UM dissertatieprijs voor Dr. Estelle Nijssen

Extra voorzorgsmaatregelen bij contrastvloeistof zijn voor de meeste nierpatiënten niet zinvol

Onderzoek door UM-wetenschappers aan het MUMC+ laat zien dat extra vocht toedienen bij de behandeling van nierpatiënten met jodiumhoudende contrastvloeistof vaak niet nodig is. Het zorgt voor meer zorgkosten, onnodige ziekenhuisopnames en meer complicaties zoals hartproblemen. Dankzij het onderzoek, waarvoor dr. Estelle Nijssen de UM dissertatieprijs kreeg, werden internationale richtlijnen aangepast.

Jodiumhoudende contrastvloeistof wordt ingezet om organen en vaten beter zichtbaar te maken bij medische onderzoeken en behandelingen zoals een CT-scan of dotteren. De nieren filteren de vloeistof na de behandeling uit het bloed en zo wordt het vervolgens afgevoerd via de urine. Nierpatiënten lopen hierbij mogelijk risico op nierschade. Om dit te voorkomen kregen zij tot voor kort altijd extra vocht via een infuus voor en na de behandeling met contrastvloeistof. Patiënten werden hiervoor 1 of 2 dagen opgenomen in het ziekenhuis.

Het toedienen van extra vocht via een infuus was een van de adviezen in de klinische richtlijnen voor veilig gebruik van contrastmiddelen. In Nederland werd dit advies vrij strikt opgelegd: het geven van het infuus aan risicopatiënten werd een van de kwaliteits- en veiligheidscriteria tijdens ziekenhuisaudits. Een pilot toonde echter aan hoe belastend dit was voor de patiënt, het ziekenhuis en de zorgkosten, terwijl er minder nierschade werd gezien dan verwacht. Daarnaast bleek dat er geen gedegen wetenschappelijke basis was voor het advies: onderzoekers vonden geen literatuur die het nut ervan bewees.

Het ontbreken van een wetenschappelijke basis was de aanleiding voor verder onderzoek. Over een periode van twee jaar zijn alle risicopatiënten die waren doorverwezen voor een onderzoek of behandeling met contrast in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg extra vocht via een infuus, de andere groep kreeg dit niet. Verassend genoeg bleek het infuus geen aantoonbaar beschermend effect te hebben: terwijl de groep met extra vocht soms complicaties had van het infuus, ging het in beide groepen qua nierfunctie even goed.

Naar aanleiding van de studie werden de nationale en internationale richtlijnen voor veilig gebruik contrastmiddelen geactualiseerd. Extra vocht wordt nu uitsluitend nog ingezet voor 0.5% van de patiënten, met zeer ernstig verminderde nierfunctie. Dit leidde in het Maastricht UMC+ per jaar tot 100 minder complicaties, 1.544 minder ziekenhuisopnames en een besparing van 1.2 miljoen euro. Voor Nederland en wereldwijd zullen deze effecten nog veel groter zijn.

Voor de nierpatiënten zelf zijn de effecten van het onderzoek meteen merkbaar: zij hoeven niet meer extra in het ziekenhuis te worden opgenomen wanneer ze een CT-scan of ander onderzoek krijgen met contrastvloeistof.

De studie werd geleid door dr. Estelle Claire Nijssen. Zij kreeg voor haar onderzoek op 12 mei 2022, tijdens de Dies Natalis van de Universiteit Maastricht, de dissertatieprijs van de UM. In een video vertelt Nijssen over de resultaten en de impact van het onderzoek op de klinische praktijk. 

Een artikel over het onderzoek verscheen in De Limburger