14 januari 2019

ITEM: Minder administratieve rompslomp voor gepensioneerden in buitenland

Gepensioneerden die binnen de EU emigreren en hun pensioen willen blijven ontvangen, moeten periodiek een levensbewijs insturen naar verschillende instanties. Dit om te voorkomen dat het pensioen onterecht wordt uitbetaald na overlijden. In de praktijk betekent dit dat een gepensioneerde, al dan niet met verminderde mobiliteit, meerdere keren per jaar op eigen kosten naar bevoegde autoriteiten moet reizen om de juiste documenten te laten authentificeren. Deze administratieve rompslomp wordt veroorzaakt doordat pensioenfondsen en de Sociale Verzekeringsbank gedurende het jaar verschillende inlevermomenten van het levensbewijs hanteren. Promovendus Sander Kramer, prof. dr. Marjon Weerepas van expertisecentrum ITEM (Universiteit Maastricht) en Pascalle Pechholt (adviseur Grensarbeid van Europees Parlementslid Jeroen Lenaers) stelden bij de Pensioenfederatie voor de inlevermomenten samen te laten vallen en zetten aan tot de verdere ontwikkeling van een digitale infrastructuur.
 

Groot ongemak
Het terugvorderen van onterecht uitbetaalde pensioenen is een complex en bezwarend proces, wat het voor instanties belangrijk maakt onterechte uitbetaling te voorkomen door middel van levensbewijzen. Gepensioneerden hebben niet alleen te maken met kosten voor het meermaals insturen van levensbewijzen, ook verschillen de inleverwijzen per instantie: digitaal of op papier, per post of aangetekend versturen. Om een gevalideerd bewijs te krijgen, moet een gepensioneerde bovendien in bepaalde gevallen meerdere keren per jaar op eigen kosten naar een ambassade of andere bevoegde autoriteit reizen. Afhankelijk van het aantal pensioenfondsen waarmee de gepensioneerde te maken heeft en het aantal inlevermomenten, kan dit, zeker voor ouderen met mobiele beperkingen, een groot ongemak vormen. Volgens ITEM kan – en moet - dat veel beter geregeld worden.

Automatische gegevensuitwisseling
In lijn met het voorstel van ITEM  raadt de Pensioenfederatie  haar leden aan om de inlevermomenten te harmoniseren met het beleid van de Sociale Verzekeringsbank, zodat een gepensioneerde nog maar eens per jaar een levensbewijs hoeft te overleggen. Daarnaast vindt momenteel in de pensioensector overleg plaats over hoe het proces rondom levensbewijzen verder verbeterd kan worden. Momenteel wordt ook gewerkt aan verdere digitalisering en automatische gegevensuitwisseling, waardoor in de toekomst steeds minder levensbewijzen nodig zullen zijn. Mogelijk kan daarbij gebruikgemaakt worden van de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Daarin worden mensen opgenomen die in het buitenland wonen, maar nog een bepaalde band hebben met de Nederlandse overheid, zoals in dit geval het pensioenstelsel. In de RNI is af te leiden van wie de SVB een levensbewijs heeft ontvangen, maar het RNI geeft nu nog geen volledige uitsluiting. Gepensioneerden uit een aantal landen, zoals Australië, België, Duitsland en Suriname hoeven minder vaak en soms zelfs geen levensbewijzen op te sturen omdat deze landen een zogenoemd verlaagd risico hebben op het niet doorgeven van het overlijden. Automatische uitwisseling van persoonsgegevens of periodieke uitvraag van levensbewijzen voorziet in de juiste gegevens voor het RNI. Ook in deze gevallen kunnen pensioenuitvoerders het RNI raadplegen.

Nederland vs. buitenland
Het levensbewijs vormt een groot contrast tussen gepensioneerden binnen en buiten Nederland. In Nederland wordt het overlijden van een gepensioneerde automatisch doorgegeven aan pensioeninstanties, waarna het pensioen wordt stopgezet. In het buitenland gebeurt dit niet automatisch, waardoor geëmigreerde personen die een AOW of aanvullend pensioen hebben opgebouwd, hierop alleen aanspraak kunnen maken wanneer zij een levensbewijs naar de SVB en/of pensioenfondsen sturen met alle belemmeringen van de Europese verkeersvrijheden van dien.