28 november 2016

Een gesprek over de Islam, extremisme en terrorisme op de UM

Het was de eerste keer dat de moeders Karolina Dam en Nicola Benyahia voor een vijfhonderd man tellend publiek spraken over hun zonen, die in Syrië zijn omgekomen, nadat ze zich aansloten bij Isis. Imam Ajmal Masroor, die iedere vrijdag preekt in vier Londense moskeeën, tv-programma’s maakt en politicus is, heeft meer ervaring met een groot publiek. Maar alledrie hun verhalen waren even indrukwekkend, tijdens de Ambassador Lecture Series afgelopen woensdag, 23 november op de Universiteit Maastricht. Twee uur voor het begin van de lezing, gaven de drie sprekers een interview over hun visies op het onderwerp van deze avond: ‘Een eerlijk gesprek over de Islam, extremisme en terrorisme’.

Tijdens de lezing later deze avond vertelden de moeders hun persoonlijke verhaal, over hoe hun zonen Rasheed Benyahia en Lucas Dam zich aansloten bij Isis. Rasheed (19 jaar) radicaliseerde in Engeland en kwam om in november 2015, Lukas (18) vertrok in eerste instantie naar Turkije om te werken in vluchtelingenkampen en overleed in december 2014. Verhalen met een vergelijkbaar einde, maar een heel andere aanloop.

NGO’s

Beide vrouwen hebben een stichting (NGO) opgericht in hun thuisland. Karolina startte Sons and Daughters in the World in Denemarken, Nicola Families for Life in Groot-Brittannië. De laatste werkt als psycholoog met jongeren tussen 14 en 25 jaar. Ze was heel dankbaar dat ze in contact gebracht werd met Karolina toen haar zoon Rasheed was vertrokken en ze tien weken radiostilte moest doorstaan voordat hij contact opnam en zei dat hij in Raqqa was. “Ik smeekte de politie en andere autoriteiten om hulp, maar ze zeiden alleen: ‘We zijn ermee bezig’. Ik voelde me volkomen machteloos. Dus ik ben in heel Europa op zoek gegaan en vond de Duitse expert op het gebied van radicalisering, Daniel Koehler. Hij steunde me en bracht me in contact met Karolina. Ze waren van levensbelang voor me; ik weet niet hoe ik het zonder hen had gered. Nooit had ik verwacht dat dit mijn gezin zou overkomen.” Precies dat gat probeert ze te vullen voor andere gezinnen die met deze vreselijke situatie te maken krijgen. “Radicalisering en extremisme zijn taboeonderwerpen en we moeten erover gaan praten met elkaar”, zegt ze.

Karolina Dam heeft een aantal doelstellingen met haar organisatie. “We willen voorkomen dat onze zonen en dochters gerekruteerd worden en we willen families steunen, want dat gebeurt op dit moment onvoldoende. Ten derde willen we het systeem versterken. We willen zorgen dat de autoriteiten, politici, onderwijzers, politieagenten het juiste gereedschap in handen krijgen om dit te bestrijden.” Naast luisteren naar getroffen familie en praten met autoriteiten om dingen te veranderen, het is tot nu toe voor haar bijvoorbeeld onmogelijk om een akte van overlijden te krijgen voor haar zoon, probeert Karolina’s stichting ook jongeren tegen te houden bij de Syrische grens. Of ze weer in contact te brengen met hun familie.”

Westers buitenlandbeleid

Imam Ajmal Masroor beaamt jonge mannen te ontmoeten die zeggen zich aan te willen sluiten bij Isis. Op de vraag wat hij dan doet, zegt hij: “Ik praat natuurlijk met ze, urenlang. Ik zit weekenden te praten met hen en hun familie.”

Lukt het ook om ze tegen te houden?
Masroor: “Dat is niet mijn zaak.”
Benyahia: “Maar u weet het toch wel? U moet deze gezinnen immers blijven volgen?”
Masroor: “Sommigen zijn alsnog vertrokken naar Syrië en anderen niet. Maar waar het mij om gaat: Wat motiveert hen in de eerste plaats om te gaan? Ze hebben een warm thuis, geweldige mogelijkheden, dus waarom willen ze gaan? De meesten die vanuit Engeland zijn vertrokken, zeggen: ‘Vanwege het westerse buitenlandbeleid’. ”
Benyahia: “Zo eenvoudig is het niet. Mijn zoon was, net als ik, helemaal niet geïnteresseerd in politiek. Zo begon het niet; dat kwam pas later. ”
Masroor: “Waar begon het dan wel mee?”
Benyahia: “Het begon met een moeilijke periode in mijn huwelijk. Dat deed zijn wereld schudden op zijn grondvesten en ik ontdekte pas kort geleden dat hij dat toen heeft besproken met iemand in de moskee. Een paar maanden later was ik betrokken bij een ‘Trojaans paard’ (Nicola Benyahia zat in het bestuur van het Park View Educational Trust in Birmingham, dat in juli 2014 moest aftreden wegens beschuldigingen dat moslimfundamentalisten ruimte was geboden schoolbesturen te infiltreren). Ik had de media op de stoep staan, mijn zoon zag mijn angst en we stonden als gezin onder grote druk. Dat was het moment dat de rekruteerders begonnen te stoken: ‘Kijk eens naar je moeder, die elf jaar zo hard voor die school werkte, voor niks, zie wat ze haar aandoen.’ En vervolgens: ‘Zie wat het westen doet met je moeder.’ Toen pas begonnen onze discussies over het buitenlandbeleid van het westen met Rasheed. Alle moeders die ik sprak, melden zo’n soort kwetsbare situatie waarvan misbruik wordt gemaakt door Isis.”
Masroor: “Maar waar komen de rekruteerders vandaan? Hoe zijn ze zo geworden? Hoe ver gaan we terug om te begrijpen dat iemand ooit heeft besloten dat dit de beste weg was?

De wortels van terrorisme

Imam Masroor is ervan overtuigd dat het gevecht tegen terrorisme gaat over het reageren op een symptoom van een groter probleem. “Het grootste probleem in de wereld is niet terrorisme. Het is armoede, ongelijkheid en onrecht. Dat zijn de dingen waarover ik het wil hebben. We kunnen Isis misschien wegbombarderen van deze wereld, maar daar wordt onze wereld niet beter van, zolang er armoede, ongelijkheid en onrecht is. Deze problemen komen voort uit honderden jaren van onrechtvaardig buitenlandbeleid door het westen. Ze hebben het midden-oosten opgedeeld zonder enig oog voor de gevolgen. En nu zijn de poppen aan het dansen. Die herverdeelde volken kunnen niet samenleven op deze manier. Ik houd niet van reageren op symptomen, ik wil de wortel van het probleem aanpakken.”
Benyahia: “Maar snapt u dat ik dagelijks praat met jongeren van 14 tot 25 jaar, die van het kastje naar de muur worden gestuurd, zonder dat iemand hen echt begrijpt? Ze zeggen tegen me: ‘U hebt me echt begrepen.’ En dan kun je ze hoop geven, daar gaat het om. Als we families kunnen helpen hun verhaal te delen, hoop ik dat we patronen kunnen ontdekken waar we als samenleving alert op moeten zijn.”
Dam is het daarmee eens: “We moeten ons verhaal vertellen en andere ouders helpen. We moeten praten over de Jihad, want niemand anders doet het.”
Masroor: “Dat klopt niet helemaal. We zullen het rekruteren niet echt kunnen stoppen, zelfs al zou je het elke dag van de daken schreeuwen. Ik doe dat elke vrijdag, in vier moskeeën. Ik doe het al twintig jaar. Het effect is erg klein.”

Doodsbedreiging

De moeders zijn het er niet mee eens en vinden dat er veel verbeterd kan worden door met mensen te praten en hun ervaring te delen. Benyahia: “De politie zegt dat ze van mijn openheid ontzettend veel geleerd hebben over hoe om te gaan met rekrutering en radicalisering. En ze zijn bereid zaken te veranderen.”
Dam: “Ik woon in Kopenhagen, waar sinds 2009 een de-radicaliseringsunit actief is. Mijn zoon vertrok in 2014 en de geheime dienst had hem in het vizier. Waarom hebben ze me niet opgezocht? Ze zijn niet transparant en delen hun informatie niet. Dat is een probleem.”
Masroor: “Ik begrijp uw perspectief, want u heeft het ervaren en ik niet. Uw zoon was erbij betrokken, de mijne is nog te klein en ik hoop dat hij nooit dat pad zal kiezen. Maar ik sta aan de andere kant van dit alles. Ik leef momenteel met twee doodsbedreigingen, omdat ik me uitspreek tegen Isis. Ik moest verhuizen en woon nu ergens op een verborgen plek, want Isis zoekt me. Hoe meer we praten, hoe meer bewustwording er komt. Dat is prima, maar gaat het probleem niet oplossen. Als ik met mensen praat die zeggen: ‘Moslims zijn verantwoordelijk voor terrorisme’, zeg ik: ‘Dat is niet waar.’ Het zijn de Moslims niet die Irak zijn binnengevallen en Syrië hebben verwoest.”

De Koran gebruiken

Dam is ervan overtuigd dat als ze destijds wist wat ze nu weet, Lukas nog zou leven. “Als ik bepaalde dingen uit de Koran had geweten, had ik de Koran tegen mijn zoon kunnen gebruiken, op een respectvolle manier. Deze jongens en meisjes hebben de Koran helemaal niet gelezen. Ze hebben geen idee wat erin staat. Als moeder van een zoon die zich heeft bekeerd, vind ik het mijn taak om ouders te vertellen: ‘Daag je kind uit. Breng ze naar de imam, want je zoon kan niet zeggen wie goed en fout is, hij overziet de gevolgen niet. Het is een kind.”
Twee uur later wordt dit pijnlijk geïllustreerd door een anekdote van Benyahia, wier zoon Rasheed altijd een motor wilde hebben. In een Whatsapp-gesprek terwijl hij in Syrië zat, vroeg hij haar op een dag: “Mama, een van de mannen hier heeft een motor. Is het goed als ik er een ritje op maak?” “Hij was nog steeds dat kind.”

Door Femke Kools

Meer weten?

Een foto-impressie van de avond