5 juli 2021

Wat is de juiste houding van de ethische advocaat?

Ze was jarenlang strafrechtadvocate en eerste kamerlid voor GroenLinks. Sinds 2019 is ze hoogleraar advocatuur en ethiek aan de Universiteit Maastricht. En in haar laatste roman – De juiste houding – komt haar fascinatie voor het grijze gebied tussen echt en nep op een zinderende manier aan bod. We gaan in gesprek met Britta Böhler. Over het moreel verwerpelijke van het recht, vervalsingen binnen de kunst en de rol van de literatuur bij gelijke rechten voor mannen en vrouwen.

 

Ethische kwesties in alledaagse zaken

Dat vraagt om een voorbeeld. “Ik bespreek met mijn studenten de situatie dat je cliënt je uitnodigt voor haar verjaardag. Ga je daarop in? Nog even los van je antwoord, is het goed dat je beseft dat dit een ethische kwestie is. Het zit ‘m soms in hele alledaagse zaken.” In haar laatste roman De juiste houding stelt de hoofdpersoon: ‘De cliënt heeft altijd gelijk, ook al slaat die de plank volledig mis’. “Je hebt als het ware twee uitersten: de ene advocaat die heel paternalistisch tegen de cliënt zegt ‘luistert u maar naar mij, ik weet alles’ en de andere die de cliënt hoe dan ook klakkeloos volgt. Dit is precies de ontwikkeling in de tijd die je ziet.”

Straks meer over haar boek, maar nog even terug naar de collegezaal. Ethisch juist handelen en een moordverdachte verdedigen, hoe gaat dat samen? “Ik heb het met mijn studenten altijd over ‘wat is je taak?’. Zoals de arts de taak heeft om voor de patiënt te zorgen, zo staat de advocaat de cliënt bij. Of een dokter nu een crimineel of onschuldig kind tegenover zich heeft: hij of zij helpt altijd. Dat geldt ook voor de advocaat. Je zorgt dat hij of zij een eerlijk proces krijgt en de regels worden nageleefd. Uiteindelijk verdedig je de verdachte, niet de misdaad.”

Law_Legal Professions & Ethics Britta Bohler

“Binnen de advocatuur hebben we het enkel over feiten. Die zijn juist of onjuist. Dat is essentieel voor de rechtspraak. We hebben het niet over een mening of gevoel", zegt Britta.

Fake, feiten, meningen en gevoelens

We gaan van de collegezaal naar rechtszaal. In het huidige post-truth-tijdperk lijkt de grens tussen feit en fake verwaterd. Een tendens die niet past voor de rechtbank. “Binnen de advocatuur hebben we het enkel over feiten. Die zijn juist of onjuist. Dat is essentieel voor de rechtspraak. We hebben het niet over een mening of gevoel. Het buikgevoel wint inderdaad aan terrein, maar dat is echt van een compleet andere categorie dan feiten. Natuurlijk kun je voor de ene mening meer en betere argumenten aanvoeren dan de andere, maar er is niet zo’n tegenstelling als tussen juist en onjuist.” Is dit bij de ethiek dan wel het geval? “Ja, wat mij betreft wel. Het is geen exacte wetenschap, zoals wiskunde, maar er zijn wel degelijk regels.”

Die regels kunnen veranderen door de tijd. Wat eerst nog wet is, kan later als moreel verwerpelijk beschouwd worden. Iets dat tevens terugkomt in uw boek. “Absoluut. Kijk naar de tijd van het nationaalsocialisme. De wetten van toen vinden we nu compleet verwerpelijk. Dat is overduidelijk. Maar kijk ook eens naar de wetgeving rondom de positie van de vrouw. Die is ontzettend veranderd. Mijn moeder had vroeger de handtekening nodig van haar man om een bankrekening te openen en ze werd ontslagen zodra ze trouwde. Dat is nu gelukkig aangepast. De wet wordt nu eenmaal door mensen gemaakt en moet je dus steeds zien binnen een historisch-maatschappelijke context. Dat is mooi, maar we moeten ons realiseren dat er dus ook foute kanten aan kunnen zitten. We streven naar universele waarden, maar ik weet zeker dat we over tientallen jaren terugkijken naar onze tijd en het dan misschien wel moreel verwerpelijk vinden dat we nog geen dierenrechten hadden of kunstmatige intelligentie bij wet niet beschermd was.”

Een pageturner

In haar laatste boek komt bovenstaande ter sprake als overpeinzing van de hoofdpersoon Elias. Hij geeft les op een universiteit in de Verenigde Staten en is geboeid door het terugvinden van gestolen kunst. Als hij benaderd wordt door een ietwat Trumpiaanse zakenman en zijn charmante vrouw over een verloren gewaand meesterwerk, gaat hij hier na enige twijfel op in. Wat volgt is een spannende zaak met de nodige risico’s. Een ware pageturner.

Hoeveel Britta zien we terug in Elias? “Ik ben denk ik cynischer”, lacht ze. “Maar de ethische worstelingen die hij doormaakt, daar zit wel iets van mij en andere collega’s in.” (Kleine spoiler-alert!) Haar interesse voor het grijze gebied tussen nep en echt komt regelmatig terug in het verhaal. Waar onwaarheden niet thuis horen in de rechtszaal en fake nieuws de vierde macht regelmatig laat wankelen, kan het op andere momenten juist interessante discussies opleveren. Ze geeft een voorbeeld: “Wat als een vervalsing goed uitpakt? Zo komt een van de personages dankzij vervalste identiteitspapieren het land in. En wie ligt er wakker van als een schatrijke Arabische prins een nep-Van Gogh koopt? Met name echt en nep binnen de kunstwereld vind ik fascinerend.”

‘De wet is vooringenomen’

Regelmatig wordt in de roman het recht becommentarieerd. “Een van personages vindt de wet vooringenomen. Gemaakt door witte mannen met discriminatie ten opzichte van vrouwen en minderheden als gevolg. Dat heb ik zonder veel tegenzin opgeschreven, want dit onderschrijf ik ten zeerste.” Naast het strafrecht en internationale mensenrechtenverdragen is Britta gespecialiseerd in vrouwenrechten. “Ik zie wel dat de gelijkheid tussen mannen en vrouwen verbetert, maar naar mijn idee gaat dat te langzaam. Binnen het recht hebben we het wellicht in grote lijnen goed geregeld, maar nu moet de maatschappij zelf nog veranderen. We denken te snel: gendergelijkheid is er al. Men spreekt zelfs van het post-feminisme. Maar we moeten nog altijd losbreken uit de patriarchale structuren waar we dagelijks mee te maken hebben. Ook ik heb daar vroeger helaas aan meegewerkt. Door me steeds aan te passen aan het systeem, omdat ik iets wilde bereiken en betekenen in mijn werk. Maar als je hoort dat de minister-president vrouwelijke ministers eerder en vaker onderbreekt dan de mannelijke collega’s, dan zijn we er nog niet. Ja, de kinderopvang is bij wet steeds beter geregeld in Nederland, maar als motivatie wordt dan gezegd ‘zodat vrouwen ook kunnen werken’. Dat is ronduit seksistisch. Kinderopvang zorgt ervoor dat ouders kunnen werken.”

Wie denkt dat er gelukkig wel een stijgende lijn zit in de positie van vrouwen heeft het mis, aldus Britta. “Je hebt altijd een backlash. En die begon echt niet pas toen Trump president werd. Hij heeft het er niet beter op gemaakt, maar het was veel eerder aan de hand. Wat mij betreft al in het begin van de jaren negentig. Een kernmoment was toen in 1991 Clarence Thomas werd benoemd tot rechter bij het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, ondanks beschuldigingen van seksuele intimidatie van hoogleraar Anita Hill. Vervolgens zie je hetzelfde gebeuren in 2018 met de benoeming van Brett Kavanaugh.

Door: Karin Somers (tekst) en Jonathan Vos (fotografie).

 

We zijn hier ook nog lang niet klaar
"
Gelukkig heeft de #metoo-beweging gezorgd voor een positieve tegenbeweging, maar we moeten continue alert zijn. Denk niet dat we ons huis hier prima op orde hebben en het allemaal ‘daarginds’ gebeurt. Turkije uit het Istanboel-verdrag, de abortusdiscussie.

Als je kijkt naar de man-vrouw verhoudingen in het Nederlands parlement en bij de grote bedrijven. Dat is beschamend. We zijn hier ook nog lang niet klaar.”