19 juli 2021

Armoede, de stille nood

Volgens de Verenigde Naties betekent armoede dat je niet kunt voorzien in je eerste levensbehoeften. Ook in een rijk land als Nederland worden steeds meer mensen door armoede getroffen, zeker na de COVID-19-lockdowns. We spreken van absolute armoede als mensen leven onder de lage-inkomensgrens en geen toegang hebben tot (gezond) voedsel, huisvesting, gezondheidszorg (bijv. een zorgverzekering) of niet verder kunnen leren na de verplichte schoolperiode. Relatieve armoede gaat over de levensomstandigheden van een persoon of groep in verhouding tot zijn/haar omgeving. Sociale armoede betekent dat je niet mee kunt doen aan het normale maatschappelijk leven omdat er geen geld is voor een sportclub of vereniging, voor activiteiten vanuit de opleiding, of bijvoorbeeld voor toegang tot internet. Vaak is er sprake van ‘stille’ armoede, want hoe zie je dat iemand zijn huur niet meer kan betalen of geen geld heeft om vaker dan één keer per dag te eten?

Ook onder onze studenten komt deze stille armoede voor, want het lijkt een taboe om over financiële zorgen te praten. UM-studente Kim Thieme, ervaringsdeskundige, heeft de moed om wél daarover te spreken. Organisaties als Juupu en @ease hebben dagelijks te maken met jonge mensen die in financiële nood zitten en roepen op de stilte daarover te doorbreken. Prof. dr. Paul Smeets, hoogleraar Filantropie en Sustainable Finance, vertelt over de mogelijkheden om mensen met financiële problemen te helpen.

Kim strijdt tegen armoede

Kim Thieme is een eerstejaarsstudent Gezondheidswetenschappen die als ervaringsdeskundige strijdt tegen armoede onder studenten, onder mensen in haar eigen wijk Pottenberg, en eigenlijk binnen de hele Maastrichtse bevolking. Zij heeft als geen ander ervaren wat het betekent grote financiële zorgen te hebben en in de armoedeval terecht te komen: het ene gat met het andere dichten, waardoor schulden zich opstapelen. In haar niet aflatende strijd tegen armoede heeft zij met groot succes diverse initiatieven ontwikkeld.  Voor haar project SLIM (Studie Loket en Informatiepunt Maastricht) ontving zij onlangs een UM Diversity & Inclusivity Grant en met haar project Digital Loan Service (nadere informatie volgt zo spoedig mogelijk) won zij de UM Student Idea Competition. Maar ook de academische wereld heeft haar ontdekt. Ze maakt deel uit van een adviesgroep van hoogleraar Gezondheidsbevordering Gera Nagelhout en adviseert zo wetenschappers voor hun onderzoek vanuit de échte wereld.

Kim Thieme
Kim Thieme

Kim weet waar ze het over heeft: “Toen ik begon aan de opleiding Gezondheidswetenschappen begaf mijn laptop het en ik had geen geld om die te laten repareren of een nieuwe te kopen. Ik heb daarom de eerste zes maanden alle onderwijsgroepen op mijn telefoon gevolgd. Ik kon geen notulist of voorzitter zijn, want ik zag de mensen niet en hoorde ze slecht. Mijn tutorgroep organiseerde een barbecueavond die ik met een smoesje heb afgezegd. Hoe kon ik ze uitleggen dat ik geen stuk vlees kon kopen? Ik ben een eerstegeneratiestudent en ik kom uit wat ze een lagere sociaaleconomische achtergrond noemen, hoe afschuwelijk ik die term ook vind. Ik heb dus geen financieel vangnet. Laten we heel eerlijk zijn, als 1 op de 13 kinderen in armoede opgroeit, dan zitten daar ook studenten tussen. Ik wil niet dat die in dezelfde ellende terechtkomen als ik. Daarom ga ik ze helpen.”

SLIM

Sinds enkele weken is Kim verlost van de schuldhulpverlening. Lange tijd moesten zij en haar twee kinderen met ongelofelijk weinig geld per week rondkomen. Maar ook nu ze schuldenvrij is, blijft het geen eenvoudige opgave, leven van heel weinig geld.  “Vaak maakte ik me de hele dag zorgen of ik nog een luier had die ik mijn baby kon omdoen als ze ging slapen. Voor mijn verjaardag vroeg ik potjes babyvoeding en luiers. De angst dat je vroeg of laat je huis uit moet… Het sloopt je allemaal. Ik schaamde me dood en dat heeft er ook jarenlang voor gezorgd dat ik me niet liet helpen. Want wat als mensen erachter kwamen dat ik mijn kinderen misschien niet kon voorzien in hun basisbehoeften? Of wat als mensen mij zielig zouden vinden? Achteraf weet ik dat mensen alleen maar voor mij en mijn kinderen hadden willen zorgen. Ik heb dan ook spijt dat ik zo lang alleen met dit geheim heb rondgelopen, dan was het misschien niet zo ver gekomen en had het mij en mijn kinderen veel leed bespaard.” Je zou denken dat Kim nadat zij zelf uit de ellende was gekomen het fenomeen armoede zou afsluiten. Maar niets is minder waar. “Ik dacht alleen maar, dit mag niemand anders overkomen, hier ga ik iets aan doen. Tijdens mijn moeilijke jaren heb ik de weg gevonden naar alle mogelijke instanties die hulp verlenen en die informatie wil ik delen. Daarom heb ik SLIM opgezet.” SLIM, Studie Loket en Informatiepunt Maastricht, is een informatieloket in de Maastrichtse wijk Pottenberg. Bij SLIM kunnen UM-studenten met beperkte financiële middelen en bewoners van Pottenberg met een laag inkomen en een studiewens terecht. Kim: “Je kunt bij SLIM onafhankelijke informatie, begeleiding en advies vragen over je financiële situatie om studeren financieel en praktisch mogelijk te maken zonder (langdurige) armoede. Je krijgt er advies over regelingen vanuit de staat en de gemeente en voorzieningen van lokale burgerinitiatieven, fondsen en stichtingen. Bijkomend voordeel is dat we niet-gebruik van voorzieningen hiermee terugdringen. De weg naar de juiste hulp is vaak een doolhof, moeilijk bereikbaar en langdurig. Eigenlijk dus een veel te hoge drempel voor de mensen die de hulp juist nodig hebben. SLIM vindt dat iedereen recht heeft op de mogelijkheid om te studeren zonder (langdurige) armoede. Daarom willen wij studenten hulp bieden bij hun financiële zorgen en burgers stimuleren om te gaan studeren met de juiste ondersteuning. Zodat iedereen een diploma kan behalen onder menselijke omstandigheden. Want studeren zonder (langdurige) armoede is mogelijk!”

 

“De UM Adviesraad Diversiteit & Inclusiviteit was onder de indruk van het uitgebreide projectplan waarin diverse UM-afdelingen en externe partners samenwerken, maar minstens evenzeer van de vasthoudendheid en het commitment van Kim. Wij zijn ervan overtuigd dat dit bijzonder inclusieve project impact zal hebben op het leven van onze studenten en buurtbewoners. Wij wensen het volledige team van SLIM een productief jaar!”

Rector Prof. dr. Rianne Letschert

Digital Loan Service

Na haar eigen ervaring met onderwijs op de mobiele telefoon realiseerde Kim zich dat zij ongetwijfeld niet de enige is met dit probleem. Zeker nu duidelijk is dat vóór corona 10% van alle studenten in financiële problemen zat, maar na corona het drievoudige daarvan. Dat bracht haar op het idee een Digital Loan Service op te zetten. Kim: “In die periode zonder laptop vroeg ik steun bij het Tesselschade-Arbeid-Adelt-fonds en kreeg ik van hen een gesponsorde laptop en bureaustoel. Dat inspireerde me om Digital Loan Service op te zetten waarin UM-studenten een laptop kunnen lenen of krijgen als hun laptop kapotgaat. Dat zorgt ervoor dat minder studenten vertraging oplopen of zelfs stoppen met de opleiding. Ander groot voordeel is dat apparatuur gerecycled wordt. Omdat deze apparatuur essentieel is voor onze opleidingen zorgt de beschikbaarheid ervan voor kansengelijkheid. De Digital Loan Service geeft studenten de tijd om te wachten op geld vanuit een fonds zodat ze een nieuwe laptop kunnen kopen. Iedereen verdient de kans om online onderwijs te volgen, ongeacht de financiële situatie.”

Advies aan de wetenschap

UM-hoogleraar Gera Nagelhout heeft een vaste adviesgroep opgezet om mensen met een kleine portemonnee te betrekken bij onderzoek naar het bevorderen van de gezondheid van deze groep. Burgers uit de wijk gaan zelf meepraten en de vakgroep vanuit hun eigen ervaringen adviseren. En wie denk je dat in die adviesgroep zit? Kim: “Op deze manier kunnen wetenschappers als Gera die al zo begaan zijn met grote gezondheidsverschillen tussen rijk en arm beter onderzoek doen. Wij kunnen vanuit onze eigen ervaring de bewijsvoering vanuit de wetenschap nóg sterker maken en meer invloed uitoefenen op wat wel en niet werkt. Nadat ik was toegetreden tot de adviesgroep, heb ik ook de oratie van Gera Nagelhout beluisterd. Ze sloeg de spijker op de kop: als je iedere dag zorgen over geld hebt, dan is gezond leven je laatste zorg. Daar moet verandering in komen.” Zuid-Limburg is een van de ongezondste regio’s van Nederland. Om daarin verandering te brengen, moet je de betreffende mensen meenemen, vinden de wetenschappers.  De groep bestaat naast Kim uit nog veertien andere mensen van verschillende achtergrond, geslacht en leeftijd.

Iedereen verdient de kans om (online) onderwijs te volgen, ongeacht de financiële situatie.

Studenten

Niemand kiest voor een leven in armoede of schulden, ook studenten niet, zegt Kim: ‘Maar hulp vragen is lef hebben. Maak het de ander niet moeilijker dan het al is. Wees de persoon die iemand altijd dankbaar zal zijn. Uit ervaring weet ik dat je die ene persoon nooit zult vergeten en altijd dankbaar zult zijn, hoe klein of groot het gebaar ook is. Er is zo ontzettend veel mogelijk,” zegt Kim, “als je de wegen erheen maar weet te vinden. Welke student weet dat er een fietsbank is waar je een fiets kunt lenen? Dat je als student onder bepaalde voorwaarden gebruik kunt maken van de voedselbank? Dat er het Profileringsfonds is van de UM. Dat er initiatieven van de gemeente zijn om mensen met laag inkomen (ook studenten) te helpen die door corona in de problemen zijn gekomen? Dat er een babybank is waar je alle mogelijk spullen voor je baby of kind kunt krijgen? Die wegen gaat SLIM laten zien. Maar het allerbelangrijkste is dat studenten zich bewust worden van het feit dat medestudenten mogelijk in financiële moeilijkheden zitten. Denk niet meteen ‘wat een ongezellige vent’ als iemand niet mee naar het terras gaat voor een biertje. Vind iemand die nee zegt tegen een etentje waar je zelf iets naar moet meebrengen niet direct een krent. Merk je dat een huisgenote vaak alleen op haar kamer zit, nodig haar dan uit voor het eten: ‘we hebben te veel, eet je mee?’ Bedenk dat geldzorgen kunnen leiden tot depressie, gezondheidsproblemen, angsten en stress. Wees begripvol. Altijd.”

Tekst: Margot Krijnen
Foto: Nick Weijsters

Wil jij helpen?
Wil je Kim helpen bij het opzetten van een fysieke locatie voor haar project SLIM, het laagdrempelig studieloket en informatiepunt voor mensen in armoede in Maastricht? Doneer dan aan de UM Crowd-actie
 Help mensen in armoede in Maastricht

Geld geven helpt

Prof. dr. Paul Smeets bekleedt sinds begin 2020 de leerstoel Filantropie en Sustainable Finance van het Elisabeth Strouven Fonds. Je kunt hem dus gerust een expert op het gebied van armoede en goede doelen noemen: “Armoede is nu heel anders dan vroeger. Toen mijn ouders jong waren, had niemand in de omgeving iets. Iedereen zat op de stoep in de straat, wie iets te eten of drinken had, haalde dat naar buiten en deelde het met de buurt. Nu moet je geld hebben om mee te kunnen gaan drinken.”

Wanneer spreek je van armoede?
“Wereldwijd betekent extreme armoede dat je met 60 euro per maand moet rondkomen. In Nederland is dit 1090 euro netto voor alleenstaanden, 1530 euro voor een koppel zonder kinderen en 2080 euro voor een gezin met twee kinderen. Als je 60 euro in een arm land afzet tegen 2000 euro hier, dan is dat natuurlijk van een heel andere orde. Dat wil niet zeggen dat de armoede hier minder schrijnend is. Hier in Nederland is de levenstandaard veel hoger, dus je betaalt veel meer voor je levensonderhoud en bijvoorbeeld studeren is iets wat je eigenlijk gewoon hoort te doen. Je kunt hier ook wel spreken van sociale armoede, dus niet kunnen meedoen aan activiteiten met anderen. Dan kom je in een sociaal isolement.”

Paul Smeets
Prof. dr. Paul Smeets

Wat zijn de gevolgen van armoede?
"Bij armoede zie je altijd een paar dingen terug. Op de eerste plaats gaat het cognitief functioneren achteruit. Dit betekent dat functies als je geheugen, leervermogen, taalgebruik en het kunnen begrijpen en uitvoeren van complexe, dagelijkse handelingen minder worden. Dat is ook logisch, want als je al je energie moet besteden om financieel rond te komen, kun je niet evenveel energie geven aan je studie als medestudenten zonder financiële problemen. Uit talloze onderzoeken blijkt deze achteruitgang van het cognitief functioneren. Hetzelfde gebeurt bij boeren: kort na de oogst scoren zij veel hoger op cognitief functioneren dan in de periode waarin ze ver van de oogst af zitten en weinig inkomen hebben. Op de tweede plaats wordt armoede vaak doorgegeven van generatie op generatie.  Als kinderen opgroeien in een arm gezin, en dat zijn er heel veel, dan zie je dat het vaak heel moeilijk is om daaruit te komen.”

Wat kunnen we als samenleving doen om deze problemen te verlichten?
“Vooral bij het ondersteunen van kinderen in arme gezinnen liggen voor ons als samenleving kansen. Een goed voorbeeld daarvan is de Gezonde Basisschool van de Toekomst. Kinderen uit arme gezinnen eten vaak minder gezond, omdat er geen geld is om verse groenten en fruit te kopen. Binnen het initiatief van de Gezonde Basisschool kan de school ervoor zorgen dat de kinderen voldoende vitaminen binnenkrijgen en genoeg bewegen. Wat je ook ziet, is dat een mentor heel veel kan betekenen voor ieder individueel kind. Wij hebben zelf vanuit het Elisabeth Strouven Fonds het project M-PX op het gebied van muziekeducatie opgezet met het Maastrichtse poppodium Muziekgieterij. Het is bekend dat kinderen met een kansarme achtergrond een laag zelfbeeld hebben. Als deze kinderen positieve ervaringen hebben, zoals samen in een band succesvol muziek maken, krijgen ze een positiever zelfbeeld waardoor ze ook beter gaan presteren op school, waar ze vaak op veel punten minder sterk zijn.”

Hoe kun je armoede praktisch bestrijden?
“Wetenschappelijk is aangetoond dat simpelweg geld geven heel goed helpt om armoede te bestrijden. Dat klinkt als een open deur, maar vaak wordt kort door de bocht gedacht dat mensen die in armoede leven wel allerlei dingen fout hebben gedaan. Maar dat blijkt helemaal niet het geval te zijn. Ook leeft vaak de gedachte dat arme mensen zodra ze geld krijgen dat gaan verbrassen aan sigaretten, drank etc. Talloze onderzoeken tonen echter aan dat gewoon geld geven een van de invloedrijkste oplossingen is die bestaat. Je ziet dan namelijk dat het merendeel van deze mensen juist heel goed met dat geld omgaat en inziet dat dit een kans is om uit de problemen te raken. Ze gaan het helemaal niet verbrassen, in tegenstelling tot wat wordt gedacht, maar gebruiken het om hun schulden af te lossen en een nieuwe start te maken.

Het komt er dus op neer dat het de maatschappij het minste geld en zorgen kost als ze mensen met financiële problemen hun schuld kwijtschelden of gewoon geld geven. Je biedt deze mensen zo de kans op een nieuwe start, vanaf nul beginnen. Dat is in Nederland wel een probleem, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten. In de VS is een heleboel mis, maar op het gebied van schuld en opnieuw starten is het daar veel eenvoudiger. In de VS kun je failliet gaan en daarna helemaal opnieuw beginnen. In Nederland blijft die schuld je altijd achtervolgen. Je moet je schuld kunnen afkopen, want anders kom je van de regen in de drup. Je hebt totaal geen energie meer omdat je alleen maar bezig bent met het afkomen van die schuld. Als je die kwijt bent, kun je je weer richten op nieuwe dingen, zoals het zoeken van een baan.”

Is er een manier om studenten in financiële problemen te helpen?
“Samen met het UM Alumni Office ben ik aan het uitzoeken hoe we alumni meer kunnen betrekken bij deze problematiek. Denk aan structurele beurzen voor studenten die het niet breed hebben. Het is dan heel belangrijk goed uit te leggen aan die alumni wat de problematiek is, want bij de meesten is totaal niets bekend over armoede onder studenten. Juist omdat het meestal stille armoede is. We moeten het taboe doorbreken. Eerlijk durven zeggen: ik kan niet meegaan naar het terras voor een drankje, kan niet meedoen aan de barbecue omdat ik geen stuk vlees kan betalen. Studenten zouden niet meer bang moeten zijn dat te zeggen. De meeste studenten hebben geen idee dat er armoede bestaat bij medestudenten. Ik was me daar zelf als student ook niet van bewust. Hier wordt altijd gedacht dat beurzen en financiële ondersteuning niet nodig zijn omdat DUO er is. Dat klopt simpelweg niet. Die beurzen zijn hier wel degelijk ook nodig.”

Is er al een initiatief vanuit Strouven en de UM?
“Ik werk samen met het Elisabeth Strouven Fonds, het UM Alumni Office en twee studenten van onze School of Business and Economics aan een structurele oplossing. We zijn namelijk het FUNDII platform aan het opzetten. Daarin combineren we financiering van vermogensfondsen, zoals het Elisabeth Strouven Fonds, en particuliere fondsenwerving. Fondsen als het Elisabeth Strouven Fonds ontdekten dat er een grote kloof is tussen organisaties als die van hen en veelbelovende non-profit organisaties die financiering nodig hebben. Heel veel mensen hebben fantastische ideeën om de maatschappij te verbeteren. Dat kan gaan om het bestrijden van armoede, culturele activiteiten of he behouden van de natuur. Alleen weten deze mensen niet waar ze geld vandaan kunnen halen. Via zo’n platform kun je zeggen: Strouven financiert, maar individuele personen kunnen een bijdrage leveren. Dat kan normaal niet want vermogensfondsen als Strouven halen geen geld op. Die werken met het bestaande vermogen. Alumni zouden dus via het platform geld kunnen geven aan Strouven, zodat dat fonds studenten aan beurzen kan helpen. Groot voordeel van FUNDII is ook dat vermogensfondsen achter het platform staan en die hebben miljoenen euro’s tot hun beschikking. Dat betekent veel meer slagkracht.”

Tekst: Margot Krijnen 
Foto: Wim Smeets

Het is heel belangrijk goed uit te leggen wat de problematiek is, want bij de meesten is totaal niets bekend over armoede onder studenten. Juist omdat het meestal stille armoede is. We moeten het taboe doorbreken.

Hulp vragen = moed tonen

In 2016 besloten Juul (geb. 2001) en Puck (geb. 2003) dat ze iets wilden toen tegen armoede in hun omgeving. En dat ze, minstens zo belangrijk, andere jongeren bewust wilden maken van het feit dat armoede bestaat. Zo ontstond Juupu, inmiddels een volwaardige en volledig erkende stichting die een belangrijke rol vervult.

Missie van Juupu

Hun vader, Ceriel Knols, heeft Juul en Puck vanaf dag één begeleid in hun missie: “Armoede is meer dan het ontberen van geld. Armoede is als je de rijkdom in jezelf uit het oog bent verloren. Het is veel meer dan geen eten op tafel. Praktische armoede leidt tot eenzaamheid, tot je anders voelen dan anderen, geen raad met jezelf weten. Juul en Puck zijn met hun acties met veel jongeren in aanraking gekomen die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Zij hebben besloten deze jongeren te ondersteunen door op scholen inzamelingen te organiseren. Dat heeft een dubbel effect. Niet alleen kunnen ze met de ingezamelde producten het verschil maken voor veel huishoudens, maar tegelijkertijd raken leerlingen van de deelnemende scholen in gesprek over het fenomeen armoede. Zij realiseren zich op dat moment dat zij zelf ook een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van armoede in hun omgeving.” Op dit moment worden 150 huishoudens structureel ondersteund door Juupu, maar de nood is veel groter. Sinds een jaar werkt Juupu samen met het Rode Kruis voor Regio Zuid.

Elkaar helpen
Onlangs is het Juupu Centre Nederland geopend dankzij een unieke samenwerking met De Ruimte Maastricht van SNS Maastricht. Daar kan Juupu jongeren van alle verschillende scholen, uit alle lagen van de bevolking de kans bieden om in contact te komen met elkaar en kennis te maken met de kracht van Juupu. Elkaar te helpen, met elkaar te delen, van elkaar te leren, met elkaar in een ontspannen sfeer samen te zijn.

Studenten

In Nederland leven volgens onderzoek van het CBS (2019) meer dan één miljoen mensen – waaronder 251.000 kinderen - onder de lage inkomensgrens. 8% van de Nederlanders heeft geregistreerde problematische schulden. 40% van de Nederlanders heeft onvoldoende financiële basiskennis en het aantal daklozen is de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. Met zulke cijfers lijkt het voor de hand te liggen dat ook studenten geconfronteerd worden met deze problemen. Merkt Juupu iets van armoede onder studenten? Knols: “We hebben gemerkt dat met name na de tweede lockdown de gevolgen groot waren. Studenten kwamen toen naar ons voor praktische ondersteuning. Die kunnen we ze gelukkig bieden met de producten die we op scholen die we ontvangen maar ook met de voedselbonnen vanuit Rode Kruis. We zien twee groepen studenten: een groep bestaat uit studenten die zijn opgegroeid met armoede thuis. Zij hebben onbewust deze boodschap van thuis meegekregen ‘je vraagt niets, je hebt het er niet over, je doet het alleen, je steekt je niet in de schulden.’ Kortom, er heerst bij deze groep een schaamtecultuur. De tweede groep zijn studenten die niet eerder met armoede zijn geconfronteerd, maar weten hoe hard hun ouders moeten werken om ze op kamers te krijgen zodat ze kunnen gaan studeren. Ze verloren hun bijbaan vanwege corona. Ze staan voor een duivels dilemma: ofwel toegeven aan hun ouders dat ze het niet redden met het besef dat ze daarmee hun ouders extra belasten en zich heel kwetsbaar opstellen tegenover huis- en studiegenoten met als risico een stigma gedurende hun hele studietijd. In veel gevallen kiezen ze er daarom voor hun probleem te verzwijgen en bijvoorbeeld maar een maaltijd per dag van 2 euro in de mensa te eten.  Dat is niet gezond en niet verantwoord.” Studenten die bij Juupu aankloppen zijn allemaal doorverwezen door medewerkers van hun onderwijsinstellingen, van hoger onderwijs tot mbo, of door huisgenoten die zich zorgen maken over hen omdat ze zich opsluiten en contact vermijden.

Juupu
v.l.n.r.: Juul, Ceriel en Puck

Taboe

Er zijn veel jongeren die zich niet realiseren dat waar zij mee te maken hebben armoede heet, zegt Knols. “Zij zijn vanuit hun opvoeding gewend dat ze ‘het er maar mee moeten doen’, bijv. veel te lang doorlopen op versleten of te kleine schoenen, met honger naar bed gaan, nee zeggen tegen uitjes, terwijl dat voor anderen helemaal niet gewoon is. Dat bespreekbaar maken, dus wat is nu eigenlijk de norm, dat is heel persoonlijk. Daar komt maatwerk bij kijken. De een vindt het moeilijk per maand maar 200 euro te besteden te hebben, een ander zegt: ik vind 50 euro per maand prima. We bieden aan waar de jongere op dat moment behoefte aan heeft. We hebben geen standaardpakket en standaardlocatie, we doen geen standaarduitgifte. Alles is op verzoek en in antwoord op de vraag wat we mogen aanbieden. Realiseer je wel dat het enorm moeilijk is voor deze jongeren om het bespreekbaar te maken, want het betekent nogal wat. Stel je voor dat je in het begin van je studie al het stempeltje krijgt: deze jongen heeft extra hulp nodig omdat hij met armoede wordt geconfronteerd. Dat sleep je niet alleen je hele studie met je mee, maar het speelt ook nog een rol in je werkzame leven. Voor deze groep is het complexer dan voor de reguliere groep die wij ondersteunen, de klassieke alleenstaande ouder met jonge kinderen. Ik maak me daar zorgen om. Het begint met aandacht ervoor krijgen en houden, het taboe doorbreken.”

Activeren

Juupu activeert en confronteert jongeren.  Hun aanpak is heel eenvoudig: ze gaan naar een locatie, bijv. bij een opleidingsinstelling, plaatsen daar een stand en beginnen met inzamelen van producten. Knols: “Je ziet dat er dan gesprekken ontstaan. Jongeren vragen wat de inzamelaars aan doen zijn, toch geen vrijwilligerswerk? Als je vakken gaat vullen, krijg je betaald. Armoede in Maastricht, dat bestaat toch niet? Armoede is een keuze, je kunt toch werken… In de jaren dat we dit nu doen, hebben we gemerkt dat we gesprekken kunnen voeren met jongeren die niet bekend zijn met het fenomeen en er een vooroordeel over hebben. Maar heel veel jongeren die zich bij ons aansluiten hebben zelf te maken (gehad) met een vorm van armoede. Die jongeren sluiten zich bijna altijd aan bij Juupu als vrijwilliger. Ze zitten allemaal met een hulpvraag waar nog geen hulpverlener bij betrokken is, willen ergens bij horen, van waarde zijn en iets bijdragen om het voor anderen minder moeilijk te maken. Dan is niets eenvoudiger dan een inzameling te organiseren. Ik hoop dat de UM ervoor openstaat dit ook met een aantal studenten te organiseren. Want zo maak je het probleem inzichtelijk. Het is juist belangrijk de studenten te bereiken die er niet eens bij stilstaan, niet geconfronteerd mee willen worden of zich er niet mee bezig kunnen houden. Als je die in de wandelgangen bereikt met een stand, dan bied je ze de kans zich daarin te verdiepen. Je krijgt de gesprekken en discussies, maar studenten horen ook de hulpvragen zelf en de kans met medestudenten met problemen: zal ik een keer me je meekijken, waar kan ik je nog meer mee ondersteunen, wil je een keer iets afspreken? En dan niet vragen om naar een café te gaan, maar mee naar het park, waar het geen geld kost. Dan houd je veel rekening met de ander. Die hoeft zich niet te verontschuldigen, want geen geld, of met excuses of smoesjes te komen. Als iemand dat twee keer doet, wordt hij of zij niet meer meegevraagd. Dat zorgt voor stigmatisering en eenzaamheid, het gevoel dat ze het niet meer waard zijn hieruit te geraken: niemand wil mij meer zien. Dat is het gevolg van de praktische armoede waarin ze zitten. Wij kunnen met z’n allen helpen: niet alleen praktisch door spullen te geven, maar vooral door het taboe te doorbreken en er voor ze te zijn.”  

  Wil jij ook helpen? Ga naar Juupu.nl 
 

Tekst : Margot Krijnen
Foto: Jeroen van Roij | Vista College 

Wij kunnen met z’n allen helpen: niet alleen praktisch door spullen te geven, maar vooral door het taboe te doorbreken en er voor elkaar te zijn.

Debora op ’t Eijnde’s ervaringen bij @ease

@ease is er voor alle jongeren van 12 tot 25 jaar. Zij kunnen bij @ease anoniem en zonder toestemming van ouders terecht om te praten over hun  mentale gezondheid, school, werk, seksualiteit of financiën. Wat heeft Debora op ’t Eijnde (locatiemanager bij @ease in Maastricht en Heerlen) gemerkt van stille armoede?

“Wij merken vaak dat jongeren met mentale problemen komen waar armoede achter schuilt. Ik spreek met studenten die 75 euro per maand hebben om uit te geven, die twee bijbaantjes hadden om het hoofd boven water te houden en door de lockdown beide baantjes verloren. Ik ontmoette een arts-assistent die dagelijks vele uren coschappen draaide op geleende schoenen. Er wordt niet over gepraat en als er uiteindelijk wél iets over wordt gezegd, is het achteraf. En dan hoor je het armoedeverhaal dat erachter zit.

Op onze locatie van @ease staan altijd soepjes, noodles, snoepjes… Totdat op een dag een jongen vroeg of we nooit fruit hadden. Toen kwam ik erachter dat hij geen geld had om fruit te kopen. Dat vond ik schrijnend. Sindsdien neem ik vaak fruit mee naar kantoor. Ze steken niet zomaar hun hand op. Met 75 euro kun je geen biertje gaan drinken, maar je kunt er ook niet over praten. Deze jongeren leven al extreem zuinig en als er dan iets bijkomt, zoals bijv. een gestolen fiets, dan is dat vaak net te veel. Wij noemen dat een kluwen garen. Je trekt aan de begindraad van die kluwen en dan kom je aan het eind bij die armoedefactor terecht. Het taboe is er nog steeds.

Debora op ’t Eijnde

Kun je hulp en advies gebruiken omdat je mentaal of financieel in de knel zit? Kijk dan eens op de sites van deze instanties:

 @ease
 Komuitjeschuld
 Geldfit
 Nibud Beroepsmatig
 Kinderhulp
 

Wij adviseren studenten altijd om samen te koken, dat scheelt heel veel geld. Je maakt duidelijk dat het niets uitmaakt wat iemand meebrengt naar de maaltijd. Al is het een flesje water. En een gouden tip: ga rond sluitingstijd naar de supermarkt en koop spullen met het teken ‘too good to go’. Daar zitten vaak groenten bij die er niet meer zo mooi uitzien, maar perfect verwerkt kunnen worden, bijv. in een soep. Maar vooral, sluit niemand buiten en bied een luisterend oor.”

Tekst: Margot Krijnen