling. Hoewel ROA sindsdien enorm is veranderd, is één detail onveranderd gebleven: de foto op Margo’s werknemerspas is nog steeds dezelfde als op haar allereerste dag. Een klein, symbolisch bewijs van haar lange verbondenheid met het instituut.
Een loopbaan die meegroeit met het instituut
Margo’s loopbaan ontwikkelde zich in hetzelfde tempo als ROA. Een van de momenten waar ze het meest trots op is, kwam in 1993. De directeur vroeg haar om het secretariaat te gaan overnemen van de Europese vereniging van arbeidseconomen (EALE). “Ik kreeg het vertrouwen om deze vereniging en de jaarlijkse congressen naar een hoger niveau te tillen.” Ze heeft 28 jaar het EALE secretariaat geleid en meegewerkt aan de organisatie van jaarlijkse congressen door heel Europa inclusief wereldcongressen die in samenwerking met de Amerikaanse arbeidseconomen verening vijfjaarlijks werden georganiseerd.
In 2021 gaf ze het stokje door en sindsien vervult ze binnen ROA een breed palet aan rollen: van kwaliteitsmanager tot leidinggevende van het secretariaat en ondersteuner van het managementteam. Ze kijkt met trots terug op het behalen en behouden van de ISO 9001‑certificering. “Dat lukt alleen door samen te werken met collega’s en structuren in processen en procedures te volgen en te onderhouden.” De meest recente audit was voor haar een hoogtepunt: de auditor sprak uit dat ROA zich op een hoog niveau bevindt qua kwaliteitsmanagement.
Toch benadrukt ze dat haar trots niet alleen gaat over haar eigen prestaties. “Er zijn in de loop der jaren veel momenten geweest waar ik trots op ben geweest. Niet alleen op wat ik heb bereikt, maar ook op wat mijn collega’s hebben bereikt.” De samenwerking binnen het secretariaatsteam noemt ze bijzonder: ieder met een eigen expertise, maar altijd gericht op het ondersteunen van het instituut.
Een unieke cultuur van betrokkenheid, openheid en generaties die van elkaar leren
Wat ROA volgens Margo uniek maakt, is het businessmodel: het instituut moet zichzelf financieren via contract- en gesubsidieerd onderzoek. “Iedereen is zich ervan bewust dat de orderportefeuille goed gevuld moet blijven. Dat maakt dat iedereen zich enorm inzet en dat leidt tot een positieve, hechte werkomgeving.”
Daarnaast noemt ze de cultuur van collegialiteit en samenwerking, die ze door alle lagen en disciplines heen heeft ervaren. De diversiteit aan generaties speelt daarin een belangrijke rol. “Jongere generaties leren van oudere generaties. Daar wordt bewust aan gewerkt”. Zelf deelt ze nog dagelijks tips en ervaringen met haar collega’s.
Ook de verschillende ROA directeuren hebben volgens haar een grote invloed gehad op de cultuur. “Ze hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in het creëren van een positieve en hechte werkomgeving, door hun verbindende manier van leidinggeven, hun toegankelijkheid en de oprechte betrokkenheid waarmee ze collega’s wisten, en weten te inspireren.” Van elke directeur heeft ze lessen geleerd welke ze nog steeds toepast.
Hoewel Margo binnenkort met vervroegd pensioen gaat, ziet ze dat ROA een plek blijft waar mensen graag willen blijven. “De praktijk toont aan dat collega’s met tijdelijke contracten zoals, PhD’ers, Post-docs en junior onderzoekers, het liefst hun carrière bij ROA zouden willen voortzetten.” Dat is misschien wel het mooiste compliment voor een organisatie waar zij 38 jaar lang één van de vaste pijlers was.
40 jaar ROA
Lees ook
-
Van pioniersfase tot gevestigd instituut: oud directeuren Andries de Grip en Rolf van der Velden blikken terug
Oud-directeuren Andries en Rolf blikken terug op ROA’s groei van klein team tot invloedrijk instituut. Succes kwam door de sterke focus op relevant onderzoek, data en samenwerking. Ondanks ROA's groei blijven cultuur, teamgevoel en inhoudelijke koers centraal staan.
-
Probleemgestuurd Onderwijs en AI komen samen in de klas
Marc Becker onderzoekt hoe het succes van AI afhangt van zijn sociale vaardigheden, aangezien AI steeds vaker begint te functioneren als onze collega’s, managers, leiders en zelfs docenten. Zijn onderzoek verkent onder andere hoe AI het leerproces van studenten kan ondersteunen.
-
Minder kans op zittenblijven? De ene school is de andere niet…
Op de ene school blijf je eerder zitten dan op de andere school. Dat heeft niet alleen te maken met hoe een leerling presteert, maar ook met de school zelf. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Maastricht University en Hasselt University.UM news