Femicide in de rechtspraktijk: naar eenduidige definitie en consistente aanpak
De huidige Nederlandse rechtspraktijk is gebaat bij een heldere juridische definitie van femicide. Dat kan zorgen voor een meer eenduidige aanpak en consistentere afdoening van femicidezaken. Deze en andere aanbevelingen zijn terug te vinden in een onderzoeksrapport dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) op 12 mei publiceerde. Onderzoekers Laurie Ritzen (universitair docent binnen het departement Strafrecht en Criminologie) en Suzan van der Aa (hoogleraar binnen het departement Strafrecht en Criminologie) voerden dit onderzoek in opdracht van het WODC uit.
In Nederland worden ieder jaar gemiddeld 43 vrouwen slachtoffer van femicide (vrouwenmoord), vaak door een (ex-)partner of familielid. De onderzoekers onderzochten in hoeverre femicide binnen de Nederlandse rechtspraktijk wordt (h)erkend, gekaderd en juridisch beoordeeld. Ook is onderzocht op welke wijze gendergerelateerde kenmerken worden betrokken bij de strafrechtelijke beoordeling en straftoemeting van femicide. In het onderzoek wordt femicide omschreven als (een poging tot) het opzettelijk en wederrechtelijk (ofwel in strijd met het recht) doden van een vrouw of meisje, waarbij gendergerelateerde kenmerken een rol spelen.
Behandeling van femicide in de rechtspraktijk
Rechters en officieren van justitie hanteren verschillende afbakeningen van femicide. Voor sommigen is het voldoende dat de dader een (ex-)partner of familielid van het slachtoffer is. Anderen achten andere kenmerken, zoals voorafgaand geweld of een haatmotief, noodzakelijk om van femicide te kunnen spreken, terwijl weer anderen femicide juist definiëren aan de hand van de combinatie van een familie/partnerrelatie met aanvullende kenmerken. Alhoewel gendergerelateerde kenmerken, zoals de partner- of familierelatie, vaak worden erkend in femicidezaken, worden deze niet altijd consequent in de bewijsvoering of de motivering voor de straf meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat officieren meer ruimte zien dan rechters om deze kenmerken (bijvoorbeeld eerder huiselijk geweld) te betrekken bij het bewijzen van opzet of voorbedachte raad.
Oordeel en straf bij femicide
In de strafmotiveringen bij (poging tot) moord of doodslag op vrouwen wordt vaak expliciet verwezen naar de (ex-)partner- of familierelatie en andere gendergerelateerde kenmerken. Er wordt regelmatig een strafverzwaring toegekend aan deze kenmerken. Opvallend is dat aanwijzingen voor eerder (huiselijk) geweld minder vaak expliciet worden benoemd in de motivering. Als dat wel gebeurt, dan verwijzen de rechters naar het eerdere geweld in strafverzwarende zin.
Zowel rechters als officieren van justitie beschouwen de huidige wettelijke strafmaxima voor moord of doodslag als toereikend. Desondanks gaven meerdere respondenten aan voorstander te zijn van de introductie van femicide of gendergerelateerde kenmerken als wettelijke strafverzwaringsgrond, omdat dit kan bijdragen aan het structureler (h)erkennen van gendergerelateerde kenmerken in de strafrechtspraktijk.
Aanbevelingen
Naast een juridische definitie van femicide en een gedeeld beeld op het omgaan met gendergerelateerde kenmerken zoals eerder huiselijk geweld, wordt aanbevolen om ‘femicidezaken’ consequenter als zodanig te benoemen. Dit ondersteunt een betere registratie en monitoring van femicide, en draagt bij aan maatschappelijke bewustwording van gendergerelateerd dodelijk geweld.
Tevens wijzen de onderzoekers op het belang van het nader verkennen van verdere specialisatie binnen de strafrechtpraktijk en versterking van kennis over gendergerelateerd geweld. Dit kan door de inzet van gespecialiseerde rechters, strafkamers of andere deskundigen.
Ook raden de onderzoekers aan onderzoek te gaan doen naar andere vormen van fataal geweld tegen vrouwen – zoals mishandeling met de dood ten gevolge of dood door schuld – en de juridische afdoening daarvan. Dit kan bijdragen aan een beter begrip van de reikwijdte van het fenomeen femicide en de manier waarop het strafrecht daarop reageert.
Onderzoeksrapport
Bekijk het volledige onderzoeksrapport op de website van het WODC.
Beeld: Denisse Tramolao, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Lees ook
-
Onderzoek naar interlandelijke adoptie en pesticidenwetgeving ontvangt financiering van NWO
Mariolina Eliantonio en Elvira Loibl hebben beiden een SGW Open Competitie XS-subsidie ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor hun onderzoeksprojecten.
-
Publicatie van het rapport van de juridische expertgroep (LEG) over het recht om te demonstreren op universiteiten
Een groep juridische experts van de Faculteit Rechtsgeleerdheid heeft advies gegeven over de uitoefening van het demonstratierecht aan de Universiteit Maastricht (UM).
-
MOSaR-actualiteitenbijeenkomst - Proeve van een herziening van de Grondwet: sociale grondrechten
De MOSaR-actualiteitenbijeenkomst van 9 april 2026 stond in het teken van de Proeve van een herziening van de Grondwet: Sociale Grondrechten. Na een inleiding van Gijsbert Vonk volgden twee presentaties van promovendi Mark Steijns en Ruben Peetam.