20 februari 2017

Herstelrecht moet beter verankerd worden in het strafrecht

Stichting Restorative Justice Nederland (RJN) en de Universiteit Maastricht (UM) bieden de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie aanstaande dinsdagmiddag een wetsvoorstel aan. Daarmee willen ze herstelrecht steviger verankeren in het Wetboek van Strafvordering. Herstelrecht stelt de conflictpartijen, onder wie het slachtoffer van een strafbaar feit, en de door het slachtoffer geleden schade centraal. Bij het wetsvoorstel, een burgerinitiatief, is een denktank van ruim tachtig professionals uit wetenschap en strafrechtpraktijk betrokken.

 

Wetsbepalingen herstelrecht onmisbaar

Wetsbepalingen zijn volgens de initiatiefnemers onmisbaar voor de ontwikkeling naar een meer op herstel georiënteerd straf(proces)recht. Zonder expliciete regels rondom het herstelprocesrecht in het Wetboek van Strafvordering is de kans namelijk groot dat er rechtsonzekerheid blijft bestaan. In de praktijk zullen daardoor aanzienlijke verschillen blijven bestaan tussen de arrondissementen. Dat betekent dat de ene keer een doortastende raadsman wel weet dat hij om bemiddeling kan vragen en een minder doortastende collega op een andere plek niet. Ook zullen er grote verschillen blijven bestaan in het doorverwijzen naar bemiddeling door politieagenten, officieren van justitie en rechters. Niets in de huidige strafwet staat overigens de ontwikkeling van een herstelrechtelijke praktijk in de weg. Die ontwikkeling is ook al volop gaande. Niettemin vinden de initiatiefnemers van dit wetsvoorstel het huidige art. 51h Sv te mager en te vrijblijvend als basis voor een meer op herstel gericht straf(proces)recht.

Conflictpartijen centraal

Het strafrecht is in essentie dadergericht. Het gaat er om de dader van een misdrijf te straffen. Het slachtoffer speelt daarbij in de regel slechts een minimale rol, namelijk die van aangever en getuige. Bij het herstelrecht staan de conflictpartijen, onder wie het slachtoffer, centraal en gaat het er juist om de schade die door een strafbaar feit is aangericht te herstellen. Het was vooral Europese regelgeving die Nederland in 2001 wakker schudde om meer te doen met bemiddeling in strafzaken. Tien jaar later leidde dit tot de invoering van artikel 51h Sv. Experimenten met bemiddeling in strafzaken kwamen in de jaren daarna op gang. Meest recente ontwikkeling binnen het strafproces is dat slachtoffers ook het recht hebben een slachtofferverklaring af te leggen tijdens een strafzaak in plaats van alleen maar als getuige antwoorden te geven. Daarnaast zijn politie en justitie sinds enkele jaren verplicht slachtoffers op de hoogte te houden van het opsporingsonderzoek en de strafrechtelijke vervolging. Bovendien is het in Nederland mogelijk zich als slachtoffer in een strafzaak te 'voegen' en een civiele eis tot schadevergoeding in te dienen. Met deze en andere ervaringen hebben de indieners van het wetsvoorstel hun voordeel gedaan bij het opstellen ervan.

‘Geen luxe, maar noodzaak’

”Enkel solide wettelijke verankering, zij het met mate en in de juiste proportie, kan ertoe leiden dat een landelijke praktijk van herstelgerichte afdoening in het straf(proces)recht zal ontstaan en floreren. Herstelrecht is volgens ons geen luxe, maar noodzaak”, aldus de herstelrechtexperts Jacques Claessen (UM) en Gert Jan Slump (RJN).