Diversiteit is niet de uitzondering, maar de norm

De witte hetero man van middelbare leeftijd is impliciet de norm in het lesmateriaal van het medisch onderwijs. Maar niet lang meer, als het aan Albertine Zanting ligt. Als promovendus bestudeert ze de culturele diversiteit in het medisch onderwijs, en als beleidsmedewerker vertaalt ze haar onderzoeksresultaten naar beleid zodat diversiteit als norm omarmt wordt in het geneeskunde-onderwijs. 

Geneeskundestudenten leren tijdens hun studie aan de hand van patiëntcases, waarbij ze beschrijvingen van patiënten met specifieke gezondheidsklachten bestuderen om het onderliggende medische probleem te achterhalen. Albertine Zanting nam het lesmateriaal van de bachelors geneeskunde in Maastricht en de Rotterdam onder de loep, en onderzocht welke betekenis wordt gegeven aan culturele verschillen zonder deze van tevoren te hebben gedefinieerd. Ook keek ze naar het ontbreken van een verwijzing naar cultuur. “Uit ons onderzoek bleek dat patiënten standaard worden beschreven als een man of vrouw van een bepaalde leeftijd zonder cultuurverschillen te benoemen, wat suggereert dat leeftijd en geslacht de belangrijkste kenmerken zijn bij een medisch probleem, en cultuur niet relevant is.” 

De dokter van morgen

Toekomstige dokters volgen hun opleiding geneeskunde binnen de Faculty of Health, Medicine and Health Sciences, onderdeel van het Maastricht UMC+ en Maastricht University. Na de eerste drie jaar van hun opleiding (Bachelor), lopen ze drie jaar coschappen om het vak op de werkvloer te leren, terwijl ze meewerken met verschillende medisch specialisten. Dat doen ze in het Maastricht UMC+, maar ook in andere Nederlandse en buitenlandse zorginstellingen. Na de afronding van hun studie zijn ze basisarts en kunnen ze solliciteren voor een opleiding tot medisch specialist of eerst ervaring opdoen als basisarts (arts-assistent niet in opleiding tot specialist, ANIOS). Sommige afgestudeerde artsen kiezen er ook voor om promotieonderzoek te gaan doen, voordat ze in opleiding gaan tot medisch specialist.

Geen vak apart

Het geneeskunde-onderwijs besteedt echter wel degelijk aandacht aan culturele diversiteit, zij het in aparte vakken of keuzemodules, en dan vooral door te verwijzen naar niet-Nederlandse of niet-Westerse nationaliteiten of religies. En dat is nou net de crux. Want daardoor worden culturele verschillen impliciet gepresenteerd als afwijking van een onbewuste Nederlandse of Westerse normpatiënt, en dus geproblematiseerd, stelt Zanting. “Dan is een patiënt ineens niet alleen een 35-jarige vrouw, maar iemand die is opgegroeid in Sudan. Waarover vervolgens wordt gezegd dat de pijnbeleving van Sudanezen anders is dan van Nederlanders, zonder dieper in te gaan op de individuele verschillen binnen die groepen of andere groepen te benoemen.”

Ook worden culturele kenmerken soms onterecht gerelateerd aan een medisch fenomeen. Zanting illustreert: “Er wordt bijvoorbeeld een link gelegd tussen een genetische aandoening die vaker voorkomt bij Japanners of bij Asjkenazische Joden. Terwijl niet de nationaliteit of religie het onderliggende mechanisme vormt, maar eerder hun geïsoleerde leefwijze.”

Diversiteit normaliseren

Dat groepsdenken is heel begrijpelijk, legt Zanting uit, want onderzoek wordt nou eenmaal op groepsniveau uitgevoerd. Maar een arts behandelt individuele patiënten en heeft daarom kennis en vaardigheden nodig om met individuele verschillen om te gaan. In haar rol als beleidsmedewerker diversiteit en internationalisering zet ze daarom wetenschappelijke inzichten om in beleid voor het medisch onderwijs. “We willen diversiteit de norm te maken, zonder te verwijzen naar die grote groepen op basis van nationaliteiten of cultuur.”

Het advies aan onderwijsmakers luidt dus: diversiteit integreren in de leerdoelen en de inhoud van de opleiding, vanaf dag één en in álle vakken, of het nou gaat om lessen over orthopedie, maag-, lever- en darmgeneeskunde, of een ander vakgebied. En vervolgens patiënten presenteren met een grote variëteit aan verschillen en op een niet-stereotyperende manier. Zanting: "Waarom zouden we de namen en afbeeldingen van patiënten niet wat diverser kunnen maken? Of een casus beschrijven van twee moeders die met hun dochter naar de eerste hulp komen omdat ze toevallig een blindedarmontsteking heeft? En als het feit dat iemand in Tunesië geboren is van belang is, dan is het ook belangrijk om te weten of iemand uit Nederland of Duitsland komt." 

Ook bij het aanleren van communicatievaardigheden en medische handelingen is het belangrijk om studenten te laten kennismaken met diverse omgangsstijlen, zonder in stereotypen te vervallen. Zo oefenen studenten in het Skillslab een medisch consult en lichamelijk onderzoek met simulatiepatiënten, vrijwilligers die in de rol van patiënt kruipen. Zanting benadrukt: “Hoe ga je om met een patiënt die zich niet wil uitkleden? Of die slecht Nederlands spreekt en iemand meeneemt als vertaler? Om een goede dokter te worden, is het essentieel dat studenten zich bewust worden van diversiteit, van hun eigen normen en verwachtingen, en dat ze leren welke kenmerken relevant zijn in verschillende situaties.”

Van visie naar actie

Samen met de programmacoördinatoren van de opleidingen aan de Faculty of Health Medicine and Life Sciences werkte ze een onderwijsvisie uit, die de nadruk legt op de kennis en vaardigheden die studenten nodig hebben om een goede arts te worden in een globaliserende samenleving. Maar het blijft niet bij een visie. Samen met collega’s organiseert ze workshops en maakte ze een hand-out  met concrete suggesties voor onderwijsmakers over hoe ze diversiteit in hun onderwijs kunnen integreren, en bundelde ze materiaal zoals wetenschappelijke artikelen en podcasts die docenten kunnen gebruiken tijdens de lessen. “Het blijft ‘work in progress’ om samen met alle betrokkenen deze visie te implementeren.”

Ze werkt ook samen met studenten. “Een groep studenten merkte dat ze niet voldoende leren hoe ze hun eigen familie adequaat kunnen behandelen, omdat bijvoorbeeld het herkennen van huidaandoeningen bij een donkere huid niet aan bod komt”, vertelt Zanting. “Zij richtten uit eigen initiatief een werkgroep op om daar aandacht voor te vragen. We streven dus dezelfde doelen na en zijn daarom gaan samenwerken. De studenten kunnen straks goed reflecteren of onze adviezen in de praktijk voldoende geïntegreerd worden.”

Naar een inclusieve gezondheidszorg

Naast haar betrokkenheid bij de geneeskunde-opleidingen adviseert Zanting ook onderwijsmakers van andere Maastrichtse opleidingen, zoals gezondheidswetenschappen en biomedische wetenschappen. En op nationaal niveau pleit ze ervoor om de Maastrichtse aanbevelingen op te nemen in het landelijke raamplan voor geneeskunde, dat als basis dient voor alle universitaire geneeskunde-opleidingen. 

Ook haar onderzoek stopt niet bij het lesmateriaal van de bacheloropleidingen geneeskunde. Ze gaat verder met het observeren en interviewen van masterstudenten tijdens hun coschappen, om te onderzoeken of en hoe culturele verschillen aan bod komen in interacties op de werkvloer. “Door systematisch te kijken naar wat goed gaat en wat beter kan, kunnen we de onderwijspraktijk beter laten aansluiten bij wetenschappelijke inzichten. Dit komt niet alleen het medisch onderwijs ten goede, maar uiteindelijk ook de kwaliteit van de zorg."

Lees ook

  • Kan urine worden gebruikt om niercelcarcinoom op te sporen? De huidige aanpak bij kleine niermassa's is in de meeste gevallen een preventieve gedeeltelijke of volledige verwijdering van de nier, zonder te weten of de massa goedaardig of kwaadaardig is. Moleculair epidemioloog Kim Smits werkt in het...

  • Neurowetenschapper Dennis Hernaus onderzoekt het beloningssysteem in ons brein. Hoe zorgt dit “breinnetwerk” ervoor dat wij gemotiveerd raken? 

  • Met een bachelordiploma Biomedical Sciences heb je ruime keuze waar je je gedetailleerde kennis over ziekte en gezondheid wilt toepassen. Of je nu in het lab of daarbuiten wilt werken. Lobke Meels is een inspirerend voorbeeld van een carrière buiten het lab. Ze combineerde haar bacheloropleiding...