Belastingheffing onwettig omdat het inbreuk maakt op je eigendomsrecht?

door: in Rechtsgeleerdheid
John Locke memorial stone

Tijdens de hoorzitting van de parlementaire ondervragingscommissie die onderzoek doet naar belastingontwijking, claimde Toine Manders op 16 juni dat de overheid inbreuk maakt op het eigendomsrecht van burgers door belasting te heffen.

Deze, op het eerste gezicht, enigszins absurde uitspraak, past in een debat dat juristen al eeuwen met elkaar voeren. (Zie panama-papers/overheid-maakt-inbreuk-eigendomsrecht-met-belastingheffing).

Juristen wordt vaak verweten dat ze zich alleen maar met specifieke regels bezighouden, maar dit debat gaat over een wezenlijk aspect van onze samenleving. Waarom hebben wij een overheid en wat is de taak van deze overheid. Deze juridische (en politiek filosofische) discussie is daarmee een hele fundamentele die in Nederland niet zo veel meer aan de orde komt.

Manders is, volgens zijn Wikipedia pagina, voormalig voorzitter van de Libertarische partij en plaatst zich met zijn opmerking dan ook in de libertarische traditie. Deze traditie, die bijvoorbeeld zeer sterk in de Verenigde Staten is (waar aanhangers zich libertarians noemen), nemen individuele vrijheid (liberty) als uitgangspunt. Ze geloven dat er pre-politieke rechten bestaan, rechten die individuen kunnen hebben op zaken (zoals grond of andere zaken), voordat de overheid regels hierover maakt. Met politiek filosoof John Locke aan hun kant, beargumenteren deze libertariërs dat de eerste vinder die zijn arbeid daarmee vermengd, een aanspraak op de zaak als de zijne kan maken. Bijvoorbeeld iemand die een nieuw stuk grond vindt, de grond bewerkt voor landbouw, mag dat zijn eigendom noemen. Eigendom, in deze visie is daarmee pre-politiek, dus voordat we een stelsel van regels bouwen om eigendom te beschermen of te beperken.

In Europa denken wij hier over het algemeen heel anders over. Wij geloven in de noodzaak van een overheid, van het idee dat we samen een welvaartsstaat bouwen en ons daarmee onderwerpen aan de regels die we samen op democratische wijze maken. Rechten en aanspraak ontstaan daarmee binnen deze kaders en niet al daarvoor. Politieke filosofen als Rousseau en Habermas staan aan deze kant van de discussie.

Manders’ opmerking voelt ongemakkelijk omdat deze een directe impact heeft op deze tegenstelling. Is hetgeen je hebt (je eigendom) een pre-politiek recht, dan is elke overheidsafspraak die we maken, waaronder belastingheffing voor het algemeen goed (bijvoorbeeld de aanleg van wegen of nutsleidingen) een inbreuk hierop. Als je eigendom een recht is dat ontstaat in de context van de set van regels die we samen maken, dan is het heel raar  en zelfs onlogisch om zoals Manders te redeneren.

Vanzelfsprekend wordt het eigendomsrecht wel tegen inbreuken door de overheid beschermd. Artikel 1 van het Eerste Protocol bij de Europese Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) beschermd in heel Europa (in de breedste zin van het woord) burgers tegen eigendomsinbreuken van de overheid. De overheid dient een algemeen belang aan te tonen en te voldoen aan een rechtmatigheidstoets en voldoende compensatie te geven om een dergelijke inbreuk te rechtvaardigen. Hierbij valt te denken aan onteigening om een nieuwe weg aan te leggen, een dijk te verhogen of om dieren te ruimen vanwege een veterinaire ziekte (zoals mond- en klauwzeer). Belastingheffing, aldus het Europese Hof voor de bescherming van de rechten van de mens (het EHRM), valt daar zeker niet onder. Dat past in ons Europese idee van een stelsel van regels waarin balans bestaat tussen wat we hebben en wat we opgeven voor het algemeen belang. Zouden we daar Manders’ libertarische opvattingen op loslaten, dan maken we daarmee bepaalde rechten, zoals het eigendomsrecht, belangrijker dan andere fundamentele rechten, zoals het recht op gezondheid of familie, wat zeer zou indruisen tegen de Europese traditie.

 Gepubliceerd op Law Blogs Maastricht Beeld Flickr door Nathanaels

Labels: