31 oktober 2018

Crowdfunding in de wetenschap: uitzondering of toekomstige realiteit?

Als officiële geldverstrekkers geen brood zien in je wetenschappelijk onderzoeksvoorstel, is crowdfunding dan een alternatief? Zelf je geld inzamelen voor je onderzoek via netwerken en acties op sociale media. Chahinda Ghossein-Doha en Marieke Hopman gingen de uitdaging aan en vertellen over hun ervaringen. Wegen de inspanningen op tegen de baten?

crowdfunding

Marieke Hopman en Chahinda Ghossein-Doha

Redenaarstalent

Op basis van het nieuw vergaarde onderzoeksmateriaal kreeg ze een innovatiebeurs van de Hartstichting waarbij ze geacht werd zelf een deel van het geld binnen te halen via crowdfunding. “We kregen presentatieworkshops, ze zorgden voor een video en we konden gebruik maken van hun platform. Ik heb daar vooral geleerd mijn onderzoek op een toegankelijke manier uit te leggen aan het grote publiek en ze warm te maken. Social media werkte het beste, merkte ik. Uit veel reacties bleek dat het enorm werd gewaardeerd dat ik zelf geld ophaalde om het onderzoek uit te kunnen voeren. In eerste instantie gebruik je je eigen netwerk: familie en vrienden. Mijn man was mijn eerste donateur, en van daaruit breidt het zich uit. De hoogste particuliere bijdrage was 150 euro, dus de substantiële bedragen kreeg ik uiteindelijk uit het bedrijfsleven. Ik gaf en geef veel lezingen over mijn onderzoek. Ook nu het crowdfundprogramma is afgelopen, want contact onderhouden met je donateurs blijft belangrijk. Je weet maar nooit of je zo ook die ene hele rijke donateur tegenkomt.” Dat ze een overtuigende redenaar is, laten de cijfers zien. In totaal weet ze in drie maanden 43.000 euro op te halen. En omdat de Hartstichting tot 30.000 euro elke euro die ze binnenbrengt, verdubbelt, kan ze met 73.000 euro aan de slag. Met dit geld doet Ghossein nu een pilotstudie, die ze alsnog met een reguliere subsidie van de Nederlandse Hartstichting hoopt om te kunnen zetten naar een uitgebreid vervolgonderzoek.

Er toe willen doen

Twee verhalen, één conclusie: je moet een ijzersterk geloof in je onderzoek hebben en heel veel doorzettingsvermogen. Ghossein-Doha: “Mijn ambitie heb ik van huis uit meegekregen. Mijn ouders zijn gevlucht uit Libanon en hebben heel veel moeten achterlaten. Dat hebben ze voor hun kinderen gedaan. Ik wil het maximale halen uit de offers die mijn ouders hebben gebracht, maar ik doe het met plezier.” Ook haar keuze voor onderzoek naar zwangerschapsvergiftiging is persoonlijk. “Ik ben ook een moeder van drie kinderen. Ik heb weliswaar geen zwangerschapsvergiftiging gehad, maar ik weet hoe het voelt als er iets misgaat in de zwangerschap. Mijn eerste dochtertje is tien dagen na de geboorte overleden aan een genetische aandoening. Dat draag je altijd mee. Zes jaar later zit ik nog steeds met veel onbeantwoorde vragen: wat betekent het voor mij, voor mijn andere kinderen. Nu doe ik zelf geen onderzoek naar die genetische aandoening, dat komt te dichtbij, maar ik hoop door mijn onderzoek moeders in een andere maar vergelijkbare situatie wel antwoorden te kunnen geven. Zoals ik hoop dat andere onderzoekers mij ook ooit antwoord op mijn vragen kunnen geven.” Ook Hopman is ervan overtuigd dat haar onderzoek het verschil kan maken. “In mijn promotieonderzoek heb ik een nieuwe manier bedacht van onderzoek doen naar kinderrechten. Het gaat er niet zozeer om wat er in de wet is vastgelegd, maar om wat de kinderen van die wetgeving ervaren in hun dagelijkse leven. Ik heb een manier ontwikkeld op basis van de socratische dialoog, om met kinderen open en gelijkwaardig te kunnen praten en echt naar ze te kunnen luisteren. Op deze manier hoop ik de kinderen een stem te geven waardoor de plaatselijke autoriteiten beleid kunnen maken dat kinderen echt helpt en dat NGO’s helpt bij hun interventies.”  Ze hoopt eind dit jaar te promoveren, maar is nu al bezig met een aanvraag voor vervolgonderzoek bij NWO. “Het gaat om een subsidie van vijf ton en in mijn aanvraag heb ik met mijn crowdfund-ervaring van die vijf ton al een kleine acht ton weten te maken. Ik heb o.a. alle NGO’s met wie ik samenwerk al benaderd of ze extra tijd of geld in het project willen steken en zelf ga ik meer werken dan ik word betaald. Daar kan ik in Somaliland twee PhD’s van betalen. Dat goochelen met geld zit in mijn bloed, van huis uit was er weinig, dus ik ben me heel bewust van de waarde van geld en ik kan heel zuinig leven. En ik ben een idealist.”

Uitzondering

Crowdfunding blijkt vooralsnog geen kip met gouden eieren te zijn voor jonge onderzoekers “Ik denk dat het teveel tijd en werk kost voor de meeste mensen. Je moet er zo’n ongelofelijke bak energie in gooien”, verzucht Hopman.  “Ik vond de ervaring leerzaam, maar het was inderdaad zwaar. Het was voor mij een derde baan naast mijn opleiding en onderzoek,” besluit Ghossein-Doha.
 

Door: Annelotte Huiskes (tekst), Paul van der Veer (fotografie)