9 september 2020

Je hoeft geen populist te zijn om populair te zijn

Populistische politiek is een groeimarkt – en een geweldig onderwerp voor een proefschrift dat heel mooi aansluit op de missie van de Universiteit Maastricht om wereldburgers af te leveren. Het sluit ook heel mooi aan op de loopbaan van Carola Schoor. Ze heeft decennialange ervaring als adviseur op het gebied van pr en politieke communicatie voor leden van het Nederlandse en Europese Parlement.

Je kunt niet iedereen tevreden stellen

Stijlen mixen is een nauwkeurig werkje. “Het is voor een elitarist niet makkelijk om zonder interne tegenstrijdigheden te appelleren aan pluralistische of populistische elementen.” Dit was duidelijk waarneembaar bij Hillary Clinton, die tijdens haar presidentiële campagne vaak werd gezien als niet authentiek. “Ze had deze mooie tekst over vrouwen die minder betaald krijgen voor hetzelfde werk, maar dat zij niet ziet dat deze vrouwen korting krijgen als ze boodschappen doen. Maar natuurlijk doet zij zelf geen boodschappen. Mensen hebben dat meteen door.”

Toen ze zichzelf probeerde neer te zetten als ‘iemand uit het volk’ had dit een averechts effect. Tijdens de speech waarin Obama zijn steun uitsprak voor haar kandidatuur, riep hij een beeld van haar op als een onvermoeibare ambtenaar met ervaring op het hoogste niveau, die alles zou doen om mensen te helpen. “Dat is een elitair beeld, maar het zou goed bij haar hebben gepast. Dit had net zo krachtig en aantrekkelijk kunnen zijn.”

Wie de schoen past…

Je hoeft geen populist te zijn om populair te zijn. Volgens Schoors analyse struikelde Clinton over het ongemakkelijke huwelijk tussen verschillende stijlen die niet aan elkaar gepraat konden worden tot een coherent geheel. Schoor noemt Boris Johnson als iemand die zich heel prettig voelt bij de purperen mantel van het elitarisme om zijn schouders. “Hij is geestig en eloquent, een geweldige spreker. En het lukte hem om de Brusselse elite voor te stellen als de vijand tegen wie de Britse elite zal strijden, in het belang van het volk.”

Toch zien we dat het populisme in het algemeen aan populariteit wint. “Direct na de oorlog was de Nederlandse politiek heel elitair, maar dat verschoof in de jaren ’70 richting pluralisme. In de jaren ’80 en ’90 werd het meer pluralistisch-elitair; daarop volgde de verandering richting populisme. Als een reactie op de populistische golf vinden alle politici dat ze moeten zeggen dat ze tot het volk behoren. Dit gaat verder dan alleen gewonemensentaal gebruiken. Als Rutte koffie morst, grijpt hij de zwabber van de schoonmaker en dweilt het op. Hij wil liever overkomen als een gewone jongen dan als iemand die de touwtjes van het land in handen heeft.”

De kracht van woorden

In haar analyse van de Brexit-campagne signaleert ze dezelfde trend. “Na het referendum werden Johnson, Corbyn en Farage populistischer. Als je de uitslag van een referendum accepteert, volgt daaruit dat het volk heeft gewonnen en dat moet je laten terugkomen in je retorica. Maar natuurlijk wilde maar 47 procent het, dus een referendum is eigenlijk heel antipluralistisch.” Daarentegen is covid-19 meer geschikt voor een pluralistisch (wij allemaal tegen het virus) of zelfs elitair narratief (doe voor je veiligheid wat we zeggen).

 “De nuances van taal, de kleine woorden, vormen de structuur die onbewust onze manier van spreken, denken en doen beïnvloedt. Het is dus belangrijk om dit te bestuderen en te begrijpen.” Ze is blij met haar model en ervan overtuigd dat het ook toepasbaar is in een andere politieke context. Maar uiteindelijk, denkt ze, gaat het er niet om welke politieke stijl politici kiezen, maar dát ze een stijl hebben. “Mensen hebben in de gaten of iemand authentiek is, of de dingen die hij zegt op de juiste manier worden gezegd en in overeenstemming zijn met zijn persoonlijkheid en zijn verhaal.”

Door: Florian Raith