‘Huidige leerplichtwet wringt met kinderrechten’
De huidige leerplichtwet laat ruimte voor uitzonderingen die in de praktijk vragen oproepen. Ouders kunnen onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op vrijstelling van inschrijving, o.a. vanwege hun geloofs- of levensovertuiging. Volgens Marieke Hopman (assistent professor binnen de capgroep internationaal recht) wringt de wetgeving met het recht van het kind op onderwijs.
Leerplichtwet
De huidige leerplichtwet dateert uit de vroege twintigste eeuw en is sinds 1969 niet meer ingrijpend vernieuwd. Hij is behoorlijk oud, als je het Hopman vraagt. “Deze wet is ingevoerd op het moment dat veel kinderen fabrieksarbeiders waren en moest ervoor zorgen dat kinderen meer onderwijs zouden krijgen. Inmiddels is de wet hopeloos verouderd en denken we veel meer vanuit de rechten van kinderen, maar het recht op onderwijs is nooit in onze wetgeving terechtgekomen. Juridisch gezien is de leerplichtwet in strijd met de Europese wetgeving.”
Vrijstelling
Als een kind vijf jaar is, is een kind leerplichtig en moet het kind ingeschreven zijn op een school. In een viertal gevallen kunnen ouders vrijstelling van inschrijving aanvragen bij de leerplichtambtenaar:
- De ouders wonen niet op één plek en leiden een trekkend bestaan;
- Het kind kan niet naar school vanwege fysieke of mentale beperking;
- Het kind gaat in het buitenland naar school;
- De school past niet bij de geloof- of levensopvatting van de ouders (richtingsbedenking).
Geen toezicht bij vrijstelling om richtingsbedenking
De vrijstelling van de leerplicht is al ruim vijftien jaar het onderwerp van vele discussies en over de richtingsbedenking is recent veel te doen. Hopman: "Het artikel over richtingsbedenking is ontstaan vanuit de politieke discussie over het al dan niet scheiden van onderwijs en religie. De verschillende religieuze partijen wilden dat kinderen onderwijs conform hun eigen geloof, en niet een ander, konden volgen”, legt Hopman uit. “Daarom is artikel 23, vrijheid van onderwijs, in de wet opgenomen, waarin staat dat “het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld””.
In april 2025 besloot het Openbaar Ministerie geen zaken meer te vervolgen die vielen onder richtingsbedenking tegen scholen, op basis van de geloofsovertuiging of levensopvatting van de ouders. Het toetsingskader waarmee de leerplichtambtenaar deze vrijstellingen beoordeelt, bleek onvoldoende duidelijk en de procedures bleken lang en complex. Omdat er geen eenduidige lijn is, is er te weinig houvast voor de handhaving. “Meer recent heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het kind recht heeft op onderwijs wat pluriform is, dus volgens meerdere ideeën en overtuigingen. Pas als jij kunt aantonen dat de school waar jij je kinderen naartoe wilt sturen daadwerkelijk actief tegen jouw levensvisie ingaat, kun je bezwaar hebben tegen die school.’
De situatie is zorgelijk, vindt Hopman, want krijgen de kinderen überhaupt onderwijs als ze thuis worden gehouden? Is het onderwijs wat ze dan krijgen kwalitatief goed? En is het thuis wel veilig? Daar controleert de overheid momenteel niet op. Bovendien kiest het kind er zelf niet voor om thuis geschoold te worden, dat bepalen de ouders. Ook dat ligt gevoelig, want wiens recht weegt hier het zwaarst? “Bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zijn hier al meerdere zaken over geweest waarbij het ging om het recht van de ouders om hun eigen opvoeding en religie aan kinderen op te leggen. Hun eigen levensvisie versus de staat die iets wil met kinderen en onderwijs”, legt Hopman uit. “In een aantal zaken is gezegd: ja, dan gaat het recht van het kind op onderwijs vóór de extreme religieuze overtuiging van de ouders.”
Maar in Nederland bestaat een wet voor recht op onderwijs niet. “Dat is absurd. We hebben in Europa afgesproken dat kinderen recht hebben op onderwijs en daar moet de Nederlandse overheid garant voor staan, daar hebben ze voor getekend en dat doen ze het gewoon niet. De huidige wetgeving maakt het zelfs mogelijk om je kind totaal te onttrekken aan de maatschappij.”
Hoe gaan onze buren ermee om?
In Duitsland is het helemaal niet toegestaan om kinderen van school te houden. Hopman: “Daar heeft het Europees Hof ooit een uitspraak gedaan in een zaak over ouders die een kind thuishielden en thuisonderwijs wilden geven vanwege een religieuze overtuiging. Daar heeft de staat gezegd: nee, gewoon naar school gaan. De staat kreeg daarin van het Europese Hof gelijk. In België is thuisonderwijs verbonden aan wettelijke regels. Je krijgt een curriculum en moet toetsen doen.” Maar van het voorbeeld van de Belgen is Hopman geen voorstander, behalve in uitzonderlijke gevallen, omdat thuisonderwijs in de Nederlandse context ook een aantal nadelen heeft voor kinderen, zoals uit haar onderzoek blijkt.
Vrijstellingen schrappen
Volgens Hopman is het schrappen van de vrijstelling van de leerplicht de oplossing. “We moeten de leerplichtwet omvormen naar een wet die het recht van het kind op onderwijs als basis heeft en waarbij onderwijs in principe kan plaatsvinden op school. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer een kind in het ziekenhuis ligt of in de gevangenis zit, moet dat op een andere locatie. School is een gemeenschap en daar leer je functioneren in een gemeenschap. Dat is soms moeilijk en er komt veel bij kijken. Maar als je dat niet leert, hoe ga je dan de rest van de leven functioneren in de maatschappij? Je kunt school later niet overdoen.”
Lees ook
-
Femicide in de rechtspraktijk: naar eenduidige definitie en consistente aanpak
Het Onderzoeks- en Datacentrum (WODC) heeft een onderzoeksrapport gepubliceerd over femicide in de Nederlandse rechtspraktijk.
-
Onderzoek naar interlandelijke adoptie en pesticidenwetgeving ontvangt financiering van NWO
Mariolina Eliantonio en Elvira Loibl hebben beiden een SGW Open Competitie XS-subsidie ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor hun onderzoeksprojecten.
-
Publicatie van het rapport van de juridische expertgroep (LEG) over het recht om te demonstreren op universiteiten
Een groep juridische experts van de Faculteit Rechtsgeleerdheid heeft advies gegeven over de uitoefening van het demonstratierecht aan de Universiteit Maastricht (UM).