Maastricht University Tour

De Universiteit Maastricht heeft een groot aantal gebouwen, verspreid over Limburg, met daarin onderwijs- en onderzoeksruimtes, kantoren en meer. Maar wist je ook dat deze gebouwen toegang geven tot allerlei bijzondere plekken en verhalen? Nieuwsgierig? Ontdek de universiteit met deze zelfstandige rondleiding.

Verken de meest markante gebouwen van de Universiteit Maastricht tijdens deze zelfstandige rondleiding door de stad. De route voert je langs 13 locaties, elk met een eigen geschiedenis, karakteristieke architectuur en bijzondere verhalen.

Je kunt de wandeling starten bij elk van de 13 locaties. Gebruik de kaart om de route te volgen en lees meer over de indrukwekkende gebouwen terwijl je ervoor staat.

Hieronder vind je een overzicht van de gebouwen die deel uitmaken van de tour. Klik op een gebouw om meer te ontdekken over de geschiedenis en betekenis ervan.

Wij wensen je veel plezier tijdens de wandeling!

Minderbroedersberg 4-6

Het huidige bestuursgebouw van de Universiteit Maastricht, aan de Minderbroedersberg 4-6, kent een lange en gelaagde voorgeschiedenis die teruggaat naar 1699.

De minderbroeders of franciscanen, volgelingen van Franciscus van Assisi, bouwden het pand, dat destijds dienstdeed als minderbroederskerk. Zij streefden armoede en soberheid na en dat is goed terug te zien in de strenge classicistische façade. Hierin prijkt het alziend oog, dat symbool staat voor Gods waakzaamheid, en een driehoek met strepen die de Heilige Drievuldigheid uitbeeldt: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

In de Franse tijd (1794-1814) moesten de minderbroeders het klooster verlaten. Vanaf 1806 tot 1975 fungeerde het hoofdgebouw als gevangenis. In 1825 werden de voormalige Minderbroederskerk en het Minderbroedersklooster in gebruik genomen als Provinciaal Gerecht. Hier werden zowel de Rechtbank van Eerste Aanleg als de Criminele Rechtbank gevestigd. Ook de Marechaussee kreeg een plaats in het complex, op de plek waar de absis en het priesterkoor waren geweest.

In 1860 breidden de juridische functies zich verder uit, toen ook het Kantongerecht verhuisde van het Stadhuis op de Markt naar de Minderbroedersberg. Zes jaar later, in 1866, werd het gebouw getroffen door een grote brand. Dit leidde tot een ingrijpende verbouwing. In de jaren twintig van de twintigste eeuw volgde opnieuw een grootschalige verbouwing. Uiteindelijk verhuisde het Kantongerecht in 1949 naar Vrijthof 19 / Papenstraat 4a.

Het Minderbroederscomplex speelde ook een rol in de vroege geschiedenis van detentie in Maastricht, vooral de kelder. In 1774 werd het eerste Maastrichtse tuchthuis gevestigd aan de Wolfstraat/Bredestraat. Daarnaast werden mannelijke gevangenen ondergebracht in kloostercellen, zowel in het Cellenbroedersklooster als op de Minderbroedersberg. De vrouwengevangenis bevond zich in een ander pand, namelijk de Minderbroederberg 8.

Een van de bekendste gevangenen van de Minderbroedersberg 4-6 was Johann Nathan. Als straf voor de brute moord op zijn schoonmoeder, werd hij in 1860 als laatste persoon in vredestijd in Nederland door een burgerlijke rechtbank ter dood veroordeeld. Nathan werd op 31 oktober opgehangen op de Markt in Maastricht.

In 1925 kreeg het Minderbroederscomplex zelfs een officiële gevangenis, tot die in 1975 verhuisde naar de Beatrixhaven. Wel behield het pand zijn functie als rechtbank, die telkens groter werd. Door toenemende ruimtenood werd in 1974 achter het gebouw een ‘tijdelijk’ onderkomen voor het parket geplaatst, dat uiteindelijk tot 1994 in gebruik bleef. Daarna werd er doorlopend verbouwd en op een gegeven moment fungeerden portacabins op de binnenplaats als werkplekken voor de nieuwe sector bestuursrecht. Kortom, de rechtbank groeide uit haar jasje. De uiteindelijke verhuizing naar Annadal werd dan ook als een opluchting ervaren.

In 1999 nam de universiteit de Minderbroedersberg, of MBB, in gebruik als bestuursgebouw. Het huisvest met name het College van Bestuur, administratieve, communicatieve en bestuurlijke afdelingen. Ook worden hier promoties, inauguraties en lezingen gehouden. Medewerkers noemen deze werkplek veelal ‘de Berg’. 

UM bestuursgebouw Minderbroedersberg 4-6

Minderbroedersberg 6a

Deze voormalige vrouwengevangenis mag dan nu aan de Patersbaan lijken te liggen, oorspronkelijk was het adres: Minderbroedersberg. Zij is namelijk gebouwd op het terrein van het tweede Minderbroedersklooster. In 1806 werd het klooster in gebruik genomen als de 'Verenigde Gevangenissen' (Prisons Réunis), 'verenigd' omdat het hier ging om in één gebouw samengebrachte penitentiaire afdelingen voor het departement Nedermaas én voor de stad Maastricht.

Het pand dat bekend staat als 'de vrouwengevangenis', staat op de plaats waar oorspronkelijk de brouwerij van het klooster lag.

Het brouwhuis van de minderbroeders stond enigszins afgescheiden van het hoofdgebouw tegen de muur rond het terrein, in de uiterste zuidwestelijke hoek, dicht bij de waterput. Het werd in 1804 afgebroken en vervangen door een infirmerie of ziekenboeg. Epidemieën waren levensgevaarlijk en zwiepten ongeremd door de bevolking van kazernes en gestichten (tehuizen), dat was de reden waarom men zieke gevangenen afzonderde: zodat zij de rest van de populatie niet konden aansteken.

Om een scheiding van de seksen te krijgen, kreeg de infirmerie al snel de functie van vrouwengevangenis. De vrouwen brachten hun dag door op de begane grond, waar links en rechts van de voordeur twee grotere kamers ('zalen') waren. Op de eerste verdieping hadden ze een bed in de slaapzaal. Ook was er een eigen kamertje voor de vrouwelijke gevangenenbewaarster.

Er was plaats voor weinig meer dan 12-18 vrouwen, maar dat was geen probleem: het gebeurde in die jaren maar zelden dat alle plaatsen bezet waren.

De vrouwelijke gevangenen zijn verschillende keren verhuisd. Toen in de jaren 1850 het cellulair systeem werd ingevoerd, en gevangenen dus niet meer op slaapzalen mochten huizen, maar een eigen cel moesten krijgen, verhuisden de vrouwen naar het klooster, waar dit voor de mannen al vanaf het begin grotendeels was gerealiseerd. De minderbroeders hadden zelf immers altijd al een eigen kleine cel gehad. 

De vrouwenafdeling op de eerste verdieping van de noordelijke kruisgang kon echter niet effectief worden afgescheiden van de rest en zo kwam het met regelmaat tot ongewenste situaties. Dit niet in de laatste plaats omdat er jarenlang geen vrouwelijke cipier was. Die werd pas weer in 1863 aangesteld, nadat in 1862 een poging tot verkrachting had plaats gehad door een cipier/nachtwaker. (Hij was erg onhandig, want de spiernaakte dame vluchtte de gang op en sloot hem met zijn eigen sleutels op in haar cel. Men oordeelde hem 'ongeschikt' en hij kreeg vervolgens zijn ontslag.) 

In 1915 kregen de vrouwen een eigen gebouw dat op de binnenplaats tegen de westelijke muur van de kerk was opgetrokken. De oorspronkelijke infirmerie/vrouwengevangenis is (na uitbreiding met een extra etage?) in gebruik geweest als mannenafdeling. Of en wanneer de vrouwen er weer in zijn teruggekeerd, is onbekend. Qua bouwgeschiedenis dateert 'de vrouwengevangenis' dus uit de jaren 1804-1806, al is er later een tweede verdieping op gezet.

Foto: Maastricht – Minderbroedersberg 6a (GM-1748), via Wikimedia Commons. Bewerking(en): geen. Licentie: Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal (CC BY-SA 4.0). Bron: Wikimedia Commons.
Foto: Maastricht – Minderbroedersberg 6a (GM-1748). Licentie: (CC BY-SA 4.0). Bron: Wikimedia Commons

Tongersestraat 6

De Tongersestraat is een straat in het centrum van Maastricht. De straat was tijdens de late middeleeuwen tot aan de Franse revolutie een van de voornaamste in de stad. De ongeveer 350 meter lange straat telt 54 rijksmonumenten, met onder andere het huis van de garnizoenscommmandant (het Commandantshuis) op huisnummer 6. Momenteel is de afdeling Finance van de Universiteit Maastricht er gehuisvest, maar daar gaat een hele geschiedenis aan vooraf...

Het gebouw dateert uit de tweede helft van de zeventiende eeuw, maar een aantal elementen stamt uit de middeleeuwen. Het pand werd gebouwd in Maaslandse renaissancestijl, zoals goed is te zien aan de gevel met het kleurrijke effect van drie bouwmaterialen: de donkerrode of roodbruine baksteen, de geelachtige mergel en de grijsblauwe hardsteen.

In 1725 voegde het stadsbestuur vier bestaande huizen aan de Tongersestraat samen, om deze tot Commandantshuis in te richten. De commandant vervulde (na de gouverneur van het garnizoen) de hoogste militaire rang in de vestingstad Maastricht. Een plaquette bij de entree herinnert daaraan. In het rechterpand kwam een koetspoort, zodat de bewoners en hun bezoekers met paard en wagen de woning droog konden betreden. Bij binnenkomst via de grote poort is aan weerszijden het trottoir uit die tijd nog te zien.

In 1772 werd het Commandement verbouwd, waarbij ondermeer de vensters werden verlaagd om de gevel meer eenheid te verschaffen. Tijdens de Franse Republiek deed het Commandement dienst als Criminele Rechtbank. Vanaf 1811 fungeerde het als Gerechtshof van het Departement van de Nedermaas, en later van de provincie Limburg. Nadat het gerechtshof in 1829 naar de voormalige Tweede Minderbroederskerk was verhuisd, werd het Commandement in gebruik genomen als particulier woonhuis. Vanaf 1956 was het van de Nederlandse Kredietbank, totdat de UM het in 1986 aankocht. 

In 2011 verbouwde de universiteit het pand. Bij de verbouwing werden allerlei moderne, duurzame technieken toegepast, waardoor Tongersestraat 6 jarenlang het duurzaamste gebouw van de UM is geweest. Zo zorgen matjes met water in het stucwerk van de muren voor verwarming. Wee degene die in er een spijker in de muur durft te slaan!

Maar de UM heeft ook respect voor de geschiedenis van het pand. Zo is in de fraai beplante tuin een sokkel met gietijzeren mortierkogel te zien. Die mortierkogel is tijdens een belegering in 1793 niet ontploft, maar in de tuin gevallen. De kogel is vele jaren weggeweest, maar door een schenking in 2019 is hij weer teruggekeerd naar de tuin. Verder bevinden de kluizen van de vorige eigenaar, de Kredietbank, zich nog in de kelder. Ze worden momenteel door Finance gebruikt voor de opslag van het papieren archief van de universiteit.

Tongersestraat 6

Bonnefantenstraat 2

Het Bonnefantenklooster, ook wel Sepulchrijnenklooster, is een voormalig kloostercomplex in het centrum van Maastricht. Het is gelegen aan de Bonnefantenstraat 2, waar vandaag de dag het Studentenservicecentrum (SSC) van de Universiteit Maastricht is gevestigd.

Het gebouw kent een rijk verleden. Zo diende het van 1626 tot 1796 als klooster van de Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf. De zusters gaven onderwijs aan meisjes uit de betere standen, zowel katholieke als protestantse, en werden daarom Soeurs des Bons Enfants genoemd, later verbasterd tot "bonnefanten". Het was echter niet altijd rustig in het klooster; zo brak er driemaal brand uit, waarvan tweemaal vermoedelijk aangestoken door een zuster met protestantse sympathieën, die vervolgens naar Noord-Nederland uitweek.

Na 1796 fungeerde het Bonnefantenklooster als kazerne, waren er 32 woningen voor arbeidersgezinnen in gevestigd, en werd het gebruikt als kunstatelier voor Charles Eyck en Daan Wildschut. Van 1947-1950 werd het gebouw gerestaureerd en huisvestte het vanaf 1952 het Limburgs Provinciaal Museum van Kunst en Oudheden, nu Bonnefantenmuseum geheten. 

Later werd ook de kapel gerestaureerd. Toen ontdekte men onder de kapel een grafkelder, met 54 nissen daterend van 1712-1794, waarin de zusters van het Bonnenfantenklooster werden bijgezet.

De UM nam het gebouwencomplex in 1987 in gebruik voor de huisvesting van een universiteitsbibliotheek. Met het uitdijen van de universiteit bleek de ruimte echter al snel te klein. In 2004 verhuisde de universiteitsbibliotheek naar de Grote Looierstraat. 

Het voormalige Bonnefantenklooster is nu bestemd voor het Studentenservicecentrum en biedt onderdak aan allerlei student gerelateerde activiteiten. Bij de meest recente verbouwing vormde de herkenbaarheid van de ruimtelijke structuur van dit voormalige klooster met binnenhof en aangrenzende kapel de leidraad voor het ontwerp.

Tongersestraat 53

Het gebouw aan de Tongersestraat 53, waar tegenwoordig de School of Business and Economics van de UM huisvest, is een voormalig jezuïetenklooster. De jezuïeten waren na twee eeuwen van afwezigheid in 1852 in Maastricht teruggekeerd om een theologische faculteit, het Canisianum, te stichten. Het aanzien van het huidige gebouwencomplex dateert voornamelijk uit 1939, toen een omvangrijke nieuwbouw van het jezuïetenklooster plaatshad.

Het gebouw zal altijd herinneringen oproepen aan de pioniers van de Rijksuniversiteit Limburg, de voorloper van de UM. Hier gingen in september 1974 de eerste vijftig eerstejaarsstudenten van de achtste medische faculteit studeren. De officiële opening van de universiteit vond later, op 9 januari 1976, plaats. De kapel deed nog lang dienst als aula. 

Vanaf 1985 werd het gebouw bestemd voor de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde, nu de School of Business and Economics.

Architect Jo Coenen bouwde een collegezaal met 500 plaatsen, een grote mensa en verplaatste de entree naar het souterrain nabij de parkeerplaats. In 2002 werd het complex nogmaals verbouwd: de kleurstelling in het interieur werd gewijzigd en het aantal collegezalen uitgebreid.

In het gebouw bevinden zich drie bijzondere glas-in-loodramen die verwijzen naar het jezuïtenklooster en een stukje Maastrichtse geschiedenis met zich meedragen. Centraal in de glas-in-loodramen staan de jezuïeten, die in de 17e eeuw een belangrijke katholieke orde vormden in Maastricht.

De Maastrichtse beeldend kunstenaar Henri Jonas maakte in 1938 het middelste glas-in-loodraam. Het raam is een geschenk van de Maastrichtse bevolking aan de jezuïeten. Het beeldt het Verraad van 1638 uit, toen een franciscaner monnik Maastricht terug wilde geven aan de katholieke Spanjaarden. In die tijd hadden de jezuïeten het zwaar te verduren. Zij verzetten zich fel tegen de Reformatie, een grote religieuze beweging in Europa waarbij mensen zich afkeerden van de katholieke kerk en protestantse kerken oprichtten. Omdat de jezuïeten de protestantse machthebbers niet erkenden, weigerden ze een eed van trouw aan de protestantse Staten-Generaal. Hierdoor werden zij gezien als bondgenoten van Spanje en in verband gebracht met verraad. Samen met de franciscanen moesten de jezuïeten Maastricht verlaten.

De twee buitenste ramen, vervaardigd door kunstenaar Hebert Levigne tussen 1944 en 1945, zijn een geschenk van het Rode Kruis aan de jezuïeten. De ramen herinneren aan de cruciale rol van het Rode Kruis kort na de capitulatie in mei 1940. In overleg met de Duitse bezetter richtte het Rode Kruis in dit gebouw namelijk een ziekenhuis in voor gewonde krijgsgevangenen. Op een gegeven moment lagen hier meer dan 600 gewonden, onder wie Belgen, Marokkanen en Algerijnen, die werden verzorgd door Nederlandse, Belgische en Franse artsen. 

Samen vertellen deze ramen een verhaal van loyaliteit en menselijkheid. Ze bevinden zich in de centrale hal, gelegen aan de straatzijde aan de voormalige hoofdingang. 

SBE faculty

Tapijn

Dit verhaal begint in natuurgebied De Kommen (De Koompe in het Maastrichts). Tot 1867 was De Kommen onderdeel van het inundatiegebied in de Lage Fronten, de laaggelegen buitenwerken van de vestingstad Maastricht langs de rivier de Jeker. Bij belegeringen kon dit gebied onder water worden gezet. In 1864 werd De Kommen ingericht als oefenterrein voor de cavalerie die destijds was gelegerd in het nabijgelegen Bonnefantenklooster, nu ons Studenten Service Centrum (SSC). Ondanks protesten werd in De Kommen ook een militaire kazerne gebouwd, vernoemd naar legeringenieur Sebastiaan Tapijn, die in 1579 sneuvelde tijdens het Beleg van Maastricht.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Tapijnkazerne een opleidingscentrum voor militairen. In 1956 waren er zo’n 700 soldaten gelegerd. Later gebruikte de NAVO het terrein, met name voor de verbindingseenheden van AFCENT (Allied Forces Central Europe). Van 1967 tot 2007 fungeerde Tapijn als een ondersteunende locatie voor personeel en communicatie-eenheden van AFCENT. In oktober 2010 vertrokken de laatste NAVO-militairen.

Een van de elementen die nog doen herinneren aan de tijd dat Tapijn nog dienstdeed als militaire kazerne, is een trap aan de rand van het voormalige kazerneterrein. De trap leidt naar een inmiddels gesloten tunnel. Ooit vormde deze doorgang een strategische verbinding onder de openbare weg door, rechtstreeks naar een sportcomplex aan de overzijde. Dit sportcomplex werd destijds intensief gebruikt door de militairen die gelegerd waren bij Tapijn. Vandaag de dag is de tunnel echter niet meer toegankelijk; de doorgang staat onder water.

Sinds maart 2020 maakt de Universiteit Maastricht gebruik van de voormalige kazernegebouwen. Tapijn is inmiddels uitgegroeid tot een bruisende plek met een bijzondere mix van functies. Het is nu een open park met een kinderboerderij, een biologische stadstuin, een horecagelegenheid én moderne onderwijs- en onderzoeksgebouwen. Het gebied is nog steeds in ontwikkeling.

In het voorjaar komen studenten en stadsbewoners hier samen om te flaneren, te studeren, te ontspannen of om een spelletje te spelen. De sfeer is ontspannen, creatief en open – een schril contrast met het militaire verleden van de plek. De boodschap in het plaveisel bij Tapijn, Make Love Not War, een kunstwerk van Martijn Sandberg, past dan ook precies bij het gebied, dat van een gesloten militaire zone is veranderd in een groene, inclusieve omgeving voor iedereen.

Tapijn

Zwingelput 4

Al sinds 1982 bewoont de Universiteit Maastricht het klooster van de Nieuwenhof, gelegen aan de Zwingelput op huisnummer 4. Na een ingrijpende verbouwing werd het gebouw eerst in gebruik genomen door de rechtenfaculteit. In 1998 verhuisde de rechtenfaculteit naar het oude gouvernementsgebouw aan de Bouillonstraat, waarna het University College Maastricht (UCM), onderdeel van de Faculty of Science and Engineering, haar intrek nam in het pand.

Ook het klooster van de Nieuwenhof kent een rijke historie. Oorspronkelijk was het een begijnhof, later een klooster, vervolgens een weeshuis en tegenwoordig is het dus de thuisbasis van UCM. 

De Nieuwenhof lag aanvankelijk buiten de stadsomsluiting, maar moest in 1465 worden afgebroken vanwege een verwachte aanval van de Luikenaren. Het werd daarna herbouwd op een veiligere locatie, ten noorden van de tweede stadsmuur. 

De eerste stadsmuur, gebouwd in het tweede kwart van de dertiende eeuw, bleek al na enkele decennia te krap. Daarom besloot men vanaf circa 1294 de voorsteden die langs de uitvalswegen waren ontstaan, binnen een nieuwe stadsomsluiting te brengen. Deze nieuwe stadsomsluiting, de Nieuwenhofmuur, werd voltooid in het jaar 1500.

Het gebouw van de Nieuwenhof is mooi, maar de kapel is nog veel fraaier. Deze barokke ruimte, met gotische boogramen, gebrandschilderd glas en bijzonder collegemeubilair, is uniek. Het meubilair is gericht op het oksaal in plaats van het altaar, waardoor de ruimtelijkheid van de kapel behouden blijft. De kunst in de kapel is van de hand van onder anderen Piet Dirkx; in het kloostergebouw zelf vind je kunst van onder meer Guus van Eck.

In de kapel ligt het woord ‘eerbied’ in de vloer. Eerbied impliceert diep respect, doorspekt met liefde, toewijding of ontzag. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bouwmeester, de Moeder Overste en de priester van weleer. Een parallel is te trekken met de docenten van nu, die met toewijding en liefde bouwen aan de toekomst van onze studenten.

University College Maastricht

Grote Looiersstraat 17

Ooit stroomde de Jeker door de Grote Looiersstraat, zoals te zien is aan de vorm van de gevelsteen boven de deur van de kantoren van de Universiteitsbibliotheek Maastricht en het thuishonk van ICTS. De gevelsteen volgt de kromming van de Jeker en vermeldt dat het gebouw ooit een armenhuis was.

Dit armenhuis werd in 1757 groots en fraai gebouwd dankzij een testamentaire schenking van de welgestelde kanunnik Maximilianus Henricus Salden. Lang heeft het gebouw deze functie echter niet gehad; al in 1793 werd het vanwege oorlogsdreiging gevorderd om als kazerne te dienen. De Franse overwinnaars richtten het vervolgens in als ‘Hôpital Militaire de la Concorde’. Na de Franse tijd, dat wil zeggen na 1814, bleef het gebouw, uitgebreid met twee vleugels aan de achterzijde, nog tot 1917 in gebruik als militair hospitaal, en daarnaast ook weer als kazerne. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de bezetter het gebouw in beslag. Kort na de bevrijding werd het pand tijdelijk ingericht als kamp ‘De Groote Looier’, waar meer dan 1000 politieke gevangenen werden geïnterneerd. Daarna werd het tot in de jaren zestig voor uiteenlopende militaire doeleinden gebruikt.

Na de oorlog verkeerde het pand in erbarmelijke staat. In 1975 kocht de gemeente Maastricht het gebouw. Na een grote renovatie vestigde de gemeente er de stadsbibliotheek en het gemeentearchief. Menig middelbaar scholier zal hier het tapijt hebben stukgelopen, op zoek naar leesvoer voor zijn of haar verplichte boekenlijst, of gewoon als ‘bibliofiel’.

In 1974 begon het onderwijs aan de Universiteit Maastricht, twee jaar voordat de universiteit officieel werd opgericht. Het onderwijs concentreerde zich in die jaren in het voormalige Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat 53, waar ook een bescheiden bibliotheek aanwezig was. In 1979 werd de universitaire bibliotheek ondergebracht in het voormalige Bonnefantenklooster, het huidige Studentenservicecentrum (SSC). Uiteindelijk verhuisde de bibliotheek in 2003 naar het inmiddels aangekochte en grondig verbouwde pand aan de Grote Looiersstraat 17.

Tien jaar later beschikte de universiteitsbibliotheek (UB) aan de Grote Looiersstraat over 657.040 boeken (verspreid over 18 kilometer aan rekken), 19.051 e-books, 546 fysieke tijdschriftabonnementen en 29.472 digitale tijdschriften. Wat ooit begon als een armenhuis, is nu een bruisende plek waar kennis en onderwijs samenkomen voor iedereen.

Die samenkomst van kennis en onderwijs vormden de inspiratie voor de Tsjechische kunstenaar Bořek Šípek, die de toegangspoort van de UB ontwierp. De poort kreeg de passende naam ‘Doorgang naar wijsheid’. 

Gesloten vormt het hekwerk een contrastrijke afscheiding tussen de oude panden. Als de poort openstaat, kantelt het middeldeel naar voren en steken de zwarte stangen en kleurrijke glazen elementen uit over straat. Die bestaan uit bloemknoppen, bladeren, fantasiefiguren en bloemen. Ze zijn allemaal met de hand geblazen glas en uitgevoerd in verschillende kleuren. De poort staat er sinds 2009 en is inmiddels niet meer weg te denken uit het straatbeeld.

ICTS huisstijl

Kapoenstraat 2

Het huidige gebouw aan Kapoenstraat 2 is gebouwd op de kelders van een ouder pand uit de late middeleeuwen. In 1882 gaf koffiebrander J. Hustinx opdracht om het voorste bouwdeel, inclusief de voorgevel, te vernieuwen in eclectische stijl – een architectonische mix van verschillende stijlelementen. De andere bouwdelen bestonden toen al. 

In 1987 werd het pand toegevoegd aan het gebouwenportfolio van de Universiteit Maastricht. Toen is het grondig opgeknapt, inclusief de karakteristieke Spiegelzaal. In 2008 volgde een nieuwe verbouwing. De binnenplaats kreeg een overkapping van golvend glas, waardoor er een lichte en open ontmoetingsruimte ontstond. Vandaag de dag doet deze ruimte dienst als learning space voor de rechtenfaculteit, die ook het naastgelegen pand aan de Bouillonstraat in gebruik heeft.

Om de hoek van Kapoenstraat 2 ligt Lenculenstraat 14. De achterkanten van deze gebouwen liggen aan dezelfde binnenplaats. In Lenculenstraat 14 zijn nu onderwijsruimten van de UM en de redactie van de onafhankelijke universiteitskrant Observant te vinden, maar van 1850 tot 1919 was dit een bierbrouwerij. De kelder van Lenculenstraat 14 werd intensief gebruikt: in de grote ruimte stond naar alle waarschijnlijkheid de brouwinstallatie. De overige ruimten dienden als opslag en voor het bottelen van de flessen; mogelijk gold dat ook voor andere dranken, zoals wijn.

Die brouwerij was lange tijd in handen van de familie Hustinx. Renier Hustinx was in de eerste helft van de 19e eeuw de eigenaar van deze brouwerij. Zijn ouders hadden een brouwerij aan de Moesmarkt. Na zijn overlijden in 1857 zette zijn weduwe, Maria Theresia Becker, de onderneming voort. Zij werd later bijgestaan door hun zoon Gerard Hustinx.

Toen Gerard overleed, droeg zijn weduwe, Maria Hollman, de brouwerij in 1904 over aan hun zoon Leon Hustinx. In 1918 richtte Leon daarnaast een vennootschap op voor de verkoop van tabak, maar nog datzelfde jaar overleed hij. Vanaf mei 1919 vestigde de Phoenix-Brouwerij uit Amersfoort haar hoofdagentschap in het pand. Daarmee kwam er een einde aan de brouwerij Hustinx.

Begin jaren ’80 kocht de Universiteit Maastricht Lenculenstraat 14 aan. In de loop der jaren kreeg het verschillende functies: in de jaren negentig was hier MEMIC (het centrum voor data- en informatiemanagement van de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences) gevestigd, later volgde de Observant, die nu weer de eerste verdieping gebruikt. Ook de toenmalige Faculty of Humanities and Sciences (FHS) was er gehuisvest, totdat de faculteit in 2019 verhuisde naar de Paul Henri Spaaklaan. De begane grond is lange tijd in gebruik geweest bij de rechtenfaculteit (LAW) als onderwijsruimte. Vanaf het moment dat de universiteit het pand aankocht, heeft de kelder geen functie meer gehad.

ITEM kapoenstraat

Bouillonstraat 1-3

Het gebouw aan de Bouillonstraat was ooit eigendom van de gemeente Maastricht. In 1859 verkocht de gemeente het aan de Rijksoverheid voor 44.500 gulden (€20.193).

Onder de Rijksoverheid werd het pand aan de Bouillonstraat het provinciehuis/gouvernement van Limburg. Het werd tussen 1929 en 1935 afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Inmiddels is het gouvernement gevestigd aan de Maas; in het voormalige gouvernementsgebouw zit nu de rechtenfaculteit van de UM.

46,5 meter hoog boven de Bouillonstraat wappert fier de vlag van de UM op de toren. De architect, G.C. Bremer, haalde zijn inspiratie voor het ontwerp van de toren uit Italië. Zo lijkt de toren op die van het Palazzo Pubblico in Siena.

Toen het gebouw nog dienstdeed als provinciehuis, lagen rechts van de toren de provinciale kantoren. Links van de toren lag het ambts-/gouverneursgedeelte, met daarin ook ruimtes voor ontvangsten. Achter de linkervleugel, in de tuinvleugel, was de daadwerkelijke woning van de gouverneur; hier waren ook de slaapplaatsen van de koninklijke familie. Vanaf het balkon boven de arcade aan de Bouillonstraat konden hooggeplaatste gasten het publiek toewuiven.

De gouverneurswoning werd bewoond door Gouverneur Baron Van Hövell van Wezeveld en Westerflier, gevolgd door zijn opvolgers dr. Frans Houben (de vader van de Maastrichtse burgemeester Philip Houben) en dr. Charles van Rooy (vader van minister Yvonne van Rooy). De latere gouverneurs bleven in hun privéwoning wonen.

De woning had mooie representatieve ruimten: een feestzaal en salon, inclusief een kleine entresol voor een klein orkest. Deze ruimten werden vanaf 1986, toen de Universiteit Maastricht het pand aankocht, veelal gebruikt voor speciale ontvangsten, feestelijkheden en vergadering van de Universiteitsraad. Nu is er een oefenrechtbank in de feestzaal en in de salon een loungeruimte voor medewerkers.

MCEL News

Grote Gracht 76

Het gebouw aan de Grote Gracht 76 dateert uit 1928 en is van origine een lyceum, gebouwd in een expressionistische stijl. Het Jeanne d’Arc lyceum bood een katholieke schoolopleiding voor meisjes. Vanaf 1970 waren ook jongens welkom. Menig Maastrichtenaar heeft hier zijn opleiding genoten en aangezien het lyceum pal in het centrum ligt, zullen de lyceumgangers vast ook tientallen verhalen te vertellen hebben over de cafés aan het Vrijthof, die druk bezocht werden tijdens spijbeluurtjes of op de vrijdagnamiddag (wie durft?!).

Op 11 september 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog en voorafgaand aan de bevrijding van Maastricht op 13 en 14 september 1944, richtte het Rode Kruis in de kelder van het Jeanne d’Arc lyceum een medische post annex kraamkamer in. Onder deskundige leiding van de bekende Maastrichtse huisarts dokter Leith zagen hier zeventien jonge Maastrichtenaren het levenslicht. Een van hen behaalde achttien jaar later zelfs het HBS-A-diploma op het Jeanne d'Arc lyceum.

Inmiddels is Grote Gracht 76 een van de panden van de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen (FASoS). In de kelder, die nu fungeert als fietsenkelder, komen we werk tegen van een oude bekende uit een eerder verhaal uit de serie ‘Verborgen parels’, namelijk de kunstenaar Charles Vos. Toen de Universiteit Maastricht het pand verwierf, bevond zich in de kelder een houten omkasting, met daarachter een reliëf van Vos. De universiteit heeft de omkasting vervangen door plexiglas, waardoor het reliëf van Charles Vos zichtbaar werd. Het reliëf herinnert aan de periode dat de kelder als kraamafdeling ingericht is geweest.

Grote Gracht 76

Grote Gracht 80-82

Het gebouw aan de Grote Gracht 82 – dat tegenwoordig in gebruik door de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen – was oorspronkelijk een kanunnikenhuis.

Het huis werd in de achttiende eeuw gebouwd als stadspaleis voor de broers André en Guillaume Soiron, beiden kanunniken van het Sint Servaaskapittel. Het ontwerp werd gemaakt door hun broer, stadsbouwmeester Matthias Soiron. De kanunniken moeten hebben beschikt over aanzienlijke financiële middelen, want de façade, inrichting en details stralen onbetwist rijkdom uit. 

In die tijd verplaatsten welgestelde bewoners zich vaak per koets. In het ontwerp van het paleis werd daarom ook een koetspoort opgenomen. Rijtuigen konden vanaf de straat via een geplaveide inrit naar binnen. Aan het einde van de inrit was een subtiele verhoging. Door de wielen daarop strategisch te positioneren, kwam de koets iets hoger te liggen; zo konden de bewoners gemakkelijk in- en uitstappen. Let er maar eens op de volgende keer als je er loopt, want de inrit en de verhoging zijn nog zichtbaar.

Na het uitstappen konden de bewoners rechtstreeks naar hun woonvertrekken, links van de poort. Rechts van de poort bevonden zich de dienstvertrekken en het trappenhuis. Dat trappenhuis is nog steeds intact. Tegenover de poort was een terrein met stallen, het koetshuis en hoogstwaarschijnlijk een binnentuin. Tegenwoordig staat op deze plek een aanbouw die is gerealiseerd door de UM.

In de negentiende en twintigste eeuw wisselde het pand aan de Grote Gracht 82 meerdere malen van eigenaar. De universiteit kocht het pand in 1999. Bij de verbouwing die na de aankoop volgde, moest het oorspronkelijke ontwerp van het gebouw zo veel mogelijk intact blijven. Sinds 2004 is het voormalige kanunnikenhuis de thuisbasis van de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen.

Grote Gracht 80-82

Grote Gracht 90-92

In het Statenkwartier van Maastricht ligt aan de Grote Gracht 90-92 de Hof van Tilly, het in 1714 verrezen stadspaleis van de militaire gouverneur Claude ’t Serclaes, de graaf van Tilly. Hier is sinds 2003 de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen gehuisvest. 

De Hof van Tilly werd gebouwd in de stijl van een Frans hotel. De paardenkoetsen konden door de statige poort op de binnencour voorrijden. Tegen de muur van de binnenplaats, rechts achter de poort, werd een mergelstenen reliëf aangebracht met een voorstelling van de schaking van Amphitrite door Poseidon. Hieronder bevond zich een fontein met een waterbekken voor de paarden. Door de eeuwen heen is de Hof van Tilly regelmatig verbouwd. Tussen 1834 en 1835 werd zij gerenoveerd voor de huisvesting van een Rijks-Lagere School. In 1880 kreeg deze de status van Rijkskweekschool, waarna veel werd gesloopt en vernieuwd: zo kwamen er twee nieuwe vleugels bij en een voor die tijd zeer moderne gymnastiekzaal.

De markante Turnzaal die bij het gebouw hoort, is de oudste turnzaal van Nederland. Hij dateert uit 1880. In die tijd was de Hof van Tilly een rijkskweekschool met een hypermoderne turnzaal.

Voordat de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen de Hof van Tilly in gebruik nam, werd het pand na aankoop grondig gerestaureerd en verbouwd. De Turnzaal werd een multifunctionele ruimte. Wel is geprobeerd om het authentieke karakter, zichtbaar door de vakwerkbouw met elementen in chalet-stijl, van de orginele turnzaal te behouden. Dit heeft men gedaan door bijvoorbeeld te kiezen voor transparante, akoestische materialen.

De Turnzaal werd lange tijd gebruikt als repetitielokaal van het Universiteitsorkest Maastricht. Vandaag de dag wordt deze zaal voornamelijk gebruikt als collegezaal.

Aan de spanten van het dak hangt een kunstwerk van Tom Claassen. Dit kunstwerk verwijst naar de Venus van Willendorf, een van de eerste vormen van kunstuitingen, uit ongeveer 24000 v.Chr. Omdat het werk in een turnzaal hangt, heeft Tom ervoor gekozen de mollige figuurtjes in turnhoudingen af te beelden. 

Fasos faculty