17 oktober 2018

Stapsgewijs problemen oplossen

De Universiteit Maastricht (UM) is een van de grondleggers van het Probleemgestuurd Onderwijs (PGO) in Nederland. Hierdoor onderscheidde zij zich in het verleden van andere universiteiten. Inmiddels is het onderwijsmodel alom bekend, maar het is niet in steen gebeiteld. Omdat het motto ‘Leading in Learning!’ geen ruimte biedt voor tevreden achteroverleunen, is de universiteit zelf een onderzoek gestart naar de praktijk en problemen van haar onderwijsfilosofie om zo een visie voor de toekomst te kunnen ontwikkelen.

Betere vertaling naar de praktijk

“We kijken niet alleen naar wat er tijdens de werkgroepen gebeurt  en ook niet alleen naar PGO. We onderzoeken juist hoe we het onderwijs over de hele breedte verder kunnen verbeteren,” vertelt Frambach. “We besteden ook aandacht aan de diversiteit die de afgelopen twee decennia is toegenomen, waarin verschillen we van elkaar en wat kunnen we van elkaar leren.”

Gezien de nog steeds brede steun voor de theorie achter PGO onder de geïnterviewden en hun wens om het model verder te verbeteren, zal EDview vermoedelijk geen revolutie teweegbrengen. “Sommige respondenten schreven hele essays in het opmerkingenveld!” Wasenitz deelt hun enthousiasme: tijdens haar bacheloropleiding aan het University College Maastricht (UCM) nam ze al deel aan een denktank om het PGO te verbeteren.

Geen wet, maar een filosofie

Uit alle reacties wist EDview een aantal verbeterpunten te destilleren, waaronder constructive alignment. “Dat de UM voor de PGO-filosofie koos, was een ongelofelijk ingrijpende beslissing,” legt Wasenitz uit. “Want deze keuze beïnvloedt alles, van lesgeven tot leren tot toetsen.” Het is essentieel dat we PGO niet als een dogma zien, maar juist de diversiteit van het model en de vele mogelijkheden laten zien.

PGO moet studenten niet alleen kennis en vaardigheden bijbrengen, maar ook het vermogen om deze kennis en vaardigheden toe te kunnen passen. De belangrijkste principes die aan PGO ten grondslag liggen zijn dat het model constructief is, gericht op samenwerken, in een relevante context past en zelfsturend is. Hiervoor gebruikt de UM een structuur van zeven stappen (de ‘zevensprong’): ingewikkelde terminologie uit de casus verduidelijken, formuleren van onderzoeksvragen, brainstormen, de resultaten analyseren, leerdoelen formuleren, zelfstudie en nabespreking. Hoewel dit een logische aanpak is voor het oplossen van vraagstukken, vinden veel respondenten dit model te beperkt.

Eigen inbreng van docenten

“Waarom houden we ons nog steeds zo vast aan deze zeven stappen? Deze stappen zouden geen doel op zich moeten zijn, maar een middel om een bepaald doel te bereiken,” zegt Frambach. Ze wijst naar een reeks van factoren die allemaal met elkaar samenhangen: marketing en communicatie, PGO-training en ondersteuning voor studenten en docenten, onderwijskundig leiderschap en HR-beleid. “We moeten een omgeving creëren waarin ruimte is voor creativiteit, maar er moet ook  voldoende begeleiding zijn om te voorkomen dat docenten onzeker worden over wat er van hen wordt verwacht.” Daarbij valt te denken aan kennisuitwisseling en het delen van goede praktijkvoorbeelden en er moet duidelijk worden gecommuniceerd dat docenten de vrijheid hebben in hoe ze de methode willen inzetten afhankelijk van de afgesproken leerdoelen.

“Hoe kunnen studenten het beste bepaalde competenties aanleren?” Frambach denkt dat docenten, in samenwerking met hun studenten, de aangewezen personen zijn om deze vraag te beantwoorden. “De zevenstappenaanpak past natuurlijk goed bij patiëntencasussen uit de geneeskunde, maar je moet niet elk probleem volgens hetzelfde strakke stramien willen oplossen. Zo wil je in de geesteswetenschappen misschien een kritisch debat voeren over een boek, zonder daarbij klassikaal leerdoelen te hoeven formuleren voor de volgende bijeenkomst. Er zijn talloze manieren om de principes van het model toe te passen, afhankelijk van de behoefte.”

Een opsteker voor de UM en EDLAB

De Universiteit Maastricht (UM) heeft internationalisering en PBL-onderwijs al lang tot belangrijkste speerpunten van haar beleid gemaakt. Het College van Bestuur is dan ook verheugd dat juist op deze twee punten de UM er in een recent verschenen rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) uitspringt.

Volgens dit rapport over innovatie en entrepeneurship in het Nederlandse Hoger Onderwijs, loopt de UM als grondlegger van PBL-onderwijs in Nederland met EDLAB nog steeds voorop als het om innovatie van haar onderwijs gaat.  

“De impact van onderwijsactiviteiten wordt meestal per activiteit en per faculteit/eenheid onderzocht. Een goed voorbeeld van een instellingsbrede aanpak om innovatie binnen het onderwijs te stimuleren, is het Institute of Education Innovation (EDLAB), dat in 2015 is opgericht aan de Universiteit Maastricht. Binnen EDLAB worden bestaande en nieuwe ideeën over hoger onderwijs gecombineerd en projecten en evenementen ontwikkeld waarmee de kwaliteit van het onderwijs aan de hele universiteit wordt verbeterd. Dit vraagt betrokkenheid op alle niveaus: van docenten, onderzoekers, managers, ondersteunend personeel alsook van studenten.” (p 76).

Naast EDLAB wordt de International Classroom zoals ontwikkeld in Maastricht ook expliciet als voorbeeld van 'good practice' genoemd.

EdView
Janneke Frambach, Stella Wasenitz en Sebastian Hühne

Ruimte voor verbetering

Van het Maastricht Science Programma met zijn onderzoekgestuurd onderwijs tot de moot courts van de rechtenfaculteit, waar studenten in aanklagers en verdedigers veranderen, er is nu al volop ruimte voor creativiteit. “Onze aanbevelingen gaan voor een groot deel over dingen die momenteel al gebeuren op de UM. Op basis van ons onderzoek wilden we vooral proberen om concrete do’s en don’ts te formuleren. Met als onderliggende belangrijke vraag: wat zijn de voorwaarden waaronder deze ruimere interpretatie van PGO tot volle bloei kan komen? We kunnen nóg meer doen om een levendige onderwijscultuur te bevorderen.”

Zoals zo vaak geldt ook hier dat een succesvolle implementatie van de aanbevelingen van EDview afhankelijk is van de beschikbare financiële middelen. Frambach en Wasenitz hebben hun resultaten gepresenteerd aan diverse belanghebbenden, zoals het College van Bestuur en de decanen, en waren positief verrast over de reacties. “We hadden meer weerstand verwacht, omdat ons rapport vooral ging over verbeterpunten,’ vertelt Wasenitz. “Maar iedereen knikte instemmend en men was bereid om mee te denken over oplossingen.”

Janneke Frambach is universitair docent aan de School of Health Professions Education (SHE) en het Department of Educational Development and Research. Ze is aan de UM gepromoveerd in Onderwijswetenschappen en haar onderzoek richt zich op culturele diversiteit en globalisering in het medisch onderwijs.

Stella Wasenitz was tot augustus 2018 projectleider bij EDLAB. In 2016 studeerde ze af aan het University College Maastricht. Na afronding van het EDview-project gaat ze haar passie voor onderwijs met een Fulbright-beurs inzetten aan het Teachers College van Columbia University in New York.

Sebastian Hühne is junior projectleider bij EDLAB. Hij studeerde in juli 2018 af aan het University College Maastricht en neemt Wasenitz’ taken in het EDview-project over.

Door: Florian Raith (tekst), Philip Driessen (fotografie)