4 maart 2020

Rainer Goebel: Een carrière op stevige bodem

Zijn bijnaam op de middelbare school, Zweistein, maakte Rainer Goebel trots. “Niemand kan zich meten aan Einstein, Zweistein kwam in de buurt.” Zijn medestudenten waren niet de enigen die de hersenkracht van Goebel erkenden: Stanford University, ooit de universiteit van zijn dromen, probeerde hem meerdere malen naar de VS te halen. “Maar ik ben blij met mijn keuze voor Maastricht in 2000”, zegt hij. Een portret van een topwetenschapper, Nederlands eerste Tesla-rijder en hacker van de eerst iPhone, maar ook: boerenzoon en familieman.

rainer goebel

Goebel wist nog niet hoe hij dat moest doen, maar zijn ouders stimuleerden zijn talenten, zoals anderen dat later in zijn carrière ook vaker zouden doen. Hij slaagde al snel en maakte zijn vader trots. Sindsdien zijn computers en het programmeren een passie. “Soms zijn mensen verbaasd dat ik nog steeds programmeer, ook voor mijn jongere collega’s. Maar daarvan laadt mijn batterij juist op. Als ik in een slechte bui ben omdat ik niet genoeg vooruit ben gekomen met mijn onderzoek, programmeer ik ’s avonds een paar uur. Het is een soort mediteren voor mij.”

Het meest complexe universum
Naast computers was de jonge Goebel ook gegrepen door het brein en het universum. Toen hij vijf jaar was zag hij de landing op de maan, wat grote indruk maakte. “Ik had het altijd over neuronen en astrofysica – zo kwam ik aan de bijnaam Zweistein.” Hij had zich al aangemeld voor een studie astronomie toen hij het opkomende veld van de cognitieve psychologie ontdekte, net als neuroscience en kunstmatige intelligentie. “Ik raakte gefascineerd door de geest, het meest complexe universum dat bestaat. Het feit dat ik me kan voorstellen dat ik op Mars sta: hoe doet de geest dat? Die vraag vond ik fascinerender dan Mars zelf.” Zijn voorliefde voor astronomie komt nog wel terug in de naam van zijn meest succesvolle software, BrainVoyager. Maar dat was pas later in zijn carrière.

“Je verspilt je toekomst met fMRI"

Tijdens zijn promotietraject in Braunschweig kreeg Goebel twee belangrijke prijzen: een voor zijn theorie over een complexe hersenfunctie en een andere voor software die hij had ontwikkeld. Het bezorgde hem uitnodigingen voor twee Amerikaanse zomerscholen waar alleen de besten van de besten voor werden uitgenodigd, en na zijn promoveren een baan bij het Max Planck Instituut, bij zijn wetenschappelijke held Wolf Singer. “Singer was ervan overtuigd dat we het brein alleen konden gaan begrijpen via proefdieronderzoek, maar fMRI kwam op in die tijd.” En Goebel stond altijd al graag vooraan bij nieuwe technologieën die de wereld zouden kunnen veranderen. “Dus ik vroeg Singer of hij me kon helpen toegang tot de scanners in het ziekenhuis te krijgen. Hij zei: je verspilt je toekomst.” Desondanks steunde Singer hem en Goebel kon aan de slag met fMRI. Hij zag al snel dat de software om fMRI-gegevens te analyseren veel te wensen overliet – en zo was het zaadje geplant voor de ontwikkeling van BrainVoyager.

Een bedrijf in plaats van een Ferrari

Goebel wilde de kennis verworven uit scannerdata verbeteren, ook voor niet-computer wetenschappers. “De eerste keer dat ik de software presenteerde, op een conferentie, trok het hele massa’s mensen aan. De mensen zeiden: hij doet op een laptop wat wij op enorme computers, heel ingewikkeld en kostbaar zitten te doen! De software heeft mijn carrière vormgegeven.” Siemens bood hem een miljoen D-mark, genoeg om een Ferrari te kopen, zijn droomauto. Maar het Max Planck Instituut moedigde hem aan om zijn eigen bedrijf op te richten. “Daar was ik niet meteen happig op, maar mijn vrouw overtuigde me dat het een mooie kans was die ik niet moest laten lopen. Zonder haar had ik nooit gedaan, of het bedrijf had al lang niet meer bestaan. Zij is ons hoofd financiën en zorgt er onder andere voor dat onze tien medewerkers iedere maand betaald worden.” Mensen die werken met BrainVoyager herkennen haar soms ook als het roterende ‘hersenmodel’ dat getoond wordt als ze even moeten wachten op de ladende software. En het is ook haar brein dat wordt afgebeeld in zijn illustraties voor artikelen, boeken en software.

Maastricht kiezen voor de liefde

Zonder zijn vrouw was hij ook niet in Maastricht terecht gekomen. In 1999 probeerden drie universiteiten hem tegelijkertijd weg te kapen bij het Max Planck Instituut: de UM, MIT en Stanford University. De laatste was altijd zijn droomplek. “Maar Claudia wilde niet naar de VS en ik zou mijn huwelijk nooit op het spel zetten. Dus ik heb een weekend gebaald en toen beide universiteiten op dezelfde dag gemaild, dat ik hun aanbod niet kon aanvaarden. Dat was zwaar, maar ik heb het voor de liefde gedaan.” Terugkijkend denkt hij ook dat zijn optimisme hem heeft geholpen. “Ik hield mezelf voor dat ik overal gelukkig zou zijn. Ik bouw gewoon een goed team op.” Stanford heeft hem nog drie keer geprobeerd over te halen, maar Goebel is nog steeds blij met zijn keuze. “Ze hebben niet de faciliteiten die we hier hebben, aan Stanford, Oxford of Cambridge. We lopen nog steeds voorop. Bovendien gaat het niet alleen om de machines: de mensen zijn het belangrijkste.”

De groep als familie

Zijn vakgroep bestaat uit bijna honderd wetenschappers die hij als een soort uitgebreide familie ziet. “Vooral in de beginjaren, toen het team kleiner was, heerste er een soort familiegevoel, met filmavonden bij mij thuis met science-fiction films: mijn lievelingsfilms. En vandaag nog steeds voelen bezoekers de positieve sfeer in de groep.” Hij beschouwt veel collega’s als goede vrienden en samenwerkingspartners, die hem veiligheid bieden. “De waarden die voor mij voorop staan, komen van het gezinsleven op de boerderij van mijn ouders. Dat is een onderdeel van me dat ik niet zou willen verliezen.” Een andere belangrijke waarde: niet je leven verspillen. Hij kon ooit met vijf uur slaap per nacht toe, omdat hij slaap zag als verspilde tijd. “Zelfs toen mijn vader met pensioen was, weigerde hij zomaar een rondje te gaan wandelen. ‘Dan zien de mensen dat ik niet aan het werk ben’ zei hij.”

Zo vader, zo zoon

Afgelopen zomer overleed zijn vader, een paar jaar nadat de diagnose kanker was gesteld. Het verlies greep Goebel enorm aan. “Gelukkig kon ik vrij veel tijd met hem doorbrengen voor hij stierf. We hebben zelfs samen een gedicht geschreven, dat deden we nog nooit. Hij wilde iets dat zijn leven overzag en het was een heel betekenisvolle ervaring. Dankbaarheid was een belangrijk thema.” Goebel omschrijft zichzelf ook als een ‘dankbare jongen’. Hij is dankbaar voor de steun die hij van de UM ontving. Dankbaar voor de eenwording van Duitsland, waardoor zijn Oost-Duitse vrouw kon komen studeren in Braunschweig, waar ze elkaar ontmoetten. En dankbaar voor het contact met studenten op alle niveaus en hun positieve feedback. Lesgeven is een van den zijn vele passies, waardoor zijn werk voelt als een hobby. Zijn studenten en zijn collega’s waarderen zijn enthousiasme. “Ik hou ervan als mensen zeggen: ‘Ik werk graag met Rainer omdat hij me inspireert’. Ik stimuleer mensen graag in waar ze goed in zijn, net zoals anderen dat bij mij altijd hebben gedaan. En ik weet van mijn eigen studietijd: docenten kunnen een enorme impact hebben.”

Neurofeedback tegen depressie

De afgelopen tijd heeft hij uit twee projecten met name veel plezier gehaald. Het eerste is de ontwikkeling van neurofeedback-therapie voor mensen met een depressie, samen met professor David Linden, een van zijn vroegere promovendi. De grootste studie ooit naar neurofeedback met depressieve mensen start binnenkort in Maastricht. “De voorgaande twee studies zijn uitgevoerd in Engeland en nog één in de VS, waaruit goede resultaten kwamen. Tweederde van de deelnemers die neurofeedback-therapie kregen hadden een significante vermindering van hun depressieve klachten. Ze leren feitelijk in de scanner hoe ze hun limbisch systeem kunnen activeren door een emotionele herinnering op te roepen. Zo leren ze zelfregulatie, wat hun gevoel van controle vergroot. Artsen staan versteld van de effecten.” De nieuwe studie zou Nederlandse zorgverzekeraars mogelijk kunnen overtuigen om de therapie te vergoeden, wat zou leiden tot klinische toepassing bij patiënten. “Dat is iets waar ik echt graag nog aan bijdraag.”

Een menselijk brein bouwen

De tweede bron van plezier is zijn deelname aan het Human Brain Project (HBP). Goebel verwierf meerdere beurzen van dit door de Europese Commissie gefinancierde ‘flagship project’, dat loopt tot 2023. In dat laatste fase, die in april start, leidt hij een project waarbij meer dan tien instituten betrokken zijn en een budget van 14 miljoen euro. Het onderzoekt de mogelijkheid om neuroscience te koppelen met kunstmatige intelligentie en robotica. “Je kunt dan bijvoorbeeld een robot als assistent in een verzorgingshuis laten werken die draait op een computerprogramma dat niet door technici is gebouwd, maar door neurowetenschappers. Oftewel: meer geïnspireerd op hoe een echt brein werkt. Dat soort dingen boeiden me al toen ik promotie-onderzoek deed. Ik wilde begrijpen hoe de 80 miljard neuronen in ons hoofd slimme netwerken vormen en zo onze geest vormen. En dat wil ik nog steeds. Uiteindelijk gaat het HBP over het creëren van een hersenmodel dat bijna even complex is als het brein zelf. We zullen het brein waarschijnlijk nooit helemaal begrijpen, maar tot op zekere hoogte wel.”

Een deuk slaan in het universum

Goebels doel, zeker sinds het overlijden van zijn vader, is het bijdragen aan de samenleving. “Wat wordt mijn nalatenschap?”, vraagt hij zich hardop af. ‘We zijn hier om een deuk in het universum te slaan’, zei zijn grote inspiratiebron Steve Jobs ooit. Goebel, enthousiast: “Dat wil ik ook doen! De wereld een beetje beter maken. Daarom sta ik ook graag vooraan bij nieuwe ontwikkelingen, zoals de elektrische auto.” Stanford University organiseerde ooit, toen ze hem weer probeerden te interesseren voor een transfer, een bezoek aan een plaatselijke start-up voor hem, waar elektrische auto’s werden ontwikkeld. “Want ze wisten dat ik van auto’s en de Formule 1 houd. Dat bedrijf werd later Tesla en ik was zo gegrepen door de manier waarop ze de wereld wilden veranderen, dat ik me inschreef voor de eerste auto die naar Nederland zou komen.” In 2010 kreeg hij een uitnodiging om hem aan de grens bij Venlo op te komen halen, waar de douane aanvankelijk niet wist wat ze ermee moesten: dit was geen auto zoals ze kenden. “Ik ben graag een pionier op deze manier, om te laten zien dat dit de toekomst is.”

De iPhone hacken

Iets vergelijkbaars gebeurde met zijn eerste iPhone. “Ik regelde dat ik een praatje moest houden op een conferentie op Stanford, vooral omdat Apple de volgende dag de nieuwe iPhone zou lanceren en ik wilde er heel graag een hebben. Ik gaf meer geld uit aan de taxirit door California dan aan de telefoon zelf. En terug in Europa kon ik hem de eerste zes maanden niet eens gebruiken als telefoon. Maar met een paar hackers ontdekte ik hoe ik het apparaat kon programmeren, zodat ik er breinanimaties op kon tonen die je via het touch screen kon bedienen!” Hij lacht om de herinnering. En ja, hij heeft ook wel eens interesse gehad in futuristische initiatieven die minder succesvol werden dan aanvankelijk verwacht. “Ik dacht dat we al lang naar de maan zouden vliegen met burgers. Ik stond zelfs op de lijst van vrijwilligers voor de eerste commerciële ruimtevlucht.”

Terug naar de boerderij

Een andere uitspraak van Steve Jobs past hem misschien wel beter en Goebel heeft er al vaak aan gerefereerd: De enige manier om geweldig werk te doen is te houden van wat je doet. En dat doet Goebel. Zijn carrière is even plezierig als indrukwekkend. “Maar de boerderij van mijn ouders, die mijn oudere broer nog op kleinere schaal runt naast zijn hoofdbaan – en waarvoor hij even hard werkt als ik – heeft me altijd met beide voeten op de grond gehouden. ‘Erden’ noemen we dat in Duitsland.”
Zijn ouders zijn op de boerderij blijven wonen na hun pensioen. Het was de eerste stop die Goebel en zijn vrouw maakten nadat hij afgelopen jaar werd beëdigd als lid van Leopoldina, de Duitse Nationale Academie van Wetenschappen. “Het was erg emotioneel. Mijn vader huilde toen hij het certificaat zag en de pin op mijn jasje. Vanwege zijn reactie draag ik die pin nog iedere dag.” Hij had zijn vader een laatste keer trots gemaakt.

Rainer Goebel studeerde Psychologie en Computerwetenschappen en is sinds 2000 hoogleraar Cognitive Neuroscience aan de UM. Hij was een van de fMRI-pioniers en is internationaal gekend vanwege het ontwikkelen van BrainVoyager, een software-tool voor geavanceerde analyses van neuro-imaging. Hij heeft diverse grote beurzen verworven en leidt een grote studie in het Human Brain Project, een zogeheten ‘flagship project’ betaald door de Europese Commissie.

Door: Femke Kools (tekst), Philip Driessen (fotografie)