Tullio Viola (T.)

Ik ben universitair docent in "philosophy of arts and culture." Mijn onderzoek richt zich op de geschiedenis van de laatmoderne filosofie en de geschiedenis van de geesteswetenschappen. In brede zin houd ik mij bezig met het kennispotentieel van cultuur en collectieve betekenisgevingspraktijken: de manier waarop verhalen, beelden en culturele tradities zijn opgevat als bronnen van kennis en kritiek. Vanuit deze vraag heb ik mij verdiept in theorieën van het symbool, de geschiedfilosofie en de begrippen gewoonte (habit) en cultureel geheugen.

Mijn historisch onderzoek bestudeert de wisselwerking tussen filosofie en de sociaal-culturele wetenschappen in de negentiende en twintigste eeuw. Ik heb in het bijzonder gepubliceerd over het Amerikaanse pragmatisme, de Duitse cultuurwetenschap en de Franse filosofie. Mijn eerste boek, Peirce on the Uses of History, verscheen in 2020 bij De Gruyter. Daarnaast publiceerde ik artikelen in onder meer de British Journal of the History of Philosophy, History & Theory, de European Journal of Pragmatism and American Philosophy, de Journal of the Philosophy of History en History of Humanities.

Mijn huidige onderzoek richt zich op twee samenhangende thema's. Het eerste betreft de plaats van cultuur binnen het klassieke Amerikaanse pragmatisme en de relevantie daarvan voor hedendaagse debatten op het snijvlak van filosofie, antropologie en kennisgeschiedenis. Het tweede onderzoekt de cognitieve en kritische rol van volksverhalen, legenden en mondelinge tradities. Mijn huidige, door NWO gefinancierde project bestudeert hoe denkers als Jane Addams en W.E.B. Du Bois de cognitieve rol van populaire verhalen (zoals sprookjes, volksverhalen en legenden) hebben opgevat in situaties van epistemische marginalisering.

Binnen FASoS ben ik lid van het onderzoeksprogramma AMC (Arts, Media and Culture) en verzorg ik voornamelijk onderwijs in de bachelor- en masteropleiding Arts and Culture. Daarnaast ben ik voorzitter van de Faculteitsraad.

Mijn website is www.tullioviola.eu.