7 oktober 2021
Afscheidsinterview met collegevoorzitter Martin Paul

Martin Paul: “Ik heb graag gelijk, maar hoef het niet te krijgen”

Hij houdt ervan uitgedaagd te worden en vond het tijd voor een volgende carrièrestap. “Ik had mijn termijn als collegevoorzitter hier af kunnen maken en daarna nog een paar jaar als hoogleraar rond kunnen lopen tot aan mijn pensioen. Maar dat vond ik niet spannend genoeg. Ik wilde nog één keer iets anders doen.” Per 1 november begint Martin Paul als rector/voorzitter bij de Ruhr-Universität Bochum (RUB).

 

Internationale droom

Martin Paul

Waarden die Paul van huis uit meegekregen heeft zijn: openheid, pragmatisme en zelf kiezen. Ook de drang om de wereld te verkennen heeft hij niet van vreemden. “Mijn moeder is op haar 17e vlak na de oorlog een jaar als au-pair naar Lille in Frankrijk gegaan. Dat was voor haar, net als voor mij later, een spannende uitdaging. Het heeft haar vrienden voor het leven opgeleverd en een grote liefde voor Frankrijk natuurlijk, ze spreekt uitstekend Frans. Mijn vader was een getalenteerd voetballer, een spits, dat ben ik zeker niet”, zegt hij glimlachend. “Hij had als jonge man de mogelijkheid om naar Amerika te emigreren. Dat heeft hij niet gedaan. Hij was enig kind en wilde zijn ouders niet achterlaten. Daar heeft hij later wel spijt van gehad. Hij had ook een internationale droom. Dat heb ik zeker meegekregen van mijn ouders.”     

Inclusief

Hij is ervan overtuigd dan je als bestuurder van bovenaf dingen kunt veranderen. “Ik kwam laatst samen met het college van bestuur van Bochum en stelde meteen voor om elkaar te tutoyeren, dat is zeker niet gebruikelijk in Duitsland, maar ze vonden het prima”, vertelt hij lachend. “Mensen in het Ruhrgebied zijn ook laagdrempelig, dus als ik ergens iets in beweging kan zetten is het daar.” Zo heeft hij in het Bochumse college ook al een vice-rectoraat gecreëerd voor inclusie en talentontwikkeling. “Ik vind dat de universiteit een afspiegeling van de maatschappij moet zijn en de maatschappij tot voorbeeld moet zijn.”

Martin Paul

Toen hij in 2008 naar Maastricht kwam om er decaan te worden van de Faculty of Health Medicine and Life Sciences (FHML) viel hem op dat hoogleraarsbenoemingen vaak leeftijdsgebonden waren en dat er een grote disbalans was tussen man-vrouw. “Veel jonge mensen verlieten daardoor gefrustreerd de UM. Toen kwam het idee om het toptalentprogramma op te richten, dat was een groot succes. In het eerste jaar verzocht ik alle UHD’s in de faculteit zich aan te melden voor dit programma en hun cv te sturen. Van alle mannelijke UHD’ers wilde 100% meedoen van de vrouwelijke minder dan  50%. Argumenten die ze gebruikten waren: ik ben nog niet klaar, ik heb kinderen, ik twijfel. Daarom ging ik in het tweede jaar voor een klasje met 100% vrouwen. Natuurlijk kwam daar bezwaar tegen, maar ik heb doorgezet. In het voormalige CvB met Luc Soete en Nick Bos hebben we ervoor gezorgd dat vier van de zes decanen vrouwen waren. En niet voor niets koos ik in 2015 als thema voor de OAJ ‘Women in Academia’. Verandering begint aan de top. En ik ben optimistisch wat dit betreft. Als een derde van de benoemingen vrouw is, bouw je kritische massa en met Rianne als voorbeeld komt het wel goed.”
Het meest trots is Paul op YUFE (Young Universities for the Future of Europe), een door de UM geleide alliantie van tien universiteiten die met een subsidie van de Europese Commissie in tien landen een inclusieve Europese universiteit oprichtten waarin de student centraal staat. “De Europese gedachte van deze universiteit in deze stad in deze regio, zoals deze nu ook verankerd is in het nieuwe strategische programma, dat vind ik belangrijk. Daar ben ik heel blij mee.”

Een moedige universiteit

Martin Paul

Besturen doe je niet alleen, weet Paul uit ervaring. “Je doet het samen. De bestuurder die denkt alles alleen te kunnen doen, zal falen. De UM is zo gegroeid omdat ze al jaren een universiteit is die out of the box durft te denken en dingen net iets anders aanpakt, daarin onderscheidt zij zich echt van andere Nederlandse universiteiten. Ondanks wisselende colleges van bestuur is die filosofie niet veranderd. De risicobereidheid is er, anders durf je geen university college op te richten of een Faculty of Science and Engineering op te bouwen of Brightlands. De mensen hier zijn altijd moedig geweest om tegen de stroom in te durven gaan. Zonder al die verschillende types, niet alleen in het CvB maar vooral ook op de werkvloer, zou de UM nooit zover zijn gekomen. Het is en blijft een bijzondere club.”
En wat ziet hij als zijn persoonlijke kwaliteiten? “Ik ben pragmatisch en je moet jezelf vooral niet al te serieus nemen. Ik heb moeten leren me niet teveel door mijn emoties te laten leiden, dat is een ontwikkeling. Ik heb graag gelijk, maar hoef het niet te krijgen. Terugkijkend is het hier beter dan tien jaar geleden. Het gaat, zoals Willy Brandt ooit heeft gezegd om ‘der Politik der kleinen Schritte’. Daar ben ik ook van. Kleine stapjes, als ze maar vooruitgaan - geen processie van Echternach. Waar het om gaat is koers te houden. Onder de streep ben ik blij met wat hier bereikt is.” 

Afscheid nemen

“Als ik ergens weg ga dan sluit ik de deur achter mij. Op dat moment leer je ook je echte vrienden kennen. Want natuurlijk zijn er ook veel mensen die contact met je willen omdat je voorzitter van College van Bestuur bent.” Wat gaat hij missen van de UM? “De gebouwen. Bochum is een van de eerste universiteiten die na de oorlog zijn gebouwd: een grote campus in de architectuurstijl van het Brutalisme: grote blokachtige structuren van ruw onafgewerkt gewapend beton. Dat is toch wat anders als mijn prachtige kamer hier in een oud klooster. Verder gaat het niet om missen of niet missen het is gewoon anders, punt.”

Door: Annelotte Huiskes (tekst), Philip Driessen (fotografie)