13 oktober 2022

‘Mmm… wortels!’ Zo worden peuters dol op groente

Appelmoes - bij voorkeur zónder stukjes - gaat er bij de meeste kleine kinderen nog wel in. Maar ligt er iets groens op het bord, dan gaan de tandjes vaak stijf op elkaar. Voor opvoeders valt het nog niet mee om peuters en kleuters gezond te laten eten. Desondanks is het geen natuurwet dat kleine kinderen geen groente lusten, weten promovendi Anouk van den Brand en Britt van Belkom. De sleutel tot succes: volhouden en belonen.

groente

Een peuter of kleuter die eten weigert, kan voor ouders vermoeiend en soms ronduit frustrerend zijn. Uitzonderlijk is het echter niet, integendeel; picky eating is één van de welbekende fases waar kleine kinderen doorheen gaan. Het hoort er dus bij, en in de meeste gevallen verdwijnt het kieskeurige eetgedrag vanzelf weer rond een jaar of vijf. Wetenschappers aan de Faculty of Psychology and Neuroscience (FPN) doen sinds vorig jaar onderzoek naar de cognitieve processen die hierbij aan het werk zijn. Wat gaat er om in die nee-schuddende koppies?

Hoe minder groente je in die eerste jaren leert eten, hoe minder groot de kans is dat je dat als volwassene zal doen.
Anouk van den Brand

“In de eerste plaats is ons onderzoek relevant voor ouders die worstelen met het eetgedrag van hun kind,” zegt promovendus Anouk van den Brand, die deel uitmaakt van het onderzoeksteam. “Daar komt bij dat de vroege kindertijd een belangrijk moment is om gezonde eetgewoontes aan te leren. Hoe minder groente je in die eerste jaren leert eten, hoe minder groot de kans is dat je dat als volwassene zal doen.”

Van venkel tot smurfensnot

Van den Brand volgt een groep kinderen van hun derde tot hun vijfde levensjaar op kinderdagverblijven en peuterspeelzalen en probeert erachter te komen wat maakt dat het ene kind een lastige eter is en het andere niet. “We laten hen proeven van stukjes tomaat, komkommer en de voor hen meestal onbekende venkel en knolselderij,” legt ze uit. “Het is leuk om te zien hoe kinderen onderling verschillen. Sommigen vinden het gewoon lekker, anderen eten het op ook al vinden ze het vies, en er zijn er ook die niet eens willen proeven.” Waar zit hem dat nou in?

Eén van de factoren die van invloed zijn, is de gevoeligheid voor textuur. Van den Brand gaat daarom niet op pad zonder bakjes gevuld met zand en smurfensnot. De peuters mogen er aan voelen en aangeven of ze het prettig vinden of niet. Wat blijkt: kinderen die bijvoorbeeld moeite hebben met zand op de handjes of onder de voetjes, hebben ook meer moeite met texturen van eten. Een andere factor die meespeelt is de verwachting. Van den Brand: “Zo bekijken we of de kinderen groente van fruit kunnen onderscheiden. Kinderen die daar beter in zijn, weten beter wat ze kunnen verwachten en zijn over het algemeen minder moeilijk met eten.”

Groentekoning(in)

Voor kleine kinderen helpt het dus om te weten wat ze eten, en dat is een inzicht waar opvoeders mee aan de slag kunnen. Promovendus Britt van Belkom onderzocht op kinderdagverblijven hoe groenteconsumptie bij kinderen tussen de één en vier jaar bevorderd kan worden. Vanwege de coronacrisis werden die testen niet uitgevoerd door haarzelf, maar door medewerkers van de diverse kinderdagverblijven. “Enerzijds is dat jammer,” zegt ze, “maar het heeft me ook veel tijd bespaard. Er zijn nu bijna zeshonderd kinderen getest; dat was in mijn eentje niet gelukt.”

Anouk van den Brand studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht. In 2021 startte zij aan de Universiteit Maastricht met haar promotieonderzoek, naar de verschillen tussen moeilijke en makkelijke eters in de leeftijd van 3 tot 5 jaar. Haar promotie is onderdeel van het grote onderzoeksproject Cognitive processes in learning to like vegetables, waarvoor prof. dr. Chantal Nederkoorn van de Faculty of Psychology and Neuroscience een NWO Vici beurs ontving.

De kinderen werden onderverdeeld in drie groepen. Voor de eerste groep, de controlegroep, veranderde er niets. Kinderen uit de tweede groep kregen gedurende drie maanden elke dag groente aangeboden ter vervanging van een fruit- of koekmoment. Dat gold ook voor kinderen uit de laatste groep, die bovendien nog een beloning kregen als ze een stukje groente aten. De beste eters, die alle groente uiteindelijk vijf keer hadden geproefd, werden gekroond tot groentekoning of -koningin van de dag. Een simpele maar effectieve methode, zo blijkt.

“In eerdere studies is al bewezen dat herhaalde blootstelling werkt,” zegt Van Belkom. “Als je een kind zo’n acht tot tien keer een bepaalde groente aanbiedt, is er een significante verhoging van hoe lekker het gevonden wordt. Het kind leert de groente kennen en waarderen. Uit ons onderzoek blijkt dat een beloningssysteem dat effect nog eens versterkt. Omdat je een beloning geeft, wil een kind eerder en vaker proeven en gaat het de groente in kwestie dus ook sneller lusten.”

Probeer dit thuis ook

Denk je nou: dat klinkt toch echt te mooi om waar te zijn, want mijn peuter blijft die broccoli pertinent weigeren - zet dan toch nog even door. “De meeste ouders geven het op nadat ze vier keer iets hebben aangeboden,” stelt van Belkom. “Ga door tot acht á tien keer.” Nog een tip: beloon eten niet met eten, want dat beïnvloedt het honger- en verzadigingssysteem van je kind. Gebruik in plaats daarvan bijvoorbeeld stickers, stempels of kaartjes, zoals veel ouders al doen bij de zindelijkheidstraining.

Daarbij is het belangrijk om kinderen bloot te stellen aan de verschillende gedaantes van groente. “In onze studies werken we om praktische redenen alleen met rauwe groente,” zegt van den Brand. “Maar thuis kun je makkelijk laten zien hoe je van een rauwe wortel een stamppot maakt. Vergeet ook zeker niet om zélf te genieten van een knapperig radijsje of sappige tomaat; opvoeden is tenslotte voordoen. Laat kinderen zien dat jij groente eet en lekker vindt, daar leren ze zoveel van.”

Britt van Belkom studeerde biomedische wetenschappen in Maastricht. Sinds 2020 promoveert ze deeltijd aan de Maastricht University Campus Venlo met een onderzoek naar het bevorderen van gezond eetgedrag bij jonge kinderen en de psychologische en omgevingsfactoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van overgewicht en obesitas. Daarnaast werkt ze als projectmanager voor Brightlands Campus Greenport Venlo.

Door: Jolien Linssen (tekst), Sem Shayne (fotografie)