Sociaaleconomische Ongelijkheid en Type 2-Diabetes Mellitus

Bij onderzoeksinstituut CAPHRI werkt een vijfkoppig team onder leiding van professor Hans Bosma aan een grootschalig onderzoek over sociaaleconomische ongelijkheid en Type 2-Diabetes Mellitus (T2DM). Zij kijken hierbij naar onderliggende factoren zoals de woon- en werkomgeving van personen met een lagere sociaaleconomische status (SES) en in hoeverre deze een gezondere leefstijl (en dus het verlagen van het risico op T2DM) belemmeren. Onlangs zijn de eerste resultaten gepubliceerd over de invloed van SES op het ontwikkelen van T2DM en de mediërende rol van de psychosociale werkomgeving hierin. Het team maakt voor hun onderzoek gebruik van de gegevens van ruim 8000 deelnemers aan De Maastricht Studie.

Ongelijkheid

Hans is altijd gefascineerd geweest door ongelijkheid en zijn interesse voor het onderwerp werd in eerste instantie gewekt door ongelijkheid in schoolloopbanen. Hij constateerde dat leerlingen met dezelfde CITO-scores, maar niet behorende tot dezelfde SES-groepen, verschillende adviezen krijgen voor het voortgezet onderwijs en daardoor uiteindelijk ook andere schoolkeuzes maken met alle gevolgen van dien voor hun opleidingsniveau en toekomstige carrières. Later, tijdens zijn PhD bij de vakgroep Medische Psychologie, werkte hij mee aan een grootschalig onderzoek naar ongelijkheid in gezondheid op het gebied van hart- en vaatziekten; dat wakkerde zijn interesse nog verder aan.

“En toen realiseerde ik me dat ongelijkheid niet alleen invloed heeft op je schoolloopbaan en de keuzes die je hierin maakt, maar ook nog eens samenhangt met je gezondheid en hoe oud iemand wordt of hoe groot de kans is dat iemand een hartinfarct krijgt”, aldus Prof. dr. Hans Bosma.

Leefstijl en het risico op Type 2-Diabetes Mellitus

Getriggerd door de onderzoeksresultaten over sociaaleconomische ongelijkheid in relatie tot hart- en vaatziekten, wilde Hans het onderzoek voortzetten en ging hij met zijn team aan de slag met de aanwezige diabetes data uit De Maastricht Studie. Type 2-Diabetes Mellitus, in de volksmond ook wel “ouderdomssuiker” genoemd, is de meest voorkomende vorm van diabetes en circa 1,1 miljoen mensen in Nederland lijden aan deze chronische aandoening. De ziekte is vaak de oorzaak van een ongezonde leefstijl en personen worden dan ook geadviseerd om hun leefstijl aan te passen en, waar mogelijk, te verbeteren door, bijvoorbeeld, gezonder te eten, niet te roken en meer te bewegen.

Echter is het team van Hans van mening dat ook minder voor de hand liggende factoren hierin een rol kunnen spelen. In hun onderzoekstraject om sociaaleconomische ongelijkheden bij T2DM aan te pakken, kijken zij dan ook naar de woon- en werkomgeving van personen en in hoeverre deze een gezondere leefstijl in de weg staan.

Postdoc onderzoeker Rachelle Meisters legt uit: “Je kunt als huisarts of internist wel veel adviseren ten aanzien van wat mensen allemaal zouden moeten veranderen in hun leefstijl, maar soms biedt de woon- en werkomgeving daar eenvoudigweg niet de kansen voor, zeker bij personen met een lage SES”.

“Wat als je een zittend beroep hebt, een stressvolle baan of niet zelf kunt bepalen wanneer en hoe lang je pauze neemt op je werk?”, gaat Rachelle verder. “Heb je wel zin om ’s avonds te gaan wandelen in een wijk die niet echt veilig is? En als de sportschool of gezondere voeding simpelweg te duur is voor je, wat doe je dan?”. Ook dit hangt allemaal samen met een lager inkomen of een lager opleidingsniveau.

Lage SES

De sociaaleconomische status heeft een aanzienlijke invloed op iemands algehele gezondheid. Eerder onderzoek aan de hand van data van De Maastricht Studie heeft al uitgewezen dat personen met een laag inkomen of een lager opleidingsniveau, een groter risico lopen op het ontwikkelen van Type 2-Diabetes Mellitus, dan personen uit een hogere-inkomensgroep of met een hoger opleidingsniveau. Sterker nog, personen met een lagere SES hebben zelfs tweemaal zo veel kans om T2DM te ontwikkelen dan personen met een hogere SES. Sociaaleconomische ongelijkheid bij T2DM is aldus reeds aangetoond, maar hoe valt dit te verklaren en welke factoren spelen hierin mogelijk een rol?

The INJUST team (CAPHRI)

Het INJUST-onderzoeksteam v.l.n.r.: Prof. dr. Hans Bosma (hoogleraar sociale epidemiologie), dr.ir. Annemarie Koster (uhd), dr. Rachelle Meisters (postdoc), Jeroen Albers (promovendus) en Bengisu Sezer (promovenda).

Autonomie op het werk

Bengisu Sezer, promovenda in het onderzoeksteam van Hans, publiceerde recentelijk de eerste bevindingen over het belang van de psychosociale werkomgeving in dit vraagstuk, en dan met name de mate van controle over het werk.

De resultaten tonen aan dat, wanneer je op je werk de vrijheid hebt om zelf je pauzes in te delen, over je taken te beslissen en de werkcultuur vorm te geven, deze autonomie een aanzienlijke invloed heeft op het al dan niet ontwikkelen van T2DM. Het onderzoek benadrukt hiermee het belang van het ‘empoweren’ van werknemers, vooral degenen met lager betaalde banen, bij het vormgeven van hun werkdagen. Dit komt niet alleen de productiviteit van deze lager betaalde werknemers ten goede, maar ook hun algehele gezondheid.

Figuur 1

Andere factoren

Echter verklaart deze psychosociale werkomgeving slechts een klein gedeelte van het effect van SES op T2DM. Verder onderzoek naar andere factoren is noodzakelijk om het resterende gedeelte te verklaren. Het onderzoeksteam onder leiding van Hans Bosma en dr. ir Annemarie Koster heeft reeds de eerste aanwijzingen gevonden dat stress, zich minderwaardig voelen en meer fatalistisch in het leven staan, een rol spelen hierin. Dit komt vaker voor bij lagere sociaaleconomische groepen. Ook neemt Jeroen Albers als promovendus binnen het team, naast de werkomgeving, de directe woonomgeving nader onder de loep, waarbij gekeken wordt naar groenvoorziening, luchtverontreiniging en de nabijheid van fastfood restaurants en fritures. Met betrekking tot deze laatste risicofactor zijn de onderzoeksresultaten reeds binnen en er is, tegen alle verwachting in, geen eenduidig verband gevonden tussen het aantal fritures in de buurt en het voedingspatroon of het ontwikkelen van T2DM bij mensen met zowel een lage als ook een hoge SES.

Impact van het onderzoek

Het onderzoek verlegt daarmee de aandacht naar andere risicofactoren dan waarmee de meeste mensen bekend zijn en het vijfkoppige team hoopt hiermee Type 2-Diabetes Mellitus te bevrijden van het stigma dat op deze chronische aandoening ligt.

Rachelle: “Diabetes wordt ook wel een welvaartsziekte genoemd, omdat we tegenwoordig overal en altijd toegang tot eten hebben. Van mensen met diabetes wordt dan al snel gedacht: die mensen zijn gewoon lui, die bewegen niet, die sporten niet, die hangen alleen maar op de bank en eten te veel en verkeerd”.

De verantwoordelijkheid wordt door dit stigma, vaak ten onrechte, compleet bij het individu neergelegd, terwijl het voedingspatroon en de leefstijl van mensen met T2DM ook medebepaald wordt door sociaaleconomische omgevingsfactoren gerelateerd aan hun SES en de chronische stress die het leven in lage SES met zich meebrengt.

Hans hoopt dan ook dat, mede door dit onderzoek, huisartsen en internisten zich niet langer beperken tot het geven van dieet- en bewegingsadvies, maar met de patiënt het gesprek aangaan over in hoeverre dit advies haalbaar is in de ogen van de patiënt. Daarnaast wil hij werkgevers ervan overtuigen om lager betaalde- en lager geschoolde werknemers meer controle te geven over de invulling van hun werkdag, omdat dit een positief effect heeft op hun gezondheid.

Lees ook:  Socioeconomic Position and Type 2 Diabetes: The Mediating Role of Psychosocial Work Environment – The Maastricht Study

Tekst: Tonita Perea y Monsuwé

Foto's: Joey Roberts

Lees ook

Meer nieuws