10 maart 2021

Leven in het museum

In augustus van het coronajaar 2020 vertrok Vivian van Saaze, universitair hoofddocent aan FASoS, met man en dochter naar Londen voor een fellowship aan het befaamde Tate museum. Daar stond zij voor de uitdaging veldonderzoek te doen in een museum waar nauwelijks iemand fysiek aanwezig was. “Ik heb goed moeten nadenken over hoe ik mijn onderzoeksmethodes kon aanpassen aan deze situatie.”

tate modern

De fellowship vond plaats in de context van het onderzoeksproject ‘Reshaping the Collectible: When Artworks Live in the Museum’, een initiatief van professor Pip Laurenson, hoofd van Tate Collection Care Research en bijzonder hoogleraar aan de UM.
Van Saaze: “Bijzonder aan Tate is dat het een sterke onderzoeksafdeling heeft die nauw samenwerkt met de andere afdelingen in het museum. De museale praktijk wordt als een vorm van onderzoek beschouwd: practice as research. Dat is een heel ander type onderzoek dan het meer reguliere kunsthistorisch onderzoek naar collecties. Tijdens mijn fellowship nam ik dit nieuwe onderzoeksmodel onder de loep. Wat zijn de aannames en verwachtingen en hoe kunnen academische methoden bijdragen aan een verdere ontwikkeling? Voor mijn etnografisch onderzoek naar de museale praktijk observeer ik mensen in hun dagelijkse werk, nu ging alles via Zoom en konden wij alleen maar spreken over hun activiteiten en aanpak. Ik miste de informele gesprekken op de gang, maar kon wel alle (digitale) bijeenkomsten en vergaderingen bijwonen.”

Veranderlijk

Van Saaze: “Het onderzoek in dit ruim drie jaar durend project heeft onder meer als doel het ‘leven’ van kunstwerken in het museum voor het publiek zichtbaar te maken. Musea zijn erop ingesteld om objecten in hun fysieke vorm te bewaren en te behoeden voor verandering. Kunstwerken worden in musea dan ook meestal als stabiel en onveranderlijk gepresenteerd. Hedendaagse kunst, zoals performance, activistische kunst, net art en digitale werken, daagt dit statische objectbegrip echter uit. Veranderlijkheid is inherent aan dit werk. Onderzocht wordt hoe het museum zich kan aanpassen aan dit soort werken en welke veranderingen daarvoor nodig zijn. Bijzonder aan dit onderzoeksproject is dat het vanuit conservering is geïnitieerd, maar dankzij het werken met casussen wordt intensief samengewerkt met alle afdelingen, denk aan de curatoren, collectiebeheer, registratie, educatie, communicatie en archief. Medewerkers van diverse afdelingen zijn vrijgesteld om aan het onderzoeksproject mee te werken en van binnenuit de veranderingsprocessen in gang te zetten. Dat dit niet altijd eenvoudig is in zo’n grote instelling als Tate, zal geen verassing zijn.”

Vivian van Saaze is universitair hoofddocent aan de Faculty of Arts and Social Sciences. Zij is opleidingsdirecteur van de masteropleiding Arts and Heritage: Policy, Management and Education en de Nederlandstalige opleiding Kunst, Cultuur en Erfgoed en directeur van het Maastricht Centre for Arts and Culture, Conservation and Heritage (MACCH). De fellowship bij het Tate werd gefinancierd door de Andrew W. Mellon Foundation.

Aankoopproces

Op het moment dat je vanuit conservering kunstwerken niet meer als een statisch object ziet dat je als het ware moet bevriezen en bewaren, accepteer je ook dat een object verandert in het museum en dat het museum daar een belangrijke rol in speelt. Daarmee verandert ook de rol van de restaurator en conservator. “Voorheen was de beste restaurator een onzichtbare restaurator, hij of zij repareerde wat er mis was. Bij hedendaagse kunst, is een meer proactieve houding noodzakelijk: hoe kan dergelijke veranderlijke kunst blijven voortbestaan? Zo is een aankoopproces dikwijls een lang traject waarin wordt samengewerkt met de kunstenaar, met technici, curatoren, conservatoren, etc. Een voorbeeld: het Tate overweegt een activistisch werk aan te schaffen. Dat betekent heel goed nadenken over de vraag of de instelling zich dan ook verbindt aan het activisme dat eraan ten grondslag ligt. Maar ook scherp bekijken of het institutionaliseren van zo’n werk dat activisme niet monddood maakt. En blijft het activistische karakter ook over 10 of 20 jaar nog overeind?”

Londen in lockdown

Van Saaze woonde samen met haar gezin ruim vijf maanden in een Londen zoals we dat nooit eerder zagen. Ze beleefde een periode van totale lockdown, maar ook een tijd waarin wel weer een en ander mogelijk was: “Ik heb de spontaniteit van het leven gemist, vooral het bezoeken van musea en galerieën. Er waren momenten dat musea beperkt open waren op reservering, veel bleek al volgeboekt te zijn. En we vonden het jammer dat we niemand konden ontvangen of bezoeken. Je sociale leven komt stil te staan. Vooral voor onze dochter van negen was dat moeilijk. Ze had eigenlijk alleen maar de school, een leuke, kleine buurtschool waar ieder klasje zijn eigen bubbeltje vormde. We hebben heel veel gewandeld in de prachtige en indrukwekkende lege stad, meegelift op een kanaalwoonboot, gefietst en zelfs eekhoorntjes gevoerd. Maar eind december waren we ook weer klaar om terug te keren naar Maastricht. Onze dochter nog het meest.”

Praktijk als onderzoek

Ook vanuit Maastricht gaat Van Saaze door met haar onderzoek voor het project: “Ik wil nog een aantal interviews doen en dat kan in deze tijden van Zoom allemaal vanuit Maastricht. De samenwerking met Tate bestaat al lang en dit project is daar onderdeel van. Het zou mooi zijn als er in andere musea ook meer ruimte voor dit soort onderzoek komt. In het afgelopen jaar konden musea nauwelijks bezoekers ontvangen, dus ging er minder energie naar het voortdurend inrichten van nieuwe tentoonstellingen en veranderde de focus. Wellicht leidt dat tot meer aandacht voor bestaande collecties en biedt het ruimte voor reflectie van binnenuit over de rol van het museum. Er gebeurt in deze tijd heel veel in de museale wereld: diversiteit- en inclusiviteitsdiscussies, dekoloniseringsprocessen, restitutievraagstukken, het problematiseren van ownership, dus dat musea zich objecten toe-eigenen, etc. Dat zijn allemaal grote vragen die al langer spelen, maar er is nu een grotere urgentie. In de loop der jaren is veel wetenschappelijk personeel in Nederlandse musea wegbezuinigd. Misschien is dit weer het moment voor meer onderzoek. Dat zou fantastisch zijn voor onze studenten aan de masteropleiding Arts and Heritage. Zij worden opgeleid tot reflexive practitioners, tot mensen die een reflexieve houding aannemen ten opzichte van hun eigen praktijk. Precies wat ze bij Tate doen: onderzoek in en naar de museale praktijk om institutionele veranderingen mogelijk te maken.”

Voorheen was de beste restaurator een onzichtbare restaurator, hij of zij repareerde wat er mis was. Bij hedendaagse kunst, is een meer proactieve houding noodzakelijk: hoe kan dergelijke veranderlijke kunst blijven voortbestaan?
Door: Margot Krijnen (tekst), Ted Struwer (illustratie), Joey Roberts (fotografie)