De minimale instructie die een ABV/VM/OL aan nieuwe ggo-medewerkers of medewerkers die toegang nodig hebben tot ggo-laboratoria dient te geven is terug te vinden via deze link. Nadat de voorlichting is gegeven kan de ABV bij de BVF toelating aanvragen voor de betreffende persoon tot de ggo-laboratoria middels het formulier Approval as GMO worker. Criteria voor toelating medewerkers tot de diverse inperkingsniveaus zijn terug te vinden in de procedure Toelating van ggo medewerkers tot diverse inperkingsniveau's.

In de master Biomedical Sciences wordt jaarlijks een Biosafety cursus gegeven door de BVF. Deze vindt meestal plaats in november/december en is ook toegankelijk voor medewerkers. Indien de cursus succesvol is afgesloten, ontvangt men een Biosafety certificaat. Medewerkers kunnen zich inschrijven bij de BVF.

Activiteiten met biologisch materiaal voor onderwijs/demonstratie doeleinden, dienen ten alle tijden in laboratoria plaats te vinden. Indien gebruikt wordt gemaakt van dierlijk materiaal dient tevens aan de dierlijke bijproducten regeling te worden voldaan. Ook dierlijk materiaal gekeurd voor consumptie (gekocht in de winkel) valt onder deze regeling, omdat het dierlijk materiaal niet voor consumptie gebruikt wordt. Voor meer informatie neem contact op met de BVF.

Het Nagoya Protocol betreft regelgeving met betrekking tot de toegang tot genetische bronnen. Het Nagoya Protocol schept rechten en verplichtingen voor landen die het ondertekend hebben. Het protocol geeft landen die de genetische bronnen bezitten, de mogelijkheid een tegenprestatie te vragen aan burgers en bedrijven die hun bronnen gebruiken. Nederland heeft deze wetgeving met betrekking tot het Nagoya-protocol sinds 16 april 2016 aangenomen.

Wat de implicaties zijn voor wetenschappers en wat wetenschappers moeten doen voordat ze met genetische bronnen gaan werken, kun je lezen op de FHML-website

Vragen met betrekking tot het Nagoya Protocol kunnen gestuurd worden naar info-nagoyaprotocol@maastrichtuniversity.nl

Om verspreiding van (pathogene) micro-organismen te voorkomen, ter bescherming van mens en milieu, zijn er strikte procedures voor het verzenden en transporteren van verschillende biologische materialen. De geldende procedures staan hieronder beschreven. 

GGO/Biologisch materiaal
De geldende regels voor het verzenden van genetisch gemodificeerde organismen (ggo) en biologisch materiaal (over de weg en door de lucht) staan beschreven in werkinstructie Vervoer van ggo’s en biologisch materiaal

Dierlijke bijproducten (DBP) die voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs worden gebruikt, moeten op de juiste manier worden gehanteerd, gebruikt, verwerkt of afgevoerd. Onder DBP wordt verstaan dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn of gebruikt worden. Levende dieren en humaan materiaal worden niet gezien als DBP. Onderzoekers kunnen met vragen over DBP terecht bij de BVF.

Verzending/transport van dierlijke bijproducten binnen de EU en Nederland
Voor verzending/transport van DBP binnen de Europese Unie, inclusief Nederland, is een ingevuld handelsdocument noodzakelijk. Tevens dient het document voorzien te zijn van een cat. 1 label. In deze link is weergegeven hoe het handelsdocument ingevuld dient te worden.

Dierlijke bijproducten buiten de EU 
Voor het transport van DBP buiten de Europese Unie (EU) dient onderscheidt gemaakt te worden tussen het verzenden en importeren van DBP. Voor het verzenden van DBP naar niet-EU landen, dient men de geldende procedures van het ontvangende land te volgen.

Voor het importeren van DBP uit niet-EU landen is een importontheffing noodzakelijk. Deze importontheffing kan bij de BVF opgevraagd worden. Het importeren van DBP is aan strikte voorwaarden gebonden, welke beschreven staan in de procedure Invoeren dierlijke bijproducten uit niet EU-landen.

Opmerking: Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zwitserland zijn niet-EU landen.

Voordat werkzaamheden aan apparatuur en/of laboratoria kan plaatsvinden moet er aangetoond worden dat de apparatuur en/of het laboratorium vrij is van ggo’s. Dit wordt geregistreerd via de vrijgave formulieren. Er is een vrijgave formulier voor apparatuur in het algemeen, een formulier voor de vrijgave van alle BSC’s en een formulier voor het vrijgeven van ggo-laboratoria.

Wanneer een apparaat naar een lager inperkingsnivo /buiten inperkingsnivo verplaatst wordt dient het apparaat ook vrijgegeven te worden. 

BSC’s die niet in een ggo-laboratorium staan dienen ook vrijgegeven te worden, hiervoor is een separaat formulier.

Wanneer er noodzaak is om ggo-laboratoria te (ver)bouwen dient de BVF in een vroeg stadium gecontacteerd te worden, zodat nagegaan kan worden welke werkzaamheden in het laboratorium gaan plaatsvinden en welke wettelijke inrichtingseisen daarbij horen. De finale tekening voor deze verbouwing dient door de BVF goedgekeurd te worden. Na verbouwingen/aanpassingen van een ggo-laboratorium dient de BVF formeel te verklaren dat het ggo-laboratorium (nog altijd) voldoet aan de wettelijk gestelde inrichtingseisen. Hiervoor zal de BVF het laboratorium altijd visueel komen inspecteren.           

 

In het Academisch Ziekenhuis Maastricht (MUMC) kan onderzoek worden uitgevoerd waarbij ggo's aan patiënten worden toegediend, we noemen dit gentherapiestudies. Deze gentherapiestudies maken deel uit van de ggo-wetgeving. Voor dit deel van de ggo-wetgeving is een milieu veiligheidsfunctionaris (MVF) aangesteld. Deze MVF houdt toezicht op alle activiteiten die onder de vergunning vallen en op de uitvoering/naleving van de in de vergunning genoemde wettelijke voorschriften of maatregelen. De MVF is toegelaten door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en gemandateerd door de Raad van Bestuur van het MUMC.

Gentherapiestudies vinden altijd, onder verantwoordelijkheid van een arts, in het Academisch Ziekenhuis Maastricht (MUMC) plaats. Daarom zijn de procedures voor gentherapiestudies terug te vinden op het ODIN-portaal (online protocolsysteem van het MUMC).

Als u vragen heeft over gentherapiestudies, kunt u contact opnemen met de MVF.

Zie de website van Loketgentherapie voor aanvullende informatie over de vergunningsprocedures voor klinische gentherapiestudies en meer inzicht in de procedures voor onderzoekers.

Activiteiten met biologische agentia (waaronder humaan en dierlijk materiaal) vallen onder de ARBO-wet. Deze wetgeving is vertaald in diverse procedures en werkinstructies die op deze pagina te vinden zijn.

Als het gaat om werkzaamheden met biologische agentia wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten handelingen. Werken met materiaal dat micro-organismen kan bevatten (niet gerichte werkzaamheden) en werken met een specifiek micro-organisme (gerichte werkzaamheden). Voor de gerichte werkzaamheden is afgesproken dat samen met de Biologischeveiligheidsfunctionaris (BVF) een risicobeoordeling wordt uitgevoerd.

De BVF biedt ondersteuning aan onderzoekers bij het werken met biologische agentia. Het doel is het creëren van veilige werkomstandigheden voor medewerkers en milieu tijdens het werken met biologische agentia door:

  • Het uitvoeren van risicobeoordelingen 
  • Het instrueren, opleiden en adviseren over experimenten met biologische agentia en het transport ervan  
  • Het signaleren van onveilige activiteiten of activiteiten die in strijd zijn met de ARBO-wet
  • Inspecteren van geclassificeerde laboratoria
  • Advisering bij (ver)bouw van geclassificeerde laboratoria
  • Inzet bij incidenten of calamiteiten.

     

Zie hieronder voor procedures, werkinstructies en formulieren van belang voor het werken met biologische agentia (niet genetisch gemodificeerd):

Voor activiteiten waarbij genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) betrokken zijn, geldt specifieke wetgeving, de ggo wet- en regelgeving (RGGO2013). Op grond van deze wet- en regelgeving is het verplicht om een BVF aan te stellen. Het College van Bestuur van de Universiteit Maastricht (UM) en de Raad van Bestuur van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) hebben de BVF gemandateerd om de ggo-wetgeving te implementeren en toe te zien op de naleving hierop.

De BVF biedt ondersteuning aan onderzoekers bij het werken met ggo's. Het doel is het creëren van veilige werkomstandigheden voor medewerkers en milieu tijdens het werken met ggo’s door:

  • Het controleren en indienen van meldingen/vergunningen bij de vergunningverlener
  • Het instrueren, opleiden en adviseren over ggo-experimenten en transport van ggo's
  • Het signaleren van onveilige activiteiten of activiteiten die in strijd zijn met de ggo-wetgeving
  • Inspecteren van geclassificeerde laboratoria
  • Advisering bij (ver)bouw van geclassificeerde laboratoria
  • Inzet bij incidenten of calamiteiten.

Zie hieronder voor procedures, werkinstructies en formulieren voortvloeiend uit de ggo-wetgeving.

Ben je UM-student en ouder? Dan kun je in aanmerking komen voor voorzieningen, toeslagen en een financiële tegemoetkoming.