15 juni 2021

Decaan Jan Smits: juridische nerd die obstakels niet mijdt

Het is 1986. De tijd van Grandmaster Flash en Run-D.M.C., maar ook van Billy Oceans’ When
the going gets tough the tough get going
en een barre Elfstedentocht. In Leiden begint Jan Smits aan zijn studie rechten. Een forse faculteit met 1200 eerstejaars. Een groot contrast met de kleinschalige rechtenfaculteit in Maastricht waar hij in 2017 decaan wordt. “Mijn werk is
als een trailrun. Je weet nooit wat er na het volgende obstakel komt.”

law_jan smits clash of opinions

“We zijn een community en
ik stimuleer het wetenschappelijk debat. Dat moet zelfs, dat is de kern van de rechtswetenschap. Zolang je maar beargumenteerde opvattingen hebt. Wat mij betreft gaat het in de wetenschap om die 
clash
of opinions.
zegt Jan.

Clash of opinions
Zijn onderzoekshanden jeuken misschien nog niet, maar Jan denkt graag na over wat nou eigenlijk ‘goed onderzoek’ is. “Dat kan op verschillende manieren. Juridisch onderzoek moet aanspreken en stimuleren. Zolang het maar creatief is, origineel en iets toevoegt. De laatste jaren wordt in Nederland onderzoek naar het Nederlands recht, geschreven in het Nederlands, gepubliceerd in Nederlandse wetenschappelijke tijdschriften minder interessant gevonden. Internationaal, interdisciplinair onderzoek staat beter aangeschreven, maar wat mij betreft zegt dit niets over de kwaliteit.” De rechtenfaculteit heeft gelukkig diverse wetenschappelijke opvattingen in huis, aldus Jan. Een breed palet aan verschillende soorten onderzoek, die soms flink met elkaar kunnen botsen. “We zijn een community en ik stimuleer het wetenschappelijk debat. Dat moet zelfs, dat is de kern van de rechtswetenschap. Zolang je maar beargumenteerde opvattingen hebt. Wat mij betreft gaat het in de wetenschap om die clash of opinions.”

Tevreden?
Zijn werk is misschien nog niet af, maar desondanks kan hij enkele opdrachten die hij zichzelf had gegeven bij zijn aantreden afvinken. “Dankzij de vernieuwde bachelor rechtsgeleerdheid heeft deze meer smoel gekregen. Het leek te veel op de andere 9 bachelors in Nederland. Het is hier nu echt anders dan elders.” Missie geslaagd. Een andere ambitie in het strategisch programma was het moderniseren van het HR-beleid. “We willen goede mensen aantrekken en behouden. Daarbij ben je afhankelijk van toeval, maar we staan er financieel gezien goed voor. Dat is fijn, dan kun je nieuwe mensen aannemen.” Inmiddels zijn er meer dan 40 nieuwe universitair docenten aan het werk. En dat was hard nodig om de groeistuipen van de faculteit op te vangen. De studenten merken hier als het goed is weinig van, de onderwijsgroepen blijven kleinschalig. Zit hier dus een tevreden man? “Nee, dat zit niet zo in mijn aard. De hoge werkdruk is nog altijd een zorg en vormt voor mij een prioriteit. Zeker als ik kijk naar de jonge talenten, de universitair docenten, die ontzettend veel ballen in de lucht moeten houden. Er wordt vaak gedacht dat je als wetenschapper alles moet kunnen, maar dat is niet zo. Niet iedereen kan doorgroeien naar een hogere functie en dat hoeft ook niet. Daarom moeten we mensen waarderen en tegelijkertijd kijken naar de differentiatie van functies.”

Hiphoprecht
Natuurlijk moeten we het even hebben over dat vermaledijde virus. “In het begin was mijn grootste vrees dat het ten koste zou gaan van de bijzondere gemeenschap die we hebben op de faculteit. Als je hier voor corona door de gangen liep, hoorde je Nederlands, Engels, Duits, Italiaans. Het was een mix van studenten en docenten, met een unieke sfeer. Dat hoorden we ook steeds terug van nieuwe studenten.” Door de lockdown probeert de faculteit zoveel mogelijk contactmomenten voor de staf te organiseren. Wekelijks worden zoommeetings georganiseerd voor de ruim 300 stafleden. Ervaringen worden gedeeld, er zijn sprekers. Het onderwijs verloopt online, alles gebeurt vanuit thuis. Dat is vaak ingewikkeld en lastig. Toen het weer mocht, zijn we gelijk begonnen met  studenten te stimuleren om naar de faculteit te komen. “Sinds kort organiseren we het Law Open Air festival”, vertelt Jan enthousiast. “Daarin kunnen collega’s vertellen over bijvoorbeeld een boek dat ze pas gelezen hebben of hun favoriete jurist. We hebben chips en cola als genoegdoening voor alle ontberingen die de studenten hebben moeten doorstaan.” Hij heeft zelf de spits afgebeten. “Ik heb verteld over hiphop en het recht. In 2017 heb ik onderzoek gedaan naar wat juristen kunnen leren van hiphopteksten. Dit gaat vaak over onvrede, onrecht en opgroeien in een arme omgeving. Zelf het recht in handen nemen en vergelding komen regelmatig aan bod.” De reacties waren positief en geïnteresseerden willen de volgende keer graag aansluiten, maar het Law Open Air festival blijft exclusief voor rechtenstudenten.

Civiel effect als reality check
De combinatie van het recht en andere disciplines, of hiphop zo u wilt, is niet nieuw. De T-shaped lawyer heeft inmiddels een centrale plek in de nieuwe bachelor rechtsgeleerdheid. “Er zijn verschillende manieren om conflicten op te lossen en te voorkomen. Daarom kijken we naast het recht naar bijvoorbeeld de psychologie en onderhandelingsvaardigheden.” Hoe zorg je hierbij voor de juiste balans en voorkom je dat recht niet langer het speerpunt is? “Daar hebben we gelukkig het civiel effect voor. We moeten aan een aantal zaken voldoen, zodat onze studenten toegang krijgen tot de advocatuur en de rechtelijke macht. Dat zit mij niet in de weg, ik vind het goed dat we dit hebben. Het is onze reality check. Schaf je het af, dan komt er waarschijnlijk een toelatingstest voor in de plaats. Dat zie je ook in andere landen.”

De decaan als trailrunner
Tijd voor de laatste vraag. In zijn spaarzame vrije tijd gaat Jan geregeld hardlopen. Geen obligaat ommetje, maar heuse trailrun marathons. Is zijn werk als een sprint of meer een duurloop? “Ik kijk altijd naar de lange termijn, dus het is zeker geen sprint. Het mooie bij een trailrun is dat je vooraf nooit weet wat je tegenkomt. Modder, obstakels. Je moet er overheen om verder te kunnen. Je weet nooit wat er daarna gaat gebeuren, het is niet voorspelbaar. En dat is nu juist zo leuk aan mijn werk.”

Door: Karin Somers (tekst) en Jonathan Vos (fotografie).

 

Teamwerk
Geregeld merkt Jan op dat hij het werk voor de faculteit natuurlijk niet alleen doet.

“Het is echt teamwork. Als je iets doet, moet je proberen om dit samen met zoveel mogelijk andere mensen te doen.”

De gedachtewisselingen met zijn collega’s om hem heen zijn een inspiratiebron. Als Faculteitsbestuur trekken we echt gezamenlijk op, in nauw overleg met de voorzitters van de capaciteitgroepen en heel veel anderen. De vijf andere decanen van de Universiteit Maastricht zijn eveneens gesprekspartners.

“We zijn een eclectisch gezelschap”,
lacht hij.