Meer levens redden met minder geld

Een spectaculaire nieuwe behandeling die de kranten haalt, daar gaat Roger Rennenberg niet voor. Maar aan ambitie geen gebrek, want door zich te richten op het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de zorg wil hij meer levens redden met minder geld. Met zijn inaugurele rede ‘Zorg van de hoogste kwaliteit en veiligheid, tegen (w)elke prijs?’ aanvaardde internist en vasculair geneeskundige Roger Rennenberg op 12 mei de leerstoel ‘bevordering van kwaliteit en veiligheid in de zorg’. De oratie is hier terug te kijken.

Hoewel medische doorbraken vaak veel aandacht krijgen, helpen ze doorgaans slechts een kleine groep patiënten en kosten ze bovendien veel geld. Geld dat Roger Rennenberg liever besteedt op de werkvloer. “De kwaliteit en veiligheid van de zorg zijn in Nederland al van een hoog niveau, maar de vlucht die dat de afgelopen decennia heeft genomen stagneert. Om nu het verschil te maken, moeten we investeren in de manier waarop zorgverleners met verschillende professionele achtergronden met elkaar samenwerken. En daarbij kunnen we veel leren van wat er al heel goed gaat”, betoogt hij.

 

Leren van wat goed gaat

Om de zorg veiliger te maken, zijn we geneigd om te kijken naar wat er misgaat en vervolgens plannen te maken om te voorkomen dat dat nog eens gebeurt. Tegelijkertijd ziet hij als arts veel ingewikkelde situaties waarbij het juist wél goed gaat. “Bijvoorbeeld wanneer iemand na een ernstig ongeluk op de spoedeisende hulp terecht komt. Soms besef ik dan achteraf dat we echt langs de klippen zijn gezeild, maar toch niet op de rotsen zijn gelopen. Dan vraag ik me af hoe dat kan - waarom ging het daar nou net goed allemaal? Dáár kunnen we van leren, dát moeten we verspreiden.”

Rennenberg richt zijn onderzoek daarom op complexe situaties waarin het toch lukt om veilige en goede zorg te leveren. Als voorbeeld noemt hij de COVID-periode op de IC. “Dat waren hele moeilijke omstandigheden, niemand had expertise op het gebied van COVID en er waren grote tekorten aan materiaal en personeel. Veel van de verpleegkundigen die bijsprongen hadden nog nooit op een IC gewerkt. En toch kon het team ondanks de grote vraag de noodzakelijke zorg blijven leveren. Ze waren in staat tot een bijzondere topprestatie”.

In het geval van COVID kwam hij erachter dat het vooral te maken had met communicatie en samenwerking. “De hiërarchie verdween omdat niemand expert was, COVID was immers voor iedereen nieuw. Artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners stonden voor hetzelfde probleem en moesten het echt samen oplossen.” Rennenberg wil de positieve elementen van zulke topprestaties opsporen en inzetten op andere plekken in het ziekenhuis, om de kwaliteit van de zorg in zijn geheel te verbeteren.

Teamprestaties

Rennenberg zegt dat een verhoogde teamprestatie de veiligheid sterk zal verbeteren, en daarom moeten zorgverleners onderling elkaars kennis en vaardigheden beter begrijpen. Er is tegenwoordig veel meer aandacht voor interprofessionele samenwerking en communicatieve vaardigheden in de opleiding van artsen, waar Rennenberg als directeur van de geneeskunde-opleiding een rol speelt. "De dokter is al lang niet meer degene die zegt 'zo doen we het' en verwacht dat iedereen gehoorzaamt. De dokter maakt deel uit van het team en moet actief samenwerken en begrijpen wat de anderen in het team hebben geleerd en wat hun ideeën zijn", voegt hij eraan toe.

Ook psychologische veiligheid speelt een belangrijke rol: elk teamlid moet zich vrij voelen om te zeggen wat hem of haar opvalt. Rennenberg legt uit: “Durft de verpleegkundige tegen de arts die druk bezig is met een operatie te zeggen ‘hé dokter, er lekt hier nog een beetje bloed - is dat normaal of moeten we daar nu iets mee?’. En hoe reageert de arts daarop? Hoe je met elkaar omgaat in zo’n situatie bepaalt waarschijnlijk op de lange termijn of iemand een volgende keer zijn zorgen of gevoel deelt, en heeft daarmee invloed op de kwaliteit en veiligheid die we kunnen leveren.”

Zijn focus op het leren van wat goed gaat, betekent niet dat hij niet wil leren van fouten. Hij pleit juist voor meer openheid over incidenten en moedigt een positieve benadering aan van mensen die melden dat er iets mis is gegaan. Als opleider geeft hij hierin het goede voorbeeld. “Als ik op de eerste hulp ben met de artsen in opleiding, dan gaat er wel eens iets mis, of er gebeurt iets waarvan je achteraf denkt ‘dat had ik moeten zien’. Daar praat ik dan zo open mogelijk over met de artsen in opleiding. Enerzijds om van te leren, maar ook om te laten zien dat ik zelf ook niet onfeilbaar ben”.

Totale effect

Plannen om de veiligheid te verbeteren gaan soms gepaard met onvoorziene nadelige gevolgen op andere gebieden, merkt Rennenberg op. Zo droeg hij bij aan een onderzoek naar een veilige manier om de achteruitgang van de nierfunctie te voorkomen bij het gebruik van contrastmiddel bij röntgenonderzoek, wat zorgde voor een verandering van internationale richtlijnen. De onderzoeksgroep toonde namelijk aan dat juist het tot dan geldende veiligheidsprotocol tot complicaties leidde en de kosten niet opwogen tegen de baten.

In die valkuil wil hij dan ook niet trappen met zijn ideeën voor het verbeteren van de interprofessionele samenwerking. “Als je met mensen praat over het verbeteren van de samenwerking, dan vindt iedereen dat een goed idee. Maar voordat we op de werkvloer van alles gaan invoeren om de interprofessionele samenwerkingen te stimuleren, wil ik eerst goed onderzoek doen om het totale effect in de zorg van zulke veranderingen te zien. Ik hoop dat we over vijf jaar onderzoeksresultaten hebben die laten zien dat het investeren in teamprestatie niet leidt tot nadelige effecten op een ander gebied”.

Lees ook

  • Bloedprikken, een infuus aanleggen of in het oor kijken; zelfs ogenschijnlijk eenvoudige medische handelingen kunnen bij kinderen angst, pijn en stress veroorzaken. Volgens kinderarts-intensivist Piet Leroy zijn comfort en vertrouwen net zo belangrijk als de medische behandeling zelf. Hij onderzoekt...

  • Mayke Oosterloo is bewegingsstoornissen neuroloog in het Maastricht UMC+ en onderzoeker bij instituut MHeNs van Maastricht University. Op de poli en in verschillende verpleeghuizen in Limburg begeleidt en behandelt ze patiënten (en hun naasten) met de ziekte van Huntington

  • Als patiënt in een ziekenhuis zie je dagelijks veel verschillende gezichten aan je bed: een verpleegkundige die je bloeddruk meet, een arts of verpleegkundig specialist die jou informeert over het zorgplan en een voedingsdeskundige die jou voorziet van het juiste eten en drinken. Hoewel al deze...