Hoe een zorginfarct te voorkomen
Het is een onheilspellend toekomstscenario, maar de cijfers liegen er niet om. Ons land is minder dan tien jaar verwijderd van een totaal zorginfarct, waarbij het niet langer vanzelfsprekend is dat Nederlanders de zorg krijgen die ze nodig hebben. De verpleeghuiszorg wordt het hardst geraakt. Hoogleraar Angelique de Rijk en universitair docent Petra Erkens blijven in weerwil van de prognoses optimistisch gestemd. “Er zijn zoveel knoppen waar we aan kunnen draaien.”
Volgens FNV Zorg & Welzijn zal het tekort aan zorgprofessionals in 2034 zijn opgelopen tot 265.600. In de verpleeghuiszorg verwacht men een tekort van 82.900 medewerkers, tegen 16.100 dit jaar. Terwijl het aantal patiënten door de vergrijzing gestaag groeit, beweegt het aanbod van professionals zich in de tegengestelde richting. Tel daarbij op dat het aandeel ouderen in de bevolking niet alleen toeneemt, maar dat die ouderen ook steeds langer leven en zodoende meer complexe zorg nodig hebben. Het mag duidelijk zijn dat de opgave immens is.
Onder de radar
Natuurlijk komt het gevreesde zorginfarct niet uit de lucht vallen. Al jaren piept en kraakt het en ook nu al levert het personeelstekort problemen op. In de ouderenzorg worden de gevolgen daarvan het meest gevoeld door verpleegkundigen en verzorgenden, stelt hoogleraar arbeid en gezondheid Angelique de Rijk.
“Neem een wijkverpleegkundige die te weinig tijd heeft om een bepaalde taak uit te voeren en vervolgens niet helemaal volgens de richtlijnen werkt. Of een team van verpleegkundigen of verzorgenden waar een medewerker uitvalt, terwijl er al sprake is van krapte. Dan worden de taken toch weer verdeeld, linksom of rechtsom.” Op de werkvloer worden tekorten kortom op allerlei manier opgevangen, waardoor ze vooralsnog min of meer onder de radar blijven.
Petra Erkens is als universitair docent werkzaam bij de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg. Van collega’s uit de praktijk weet ze dat de benodigde zorg niet altijd geleverd kan worden wanneer mensen acuut achteruitgaan. “Er wordt een veel groter beroep gedaan op mantelzorgers. Een partner, zoon of dochter.”
Uitstroom
Het feit dat zorgverleners niet langer de zorg kunnen leveren zoals ze dat zouden willen doen, leidt er ook toe dat mensen de zorg verlaten en kiezen voor een andere sector. “Zeker in de verpleging en verzorging werken professionals die juist vanwege het contact met de mensen voor dit beroep gekozen,” zegt Erkens. “Als dat er dan bij inschiet omdat je teveel taken of cliënten hebt, dan wordt het heel lastig.”
“De medewerkers die overstappen naar een andere sector ben je dus kwijt. Ontzettend zonde, want ze zijn specialistisch opgeleid,” voegt de Rijk toe. “Recent onderzoek onder jonge verpleegkundigen in het Maastricht UMC+ laat zien dat ze best wel wat werkdruk aankunnen, zeker als er doorgroeimogelijkheden zijn. Maar dat mag meer erkend worden door het management.”
Erkenning
Een onderzoek naar stresspreventie in de zorg in België, uitgevoerd door één van haar studenten, toont aan dat die erkenning opvallend genoeg in kleine dingen zit. “Samen eten, een mailtje met een bedankje, een foodtruck op de personeelsdag, dat soort zaken.” Het draagt ertoe bij dat medewerkers zich gezien voelen en daardoor gemotiveerd en productief zijn.
Erkens benadrukt het belang van ontwikkelmogelijkheden die ervoor zorgen dat medewerkers blijven. “Steeds vaker laten wij mensen uit de zorg, waaronder verzorgenden en MBO-verpleegkundigen, participeren in ons onderzoek, in de vorm van een combibaan. Het mes snijdt aan twee kanten: voor hen is het een manier om hun horizon te verbreden en voor ons levert het waardevolle inzichten op.”
Instroom
Tegelijkertijd is het zaak om nieuwe zorgmedewerkers aan te trekken. Een flinke kluif, want de laatste jaren daalt het aantal studenten. “Er wordt daarom ingezet op meer flexibiliteit in lerend werken,” legt Erkens uit. “Dat betekent dat je ook met deelcertificaten aan de slag kunt, wat drempelverlagend werkt.”
De Rijk wijst op de bijna één miljoen mensen met een arbeidsbeperking die nu aan de kant staan, maar die ook ondersteunend werk zouden kunnen doen. “De overheid zou het daarnaast makkelijker moeten maken voor mensen om zich te laten omscholen. Daar kan je gericht subsidies op zetten.”
Zorgvraag
Aan de andere kant wordt er geprobeerd om de afhankelijkheid van professionele zorg te verminderen, onder andere door gebruik te maken van technologie en mantelzorgers. “Maar we moeten vooral niet denken dat alles opgelost kan worden met technologie,” waarschuwt de Rijk. “Dan gaat al het geld richting technologiebedrijven. In de mantelzorg is de rek er ook al redelijk uit. We moeten aan meerdere knoppen tegelijk draaien. Er is geen magische pil.” Samen met collega’s ontwikkelde de Rijk een model voor de beïnvloeding van arbeidsschaarste in de zorg, dat duidelijk maakt aan welke knoppen er gedraaid kan worden.
Daarnaast is preventie belangrijk, zoals het voorkomen van chronische ziekten door het aanpassen van leefstijl en voeding. De effecten daarvan zijn wel pas op de langere termijn zichtbaar. Verder wordt er ingezet op passende zorg, waarbij de kwaliteit van leven voorop staat. Erkens: “Je ziet soms dat dingen routinematig gedaan worden die eigenlijk niet nodig zijn; regelmatig blaasspoelen, bijvoorbeeld, terwijl het niet bewezen is dat dit bijdraagt aan een lagere kans op urineweginfectie. Artificiële intelligentie kan helpen om inzichtelijk te krijgen welke zorg werkelijk nodig is, onder meer door het analyseren van patiëntgegevens en vroegtijdig signalen van complicaties te herkennen.”
Zowel Erkens als de Rijk erkennen dat passende zorg ook vraagt om een andere organisatie van het zorgsysteem. De Rijk: “Wie is de eerste professional met wie je spreekt? Kan die goed beoordelen waar je naartoe moet, of moet je veel loketten langs?” Daarenboven ligt er een maatschappelijke opgave. “Wil je professionals of mantelzorgers echt ondersteunen, dan zou je ook de kinderopvang en het openbaar vervoer beter moeten organiseren.”
Positief
Desondanks zien ze 2034 niet met angst en beven tegemoet. Beiden constateren dat er op veel vlakken aan oplossingen wordt gewerkt. Erkens: “Ik hoop en verwacht dat men met een bredere blik gaat kijken naar mensen die in de zorg werken. Niet alleen naar het papiertje, maar vooral naar iemands kwaliteiten.”
De Rijk: “Wat mij optimistisch stemt, is dat arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden eindelijk prominent op de agenda komen. We hebben daar heel veel kennis over. Nu de urgentie duidelijk is, mogen we die ook breder delen.”
Tekst: Jolien Linssen
Fotografie: Paul van der Veer
Lees ook
-
25 jaar baanbrekend in onderzoek naar dementie
Het Alzheimer Centrum Limburg viert dit jaar haar 25-jarig bestaan. De drie hoogleraren aan het roer vertellen over hun onderzoek.
-
Weer een Breakthrough Prize
Voor het tweede jaar op rij deelt een wetenschapper van de Universiteit Maastricht in de Breakthrough Prize voor Fundamentele Natuurkunde. Deze keer gaat de prijs naar de Muon g-2-samenwerking waaraan ook MSP's Gerco Onderwater meewerkt
-
Esther Versluis benoemd tot decaan van FASoS
Esther Versluis heeft een indrukwekkende staat van dienst in zowel academisch leiderschap als onderzoek. Binnen FASoS heeft zij verschillende belangrijke managementfuncties bekleed.