Rechtszaken uit liefde
Met een kopje thee in de hand loopt Roger Cox door de gang van Paulussen Advocaten in Maastricht. Dat hij de man is die met juridische precisie schokgolven door directiekamers joeg—van de Nederlandse staat tot Shell, en later ook richting ING—zie je hem niet aan. Op vrijdag 23 januari 2026, tijdens de Dies Natalis, ontvangt hij van de Faculty of Law van de Universiteit Maastricht een eredoctoraat voor zijn baanbrekende werk in de klimaatjurisprudentie.
Cox heeft iets zachtaardigs in zijn manier van praten: bedachtzaam, soms bijna verontschuldigend—alsof hij liever niet te groot wil worden gemaakt. Dat is op zichzelf al een interessante paradox. Want groot is hij allang. In 2021 zette TIME hem op de TIME100-lijst van invloedrijkste mensen ter wereld, met een lofrede van niemand minder dan Al Gore. De buitenwereld ziet vaak vooral het beeld: toga, dossier, David tegen Goliath. Cox zelf lijkt liever te beginnen bij iets kleiners—bij wat hem ooit raakte.
“Dit is in eerste instantie niet een intellectuele oefening,” zegt hij. “Dit is iets wat je gaat doen doordat je ergens door geraakt wordt.” Het woord dat hij even later gebruikt is mooier, bijna ouderwets: het gaat om “iets doen wat je hart voedt”.
Dat ‘geraakt worden’ kreeg voor hem een datum, een scène, een schok. Hij vertelt over de film An Inconvenient Truth van Al Gore: hoe die documentaire, midden jaren nul, als een wake-up call binnenkwam. Niet omdat hij daarvoor onverschillig was—integendeel. Als jongen liep hij al met verrekijker en notitieblok door het Zuid-Limburgse groen, was hij vogelspotter, zat bij het IVN in Voerendaal, haalde handtekeningen op tegen de zeehondenjacht. Een natuurmens, zegt hij. “Ik kan me alleen maar herinneren dat ik van jongs af aan al heel erg gebiologeerd was door de natuur.”
Tekst gaat verder onder de foto.
Maar klimaatverandering—CO₂, de traagheid van systemen, het na-ijleffect van decennia uitstoot—dat was een andere schaal. Een ander soort dreiging, niet lokaal, niet tijdelijk. “Zelfs als we vandaag zouden stabiliseren, werkt de opwarming nog lang door. Dat raakt ook mijn kinderen.” Het probleem werd opeens intergenerationeel: wij die “alle lusten nemen” en de lasten doorschuiven. En intragenerationeel: de rekening die het eerst neerkomt bij mensen die het minst hebben bijgedragen en het minst kunnen uitwijken.
Op dat moment valt bij Cox een ander kernwoord: waardigheid. “Menselijke waardigheid is het fundament waarop onze democratische rechtsstaat is gebaseerd.” En precies daar, in die fundering, ziet hij de klimaatcrisis knagen. Vrijheid mag niet de vrijheid van een ander afpakken—maar dat is volgens hem wél wat er gebeurt in de levens van mensen die dicht op hun leefomgeving leven, die niet kunnen ‘importeren’ wat het landschap hen niet meer geeft.
Het is verleidelijk om Cox te portretteren als de jurist die de wereld moreel toespreekt. Maar hij is in de eerste plaats vakman. Hij begon in Leiden met politicologie, vertelt hij, maar raakte gefascineerd door rechten—door de precisie, het gereedschap. “Rechten… is vakmanschap,” zegt hij. Minder beschouwen, meer kunnen dóen. En dat doen—dat is bij hem niet alleen argumenteren, maar ook volhouden: jaren, stapels stukken, eindeloze details, een team van collega’s, vier grote zaken tegelijk. Het noeste werken waar hij om bekendstaat, klinkt niet als stoerdoenerij, eerder als noodzaak, een missie.
Wie hem alleen kent van de grote overwinningen mist misschien zijn meest opvallende formulering: “Het zijn geen rechtszaken tegen iets, maar vóór iets.” Hij noemt ze zelfs “rechtszaken uit liefde”. Voor kinderen. Voor natuur. Voor een democratische rechtsstaat die niet leegloopt in cynisme en machteloosheid.
Daar, zegt hij, zit de kern van zijn internationale rol: de juridische route als tegenmacht in een wereld waarin multinationals—olie, gas, tech, media—zo groot en mobiel zijn geworden dat democratische controle achterblijft. Een governance gap, noemt hij het: een machtsvacuüm dat is ontstaan door decennia van deregulering, privatisering en globalisering. Op VN- en OESO-niveau werden daarom richtlijnen voor zelfregulering ontwikkeld, maar Cox ziet in de praktijk vooral hoe vaak die vrijblijvendheid blijft. En dus, zegt hij, blijft er één arena over waar bewijs zwaarder weegt dan praat: de rechtszaal.
In de rechtszaal moet je onderbouwen. Je kunt niet wegkomen met gemakzuchtige frames. In politiek en media, zegt hij, glippen te veel zaken weg in korte zinnen die lekker klinken maar weinig dragen. Dat is ook waarom hij zich zorgen maakt over afnemend respect voor rechterlijke uitspraken—een trend die hij de laatste jaren versneld ziet. Het is alsof de derde macht, juist wanneer die nodig is, verdacht wordt gemaakt omdat ze niet meebuigt.
En toch: Cox is geen profeet van het einde. “Ik probeer realistisch te zijn. Realisme als morele plicht—omdat wegkijken precies is wat dit soort crises groot maakt.” De toekomst? Hij weegt zijn woorden. Damage control. “De schade is onvermijdelijk, maar de vraag is hoeveel erger we het laten worden.”
Tekst gaat verder onder de foto.
Hoe blijft iemand overeind die dagelijks in dossiers kijkt waarin de wereld steeds warmer, droger en ongelijker wordt?
Het antwoord is onverwacht eenvoudig: routine, natuur, ritueel. Hij verhuisde bewust terug naar het Heuvelland, niet naar de stad, maar bij het bos. “Dat regenereert me,” zegt hij. “Het maakt me rustig.” En dan is er de stilte van een klooster in de buurt. Vaak loopt hij er binnen. Niet omdat hij een strenge dogmaticus is, benadrukt hij, maar omdat het ritueel hem helpt: bidden, reflecteren, ademhalen. “Het godsgeloof zit bij mij niet in de dogmatiek. Maar in het ritueel.” Gregoriaans als metronoom voor de geest. “Het tilt me uit de tijd.”
We praten nog kort over basketbal, Amerikaanse wedstrijden die hij soms op tv volgt als ontspanning, en over muziek als achtergrond die focus geeft. Dan staat er alweer iemand te wachten: een volgende afspraak, een volgende stapel werk. Uit liefde voor de aarde, voor wat komt.
Tekst: Ludo Diels
Fotografie: Paul van der Veer
Op vrijdag 23 januari 2026 van 15.30 tot 17.15 uur viert de Universiteit Maastricht haar 50e Dies Natalis. Dit jaar pakken we extra feestelijk uit. Verwacht muziek, bijzondere optredens en prijsuitreikingen. Ook worden maar liefst drie eredoctoraten uitgereikt. Koning Willem-Alexander zal aanwezig zijn. Er zijn geen plaatsen meer beschikbaar, maar de viering is op 23 januari live te volgen via een livestream op onze website.
Lees ook
-
UM-voorzitter Rianne Letschert kandidaat-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rianne Letschert, voorzitter van het College van Bestuur van de UM, is de kandidaat-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Volgens planning wordt zij op 23 februari, samen met de andere leden van het nieuwe kabinet, formeel benoemd en beëdigd.
-
Pia: “Mijn artiestennaam is een eerbetoon aan mijn vader”
Student International Business Pia Geffroy is een creatieve duizendpoot. Op dit moment focust ze zich vooral op haar muziek: een verrassende combinatie van pop en klassiek.
-
Wetenschap aan de grens van het onbekende
Hoe ontstaan kankers, hoe groeien ze en hoe ontstaat therapieresistentie? Met die vragen houdt hoogleraar Kasper Rouschop zich bezig.