14 december 2021

Grenzen en virussen, en hoe daarmee om te gaan

Hoe gaan professionals in de volksgezondheid om met de bestrijding van infectieziekten (Infectious Disease Control - IDC) in een zeer dynamische en dichtbevolkte Euregio als de Euregio Maas-Rijn met zijn actieve sociale leven over de grenzen heen? Dat wilden Dr. Alena Kamenshchikova en haar collega's te weten komen. Van december 2020 tot april 2021 onderzochten ze de manier waarop Euregionale professionals in de volksgezondheid in België, Duitsland en Nederland COVID-19 onder controle probeerden te krijgen. Belangrijkste conclusies: institutionele investeringen in systemische grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden op het gebied van de volksgezondheid zijn noodzakelijk. En het is van cruciaal belang om rekening te houden met de ervaring en deskundigheid van professionals in de volksgezondheid die in grensregio's werken. Hun expertise is uniek en kan sterk verschillen van acties die op nationaal beleidsniveau worden voorgesteld. Alena Kamenshchikova kwam tot deze conclusies op basis van diepgaande interviews met deskundigen in de volksgezondheid in deze drie landen.

Welke professionals hebben jullie benaderd voor de interviews?
"We hebben gesproken met mensen die direct en actief betrokken waren bij het bestrijden van COVID-19. In totaal hebben we 27 professionals in drie landen geïnterviewd die werkzaam waren in regionale volksgezondheidsorganisaties, huisartsenpraktijken, ouderenzorg of sociale zorg en veiligheidszorg. Ons hoofddoel was te begrijpen hoe IDC in deze Euregio is georganiseerd, rekening houdend met de nabijheid van de grens en de verschillende beleidsmaatregelen in drie landen. Het was belangrijk om te begrijpen of het feit dat ze in een grensregio wonen een rol speelt in hun dagelijkse activiteiten, en of er samenwerkingsverbanden zijn geweest over de grenzen heen. We zijn enorm dankbaar dat deze professionals de tijd hebben genomen om met ons te spreken in een periode waarin ze 24/7 werkten om COVID-19 onder controle te krijgen."

Dr. Alena Kamenshchikova, universitair docent bij de afdeling Health Ethics and Society/CAPHRI, voerde dit onderzoek uit in samenwerking met Prof. Dr. Klasien Horstman, Prof. Dr. Christian Hoebe, en Lisa Diemingen, MSc. 

Wat hebben jullie ontdekt in de interviews?
"Een heel belangrijke conclusie van ons onderzoek is dat IDC op dit moment heel erg wordt opgevat en uitgevoerd als een nationale onderneming en beleid, aanbevelingen en richtlijnen allemaal op nationaal niveau worden georganiseerd. Voor Nederland betekent dit dat men begint in Den Haag en stopt aan de grens. Maar mensen stoppen niet aan de grens. Vooral in deze specifieke Euregio verplaatsen mensen zich voortdurend over de grenzen voor dagelijkse activiteiten, boodschappen, werk, dagopvang, enz. We zagen dat de professionals in de volksgezondheid die in grensregio's werken, moeten navigeren en ervoor moeten zorgen dat ondanks de nationale focus van het beleid, essentiële mobiliteit over de grens nog steeds mogelijk is. Het vergt veel extra werk om het nationale beleid te vertalen naar deze zeer specifieke regionale context.”

Was er enige vorm van grensoverschrijdende samenwerking?
"De samenwerking tussen verschillende instellingen voor volksgezondheid in Duitsland, België en Nederland is nogal gefragmenteerd. In het verleden waren er wat specifieke samenwerkingsprojecten die afhankelijk waren van financiering en stopten zodra de financiering afliep. Wat tijdens COVID-19 gebeurde, is dat sommige mensen in de volksgezondheid nog steeds een vorm van contact hadden met mensen met wie zij ooit hadden samengewerkt. Zij konden profiteren van die contacten door elkaar te informeren en specifieke gevallen te bespreken.  Maar dat was allemaal gebaseerd op eerder opgebouwde en vaak informele relaties. Sommige mensen die wij hebben geïnterviewd hadden dergelijke contacten niet, voor hen was het erg moeilijk om de juiste personen over de grens te vinden. Stel je maar eens voor dat je overbelast bent met werk en een aantal grensoverschrijdende zaken tegenkomt. Je weet dat het belangrijk is om je collega’s aan de andere kant van de grens te informeren, maar je hebt geen idee wie je moet bellen. De systemen zijn erg verschillend over de grenzen heen. In Nederland zou je contact opnemen met openbare gezondheidsdiensten, zoals de GGD. In België en Duitsland hebben ze andere systemen, en soms moet je een huisarts bellen. Drie landen met een heel verschillende nationale volksgezondheidsinfrastructuur."

"Mensen die in België werken en in Nederland wonen, adviseren we om de Nederlandse regels voor de thuissituatie te volgen en de Belgische regels voor de Belgische werksituatie. Dat is soms ingewikkeld, omdat de regels elkaar kunnen tegenspreken. De Nederlandse regels schrijven voor dat je na besmetting 10 dagen in quarantaine moet, in België is dat 14 dagen. We bespreken dan met mensen en werkgevers de beste oplossingen."
Volksgezondheidsprofessional in Nederland
border
De gesloten Nederlands-Belgische grens bij Château Neercanne

Hoe zit het met de reacties op de pandemie die per land verschillen?
"Op diverse momenten tijdens de hele pandemie hebben de drie landen in deze Euregio heel verschillend gereageerd met hun maatregelen om de ziekte onder controle te krijgen. In Nederland waren mondmaskers op een gegeven moment niet meer nodig, terwijl je ze in België overal moest dragen.  Er waren tijden dat je QR-code in België niet werd gecontroleerd, in tegenstelling tot in Nederland. Aan het begin van de pandemie werd er op Europees niveau gesproken over de noodzaak van homogeen beleid en homogene aanpak. In theorie zou dat perfect zijn, maar in de praktijk is het onmogelijk. Elk Europees land heeft een zeer verschillend georganiseerd systeem met andere gezondheidszorgpraktijken en volksgezondheidsstructuren. Eén homogeen beleid in alle landen is geen haalbare oplossing en is ook niet nodig. Wel haalbaar en nodig is, zijn duurzame, systemische samenwerkingen en communicatiekanalen. Als die eenmaal zijn opgezet, kunnen professionals in Euregio's over de grens communiceren. Ze weten dan wie ze moeten bellen en verliezen geen tijd met zoeken naar het juiste contact."

Grenzen sluiten om de pandemie te stoppen. Is dat effectief?
"Met name volksgezondheidsprofessionals in de grensregio's besteden veel extra tijd en werk om ervoor te zorgen dat essentiële mobiliteit nog steeds kan plaatsvinden, ondanks nationaal vastgestelde grenscontroleregels. Als professional in deze regio begrijp je dat het onmogelijk en onpraktisch is om een grens te sluiten, omdat essentiële verplaatsingen nog steeds plaatsvinden. We hebben gezien dat er fantastisch werk is verricht in de volksgezondheidsorganisaties. Zij moesten ieder geval individueel bekijken. Als je bijvoorbeeld in Nederland woont en voor je werk naar Duitsland reist, heb je te maken met verschillende beleidsmaatregelen en regelingen, maar je moet nog steeds naar je werk. Daarom moesten de volksgezondheidswerkers op individuele basis werken, het is onmogelijk om te standaardiseren. Ook heeft het sluiten van een grens geen zin, omdat dat de verspreiding van het virus niet tegenhoudt. Zodra een variant wordt gevonden, zoals de omicron-variant, is deze waarschijnlijk al weken in omloop. Het moment dat de variant wordt gevonden is niet het moment dat het een land binnenkomt. Dat betekent dat het de grens al gepasseerd is in een regio als de onze."

Een pandemie stoppen door de grens te sluiten is totaal absurd. In ons team zeiden we altijd dat dit hetzelfde is als een overstroming stoppen met een verordening in plaats van zandzakken. De grenssluitingen werden hier gezien als een aanval op de Europese gedachte en niet als een effectieve maatregel om de verspreiding van infecties tegen te gaan.
Volksgezondheidsprofessional in Duitsland

Welke belangrijke conclusies kunnen uit jullie onderzoek worden getrokken?
"We benadrukken hoe belangrijk het is om dit systemische communicatiesysteem op te bouwen, zodra we ons in een rustigere tijd bevinden. Bouw dit systeem dusdanig op dat het duidelijk laat zien hoe de stelsels voor volksgezondheid in elk land georganiseerd zijn. Dat is van cruciaal belang voor alle grensregio's. Als we eenmaal duurzamere samenwerkings- en communicatielijnen hebben, hoeven we in tijden van nood niet meer in oude telefoonboeken te zoeken naar vroegere contactpersonen. En maak bij het maken van beleid en regelgeving gebruik van de deskundigheid en ervaring van professionals op het gebied van de volksgezondheid in Euregio's. Het leven van mensen in een Euregio houdt niet op bij een landsgrens."

Tekst: Margot Krijnen 
Beeld: iStockphoto | Kim Willems

Patiënten per ambulance van België naar Duitsland vervoeren was geen probleem. Omgekeerd richting was moeilijker. Toen Duitse ambulances de grens niet over mochten, hielden ze zich aan de regels en stopten ze inderdaad. In België omzeilen we de wet een beetje, maar in Duitsland niet. Dus stuurden we ambulances naar Duitsland om patiënten op te halen.
Volksgezondheidsprofessional in België

Alena Kamenshchikova ontving onlangs de CAPHRI Dissertation Award en de Kootstra Talent Fellowship. Zij heeft nu het Niels Stensen Fellowship gekregen, waarmee zij aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine onderzoek kan doen naar grensoverschrijdende infectieziektebestrijding tussen het VK en de EU. Zij zal onderzoeken hoe gegevens over infectieziekten tussen deze beide worden doorgegeven en hoe pendelaars die vaak de grens tussen het VK en de EU moeten oversteken door de verschillende COVID-19-voorschriften navigeren.

‘UM & Europa’ in de spotlight
In 2022 bestaat het Verdrag van Maastricht 30 jaar. Een goed moment om weer eens stil te staan bij de Europese eenwording. Van 11 tot en met 13 februari 2022 vindt daarom de bijzondere Conferentie over de Toekomst van Europa plaats in Maastricht. Redenen genoeg voor dé Europese universiteit van Nederland om uit te pakken met een nieuwe serie verhalen, en om al onze informatie rondom ‘de UM en Europa’ nog eens op een rij te zetten. Lees meer.