23 juli 2018

“Ik leer iedere dag iets nieuws”

Twee jaar geleden kwam ze vanuit Syrië naar Nederland. Nu woont Maïs Sweid in Limburg met haar man en vijfjarig zoontje. En heeft ze een baan bij het Bureau Onderwijs van de Faculty of Psychology and Neuroscience (FPN). Haar advies aan andere vluchtelingen: “Blijf niet thuis zitten, bezoek Taalcafés en bibliotheken, ontmoet Nederlandse mensen en leer de taal zo snel als je kunt. Contacten in je omgeving zijn van het allergrootste belang.” Werkervaringsplek aan de UM wordt succesverhaal.

Alles is nieuw

Catharien Kerkman, Hoofd Bureau Onderwijs aan de FPN, vindt het de maatschappelijke taak van een universiteit om mensen in moeilijke situaties kansen te bieden, maar: “Onderschat het niet, in het begin is het voor beide partijen moeilijk. De kandidaat spreekt de Nederlandse taal nog maar beperkt en alles, echt alles, is nieuw. Het Arabisch leest van rechts naar links, hier is het andersom. Het toetsenbord zit volledig anders in elkaar. En bovenop het leren van de taal moet je ook nog het werk inhoudelijk leren begrijpen.”

Maïs Sweid, sinds enkele maanden voor twee dagen per week aangesteld als administratief ondersteuner, beaamt dat volledig: “De eerste dagen waren heel moeilijk. Iedereen was ongelofelijk vriendelijk en geduldig. Ik voelde me schuldig dat ze zoveel tijd aan mij moesten besteden. Langzaam maar zeker ging het steeds beter.”

“Werk is je redding”

Maïs kwam in 2016 met haar zoontje naar Nederland. Haar man was al een halfjaar eerder naar Nederland vertrokken. Ze verbleef kort in een asielzoekerscentrum, maar kreeg al snel samen met haar gezin een woning. “Ik wilde niets liever dan werken. In Damascus werkte ik op de administratie van een ingenieurskantoor. Daarna zat ik vanwege de oorlog drie jaar thuis. Hier in Nederland stond ik te trappelen om de taal te leren en aan de slag te gaan. Thuis zitten is verschrikkelijk voor mensen met slechte herinneringen. Zonder afleiding blijf je piekeren en worden de zorgen om de achterblijvers in Syrië iedere dag groter. Werk is je redding.”

Veel staat of valt met individuele contacten en proactief gedrag. Maïs en haar man gingen zo vaak ze konden naar een Taalcafé in het Heuvelland. Daar ontmoetten ze Carolien Martijn, directeur van FPN. Dankzij dit contact kreeg Maïs een Werkervaringsplek en haar man als chef-kok een baan in een restaurant.

"Ik ken Maïs en haar man inderdaad via het Taalcafé dat we met een aantal vrijwilligers in onze gemeente hebben opgezet,” vertelt Carolien Martijn. “Daar werd me al snel duidelijk dat statushouders aan het werk willen én een heleboel te bieden hebben. Als je hoort wat mensen allemaal hebben meegemaakt, sta je versteld van hun doorzettingsvermogen en veerkracht. Er is een enorme wil er hier iets van te maken en een toekomst op te bouwen. Ik was en ben daar diep van onder de indruk en daarom buit ik mijn netwerk schaamteloos uit om werkervaringsplekken of zelfs banen te regelen. Potentiële werkgevers reageren daar overigens heel positief op: iedereen die ik vraag is bereid tot hulp."

Bachelor Arts & Culture

Aansluiting op werk en opleiding

Maïs’ ervaring dat werk van het allergrootste belang is, wordt nu ook in het landelijke vluchtelingenbeleid erkend. Over enige tijd zal dit beleid erop gericht zijn mensen zo snel mogelijk aan werk te helpen. Maïs volgt nu naast haar werk drie keer per week inburgeringslessen en legt binnenkort de toets NT2 af. “Ik leer hier op het werk veel meer Nederlands dan op school,” zegt ze. “Tussen de middag lunch ik met het team en hoor ik verhalen over hun kinderen, vakanties, scholen, weekenden… Allemaal dingen waarover ik ook wil kunnen praten.”

Ze heeft advies voor de mensen die het beleid uitvoeren: “Geef vluchtelingen zo snel mogelijk een werkervaringsplek die aansluit op hun werk of opleiding in het thuisland. Laat een kapper naast de inburgeringscursus werken in een kapsalon en een apotheker in een apotheek. Dat verhoogt hun kansen op de arbeidsmarkt en zorgt voor minder frustratie.”

Geduld aan beide kanten

Catharien Kerkman en haar collega’s kunnen het iedereen aanbevelen. Iemand op een werkervaringsplek is een verrijking voor de afdeling. Gebaseerd op de ervaring met Maïs heeft Catharien waardevolle adviezen: “Begin klein en bouw langzaam uit. Bedenk dat het voor de kandidaat heel complex is. Werken in een anderstalige omgeving, met nieuwe systemen en nieuwe mensen. Alles vergt oefening. Geef de kandidaat voldoende tijd en ruimte en vooral, wees geduldig. Wij hebben een collega op de afdeling, Eric Reijnders, die Maïs met oneindige toewijding en geduld begeleidt. Zo iemand is absoluut nodig. Maïs is bijzonder loyaal en hardwerkend. Ze wil niemand tot last zijn, durft zelfs geen dag te ruilen als dat voor haar kind beter uitkomt.”

Dat ligt aan de cultuur op het werk, legt Maïs uit: “In Syrië is de directeur van een organisatie de hele dag omringd door bodyguards. Je zou nooit zomaar bij een hogergeplaatste mogen binnenlopen, laat staan iets tegen hem zeggen. Dat is hier zó anders. De vrijheid, openheid en vriendelijkheid zijn ongelofelijk, ik moet daar echt aan wennen. Dit is de beste ervaring van mijn leven. Iedere dag leer ik iets nieuws. Ik ben gelukkig hier. Ik ben Carolien Martijn en al mijn collega’s dankbaar ben dat ze me hebben geholpen en mij deze geweldige kans hebben geboden.”

Door Margot Krijnen