Eerste online KidzCollege over nepvideo’s groot succes

Woensdag 2 juni vond het KidzCollege vanwege de coronamaatregelen voor het eerste online plaats. 250 Leerlingen uit groep acht kregen van Lisa Brüggen en Judith Kamalski, beiden verbonden aan het Brightlands Institute for Smart Society (BISS), uitleg over hoe nepvideo’s gemaakt worden en wat de gevaren kunnen zijn. “Vooraf hadden we twijfels of het online wel zou werken, maar de leerlingen deden enthousiast mee, en voor ons was het erg leuk om te doen”, aldus Judith Kamalski.

KidzCollege

Het idee voor dit college kwam voort uit een opdracht van het Cube museum in Kerkrade vorig jaar, in samenwerking met TeenzCollege. “Toen gaven we een workshop aan middelbare scholieren over wat er allemaal technisch mogelijk is, en dat je dus niet zomaar alles moet geloven wat je ziet. Dat werkte eigenlijk heel goed. Toen dachten we: als het voor hen werkt, werkt het misschien ook voor iets jongere kinderen uit groep 8 van de basisschool. Nadat ik het bij mijn thuispanel had getest, want ik heb kinderen precies in die leeftijd en die vonden het superinteressant en leuk, wist ik dat we iets te pakken hadden waar ze iets mee kunnen.”

Rara wat zie ik?

Het college liep via het digibord en de interactie verliep via Wooclap, een tool waarmee de leerlingen vragen konden beantwoorden. “De hoofdboodschap was: technologie op zich is niet fout, maar wat mensen ermee doen kan wel goed of fout zijn. Met als heel extreem voorbeeld van een Engels bedrijf waar een hooggeplaatst iemand een neptelefoontje kreeg met een nagemaakte stem van zijn baas, die hem vroeg 200.000 euro over te maken. De werknemer heeft dit gedaan, maar het was dus nep. Alle kinderen waren het erover eens dat dit slecht gebruik van technologie was. We hebben ze vooral bewust willen maken van het feit dat er risico’s aanzitten en dat dat wat je ziet of hoort misschien wel niet waar is.”

Bewustwording

Het college bestond uit drie delen: eerst kregen ze uitleg over kunstmatige intelligentie, de technologie achter nepvideo’s; daarna konden ze in break-outsessies zelf oefenen met het maken van een kat en probeerden ze echte gezichten van nepgezichten te onderscheiden. In het laatste gedeelte gaven de kinderen antwoorden op stellingen en vragen. Kamalski: “Zo vond bijvoorbeeld 83% van de kinderen een keurmerk voor video’s op internet een goed idee. En op de vraag of je een deep fake filmpje over iemand anders mocht maken, antwoordde 11% ja, want er zijn al allerlei filmpjes van bekende mensen en 89% vond dat dit zonder toestemming van die persoon niet mocht.”

Missie geslaagd dus?

“Ik hoop dat ik een zaadje heb geplant waardoor ze wat kritischer gaan kijken naar alle online content die voorbijkomt.” De ogen van Kamalski ’s zoon, die in een van de deelnemende groepen zat, zijn in ieder geval geopend: “Ik kijk nu toch heel anders naar die filmpjes. Al was het supermoeilijk om nep-gezichten te herkennen.”
Als het aan Kamalski ligt blijft het niet bij dit ene online college. “Online had als grote voordeel dat ze in groepjes op hun eigen laptop aan de slag konden met de opdrachten. Dat had in een collegezaal in Maastricht niet gekund. Dus wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar.”
 

Annelotte Huiskes